Geen pluche bij de moderne sjoel

Het NIW vroeg de spiritueel leider van de AMOS (Amsterdamse Modern Orthodoxe Sjoel), Menachem Sebbag, naar het wat, het hoe en het waarom.

Het AMOS is het gesprek van de dag…

Sebbach: Dat kan ik me voorstellen. Het is dan ook de verwezenlijking van een behoefte die al heel lang leefde bij mij en bij een grote groep mensen die verbonden zijn aan de NIHS. Binnen de NIHS wordt al langer gewerkt aan een antwoord op de vraag hoe de eenheidsgemeente moet worden voortgezet. Ze hebben een bijna onmogelijke taak om van links tot rechts bij de kehilla te blijven betrekken. Doe je dat en masse of in segmenten? Er wordt nog steeds gezocht naar een format waarin de NIHS zichzelf kan vinden. Intussen wilden wij een daad stellen om een van deze segmenten optimaal te bedienen.

Wie zijn ‘wij’?

Er was al langer een groep binnen de NIHS – inderdaad veelal, maar niet exclusief, de jongere generatie – die iets wilde doen. Als je als eenheidsgemeente een hele groep mensen uitnodigt voor een maaltijd, dan zorg je ervoor dat iedereen kan mee-eten door het kasjroet op het hoogste niveau aan te bieden. Maar in sociaal-pastoraal opzicht werkt dat niet. Kies je voor rechts, dan verlies je de grote middengroep uit het oog en zeker links. Die voelen zich dan niet voldoende bediend. Dat probleem werd door de NIHS al heel lang onderkend en er werd aan gewerkt. Ondertussen werd door deze groep zeer betrokken NIHS’ers initiatief genomen voor een ander soort sjoel: informeler en moderner.

Hoe werd u daarbij betrokken?

Ik had bijvoorbeeld ervaring in de Gerard Dousjoel, waar ook vaak mensen kwamen die zich elders niet thuisvoelden. Ik merkte dat ze het fijn vonden om te ervaren dat het jodendom niet ‘eng’ is en ook dat rabbijnen geen monsters zijn aan wie je niets kunt te vragen. Ik voelde me thuis bij die laagdrempeligheid. Ik herkende het van de United Synagogue in het Verenigd Koninkrijk waar ik vandaan kom. Ook heb ik als jongerenrabbijn vanhetNIKvoldoendeervaring metmensen in de periferie, die wel de verrijking van hun Joods-zijn zoeken, maar niet weten waar ze daar invulling aan kunnen geven. Daarnaast zag ik het gevaar dat als voor deze groep binnen de NIHS niet iets zou komen, ze voor de kehilla verloren zouden kunnen gaan.

Een informelere organisatie blijkt onder deze groep zeer gewenst. Bij AMOS dus geen rechten op een bepaalde plaats in sjoel: wie ’t eerst komt, die ’t eerst maalt. Wij zijn er voor iedereen, onafhankelijk van religieuze beleving. Word je lid van de organisatie, dan is dat een plicht die je op je neemt, niet een recht dat je krijgt. Bij ons geen pluche.”

Hoe ziet u uw toekomstige rol?

Ik zie mezelf als een rabbijn die gemakkelijk benaderbaar is en daardoor voor deze doelgroep geschikt kan zijn. Ik kom net terug uit Sevilla waar ik een Poeriemweekend heb bijgewoond van het European Center for Jewish Students. Daar zijn allerlei onderwerpen voorbijgekomen, en zo hoort het ook. Je hoort alles met een rabbijn te kunnen bespreken: van de vraag of je wiet mag roken tot vragen over seks. Het stellen van die vragen hoort namelijk bij het leven. Leven die vragen in mijn gemeenschap, dan hoor ik die bespreekbaar te maken en te kunnen beantwoorden. Ik ben een idealist en voel mij thuis bij AMOS dat ook uit idealisme is ontstaan.

Kunt u dat nader uitleggen?

Kijk, ik ben door middel van mijn functie bij het NIK al jaren bezig om ongebonden in de periferie te werken. En terwijl veel van mijn inzet uiteindelijk ten bate komt van de Joodse gemeenschappen in Nederland ben ik daar niet aan gebonden, waardoor ik me niet hoef

Hoe anders gaat AMOS worden?

Zoals ik al zei: laagdrempelig, informeler. Daarnaast zullen we ons concentreren op een sjoeldienst met een gevoel van gezamenlijkheid. Op de locatie waar we van start gaan, in het gebouw van Bne Akiwa aan de Kalfjeslaan, is een klein balkon. Wij zijn daar eens gaan zitten en hebben ons voorgesteld hoe het daar als vrouw zou voelen. Wij hebben gemerkt dat het daar heel moeilijk is om binding te krijgen met de sjoeldienst. Vandaar dat we ook een aparte afdeling, met mechietse, voor de vrouwen beneden zullen hebben. De gordijnen worden terwijl wij praten bij IKEA gekocht. Er zal aandacht zijn voor de kinderen, met een aparte sjoeldienst. Mensen kunnen een half uur voor de dienst komen om meer te weten te komen over de deze week te behandelen parasja, zodat ze weten waar het over gaat. Met niet alleen een puur Nederlandse liturgie, maar een universelere, zodat iedereen zich erin kan herkennen; gezellig. Dat alles binnen de halacha. En nogmaals: bij ons zal iedereen gelijke rechten hebben.

Dus u doet dit in samenwerking met de NIHS. Hoe moeten we ons dat voorstellen?

Niet iedereen binnen de NIHS is er gelukkig mee, dat begrijp ik. En zo heeft opperrabbijn Ralbag het ook gezegd: ik ben het niet met jullie eens, maar ik begrijp de behoefte wel en steun het dus. Zoals ik tijdens de AMOS-oprichtingsvergadering zei, vergelijk ik het graag met de menukaart van het Nederlandse jodendom, waar nu een extra gerecht bij is gekomen. En wie weet staat dat gerecht een aantal leden aan die tot nu toe niet hebben gevonden wat ze willen of nodig hebben. Dit zal de NIHS verder versterken. Er is een enquête geweest van de initiatiefnemers, die we ook gepubliceerd hebben in het NIW.

Hoe waren de reacties daarop?

Er was in ieder geval heel veel belangstelling uit de Joodse gemeenschap om dit initiatief verder uit te werken. Ik ken ook veel jonge mensen die in de loop der jaren zijn afgehaakt. Ik hoop dat we hen met deze manier van beleving weer kunnen laten aanhaken. Er is een enorm potentieel dat eens per jaar plichtsgetrouw tijdens Jom Kipoer naar sjoel gaat of helemaal niet meer. Ik wil ook die groep erbij betrekken.

U bent erg populair bij de jongere generatie en wordt vooralsnog ‘weggestopt’ in de locatie van Bne Akiwa waar jullie hoogstwaarschijnlijk al heel snel met de benen zullen uithangen. Tegelijkertijd worden er miljoenen gestoken in een Bankrassjoel. Is het niet mogelijk dat al die potentiële sjoelgangers zo meteen bij ú in de sjoel zitten en de Bankrassjoel leegstaat?

Dat sluit ik niet uit; dat sluit ik niet uit. Maar het gaat mij niet om de korte, maar om de lange termijn. Als blijkt dat deze nieuwe manier meer mensen trekt, waar ook de NIHS sterker van wordt, is dat voor mij belangrijker dan de consequenties over een jaar of twee. En daarvoor zijn soms radicale keuzes nodig. Kijk, we hebben ooit als twaalf stammen door twaalf tunnels de Rode Zee overgestoken. Zolang we de tunnel van een ander kunnen respecteren, zonder onderlinge strijd en zonder te zeggen dat één tunnel de wijsheid in pacht heeft, denk ik dat we meer mensen kunnen bereiken om de rijkdom van het jodendom bij te brengen. Wij beweren niet het ‘juiste model’ uitgevonden te hebben, maar ik geloof wel degelijk dat een beleving van jodendom zoals wij dat nastreven, toekomst heeft, ook in het calvinistische Nederland.

Om te inspireren

Een van de initiatiefnemers, Doron Sanders, over AMOS: „Dit moet een positieve stimulans geven. Een manier waarop een grote groep in Joods Amsterdam zich binnen de halacha thuis kan voelen, en vooral met een laagdrempelige uitstraling. Het is nu tijd voor een moderne orthodoxe sjoel die mensen in de Joodse gemeenschap op een aansprekende wijze kan inspireren. Het gaat ons vooral om een positieve beleving van het jodendom, die je op veel plekken in de wereld al ziet.”

Meer weten? Kijk op www.amossjoel.nl

1 Reactie

  1. Ik ben het van harte eens met Rav Sebbag, ik zou graag willen dat er bij mij in de buurt ook een dergelijk initiatief was.
    Ik zie elk Joods initiatief, groot of klein, binnen het Jodendom als een `Holy virtuel Brick`, tezamen dragen wij ons ‘steentje’ (Holy Brick) bij en bouwen zodoende mee aan onze ‘derde tempel`, steentje voor steentje.
    Als alle Joden nu eens hun Joodse steentje, groot of klein, dagelijks, wekelijks enz….zouden bijdragen dan is die derde tempel er wellicht eerder dan we denken.
    Ik wens AMOS een goede toekomst toe en Rav Sebbag heel veel succes met dit zeer goede initiatief. SCH.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.