Fundament voor de toekomst

 Aboed Shabi, voorzitter van de Stichting Joods Bijzonder Onderwijs (JBO), roept op tot solidariteit. De toekomst van het onderwijs is alleen gegarandeerd als de rest van de gemeenschap structureel financieel bijspringt.

Het 85-jarige lustrum van het Maimonides is niet alleen een mooi moment om terug te blikken, maar ook om vooruit te kijken. „Want hoewel het steeds beter gaat met de Joodse scholen, zijn er nog steeds genoeg uitdagingen,” zegt Aboed Shabi, voorzitter van Stichting Joods Bijzonder Onderwijs (JBO). „Wij hebben de belangrijke taak om onze jongeren klaar te stomen zodat zij als zelfbewuste en trotse Joodse Nederlanders in deze maatschappij kunnen leven.” Het JBO, verantwoordelijk voor kindercentrum Simcha, basisschool Rosj Pina en middelbare school Maimonides, is de laatste jaren bezig geweest een kwaliteitsslag te maken, zowel op onderwijsgebied als in de ondersteuning. „Onze scholen nemen in Joods Nederland een steeds belangrijkere plaatst in,” zegt voorzitter Aboed Shabi. „Wij, de ouders, zijn tegenwoordig veel kritischer op het onderwijs. Er moeten voor de kinderen genoeg uitdagingen zijn. Voor ons, als kleine éénpitter in een wereld waar grote scholencombinaties heel gewoon zijn, is dat natuurlijk niet makkelijk. Daarom moeten we veel investeren.” De JBO-voorzitter wijst naar Rosj Pina waar ze vier jaar geleden – in samenspraak met toenmalig wethouder Lodewijk Asscher – zijn begonnen met het verbeteren van het onderwijs. „We hebben ervoor gezorgd dat leraren extra opleidingsmogelijkheden hebben zodat ze constant bijblijven. Daarnaast zijn we begonnen met plus-klassen, waar kinderen die boven de rest uitstijgen extra uitdagingen krijgen. Er is veel meer rust en stabiliteit. En dat heeft zijn uitwerking. De Citoscore van Rosj Pina liggen nu dik boven het landelijke gemiddelde.”

Prijskaartje 

Een van de uitdagingen voor het JBO is het aanbieden van een zo breed mogelijk onderwijspakket. „Wij staan open voor alle halachische kinderen. Het jodendom is hetgeen ons bindt,” zegt Shabi. „Dat betekent dat we veel heterogener zijn dan andere scholen in Amsterdam. We hebben veel verschillende kinderen, met andere achtergronden en leerniveaus. Sommigen spreken thuis Ivriet, anderen Russisch. Al die kinderen komen bij ons op de scholen bij elkaar. Je moet dus op verschillende niveaus les kunnen geven. Dit vergt een speciale aanpak.” Niet alleen Joodse zorginstellingen maar ook Joods onderwijs heeft te maken met krimpende subsidiepotten. „Iedereen in Joods Nederland roept: onderwijs is onze toekomst. Maar hoe betaalt zich dat uit?” zegt Shabi. „Er is heel veel steun, maar helaas niet voldoende. Als kleine organisatie heb je meer kosten dan bijvoorbeeld een grote scholengemeenschap. Dan hebben we nog de beveiligingskosten en kosten voor jahadoeten Ivriet-onderwijs. Daar hangt allemaal een prijskaartje aan. Bovendien zeggen wij nooit: een klas is vol. We laten in principe elk Joods kind toe. Het gevolg is dat we gedwongen worden klassen eerder te splitsen, wat weer impact heeft op onze begroting. Maar we kunnen niet anders. We hebben op het gebied van onderwijs nu een bepaald niveau bereikt en we willen dat op zijn minst vasthouden, liefst een stap verder brengen.” Daarom is het JBO op zoek naar structurele additionele bronnen van inkomsten om de gaten te dichten. „Een van de ideeën is een club van 100 op te richten, waarin mensen zich voor drie jaar committeren om het Joodse onderwijs met 1000 euro per jaar te steunen. Maar we hebben ook een vriendenclub, waar je al voor 45 euro per jaar het Joods onderwijs kunt helpen. Met dat geld kunnen we leerlingen meer zorg geven en bijvoorbeeld families steunen die het schoolgeld niet kunnen betalen,” zegt Shabi. „Want dat wordt vaak vergeten, bij ons kost een kind globaal 2400 euro. De vrijwillige ouderbijdrage van 1200 euro dekt de kosten dus niet. Aan ons de uitdaging om een structurele oplossing te vinden voor de andere helft.”

Kwaliteitsslag
Uiteindelijk, zo meent Shabi, komt het allemaal neer op keuzes maken: „Joods Nederland moet zich bewust zijn waar we staan als gemeenschap. En als iedereen roept dat onderwijs van fundamenteel belang is voor de toekomst van Joods Nederland, dan moeten we daar ook naar handelen. Wij, als JBO, hebben bewezen dat we de kwaliteitsslag kunnen maken. Het is nu aan de gemeenschap om het onderwijs structureel te ondersteunen.” Door nu al extra fondsen te werven probeert het JBO zich voor de toekomst in te dekken tegen verminderende overheidssubsidie. „We moeten niet elk jaar weer hemel en aarde moeten bewegen om geld los te krijgen,” zegt Shabi. „Ouders en hun kinderen moeten het vertrouwen hebben dat wij er als gemeenschap alles aan doen om een mooie Joodse opleiding te bieden; van Rosj Pina tot het Maimonides. We moeten namelijk onze cultuur en traditie handhaven. Wij moeten de kinderen een goede basis geven om te slagen in de maatschappij. Want als je in verhouding een steeds kleinere gemeenschap wordt, moet je het hebben van kwaliteit.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*