Film is perspectief

Film is perspectiefIn de zesde editie van het filmfestival passeren politiek gevoelige zaken zoals het conflict tussen Israël en de Palestijnen of de kwestie rond de bedoeïenen in de Negev. 

Onder het thema Film is Perspective vallen vooral fi lms met een focus op het conflict tussen Israël en de Palestijnen en de gevolgen daarvan voor de Israëlische samenleving en het individu. Ook voor interne problematiek is er aandacht; zoals die rond de Israëlische bedoeïenen. Naar kritische films over Israël kijken kan moeilijk zijn voor wie van het land houdt. We vinden het pijnlijk wanneer lastige zaken belicht worden, ook omdat die in de internationale discussie soms tegen Israël gebruikt worden. Bij het kijken is het daarom belangrijk de context in de gaten te houden: het zijn films over een land in oorlog. Ook komen de kritische kanttekeningen van de filmmakers juist voort uit de liefde voor hun land en de wens om de situatie daar te verbeteren. We zetten hier een paar van die films via gesprekken met de makers in het spotlicht; Sharqiya over de situatie van bedoeïenen in de Negev-woestijn, Rock the Casbah, dat zich afspeelt in Gaza tijdens de tweede intifada, en Sister, Soldier (Mijn zusje, de soldaat), waarin een Nederlands-Israëlische filmmaakster haar zusje volgt tijdens haar diensttijd in het Israëlische leger.

Sharqiya
Filmmaker Ami Livne maakte Sharqiya, een speelfilm over de jonge bedoeïen Kamel, die op het busstation van Be’er Sjeva een bomaanslag in scène zet. Zijn doel: aandacht krijgen voor de problemen van de bedoeïenengemeenschap in de Negev-woestijn. Op het Jerusalem Film Festival sleepte de film onder meer de Haggiag Award for Best Israeli Feature in de wacht.

Wat was jouw drijfveer om deze film te maken?
„Ik wilde een film maken over de Israëlische maatschappij. Scenarioschrijver Guy Ofran en ik staken de koppen bij elkaar en schreven een script op basis van een waargebeurd verhaal: een bedoeïen die werkte als securitymedewerker raakte ernstig gewond toen hij een bomaanslag voorkwam, en werd een held. De problemen van de be- doeïenen met de Israëlische regering namen we mee in het verhaal. Nederzettingen in de Negev worden regelmatig gesloopt door de regering. Die wil het jarenlange dispuut met de bedoeïenen over de Negev-woestijn definitief oplossen met het Prawer plan. Als dat doorgaat wordt het merendeel van de Israëlische bedoeïenen – met financiële compensatie – overgeplaatst naar de zeven bedoeïenensteden die de regering heeft gebouwd. De bedoeïenen verwerpen dit plan, waarmee ze uit hun huidige leefgebieden zouden worden weggehaald.”

Je hebt voor de film uitgebreid met bedoeïenen samengewerkt. Hoe won je hun vertrouwen?
„Voor ik, samen met scenarioschrijver Guy Ofran, aan het script begon wist ik weinig van die gemeenschap. Speciaal voor de film heb ik Arabisch geleerd, research gedaan en met veel bedoeïenen gepraat. Het was een ongelofelijke klus om een hoofdrolspeler te vinden, want ik wilde per se een bedoeïen. Professionele acteurs kwam ik onder hen niet tegen, maar ook tussen de amateurs vond ik mijn Kamel niet. Ik heb honderden castings gedaan, tot ik via via met Adnan Abu Wadi in contact kwam. ’s Avonds laat, bij het licht van mijn koplampen in een tunnel in de Negev, deed hij uiteindelijk auditie – en dat was dat. Filmen op bedoeïenenterrein was ook erg lastig. De regering gaf geen toestemming om een filmset te bouwen. Toen ik een aantal bedoeïenen benaderde met de vraag of we op hun land mochten filmen reageerden ze wantrouwend: ze dachten dat we van de regering waren. Uiteindelijk vonden we een dappere bedoeïen die ons toestond op zijn land te draaien. Snel bouwden we de set en in vijf dagen schoten we alle scènes die zich daar afspeelden; we waren bang dat de autoriteiten het filmdorp zouden komen vernielen. Als dat was gebeurd, hadden we het trouwens gefilmd.”

Wat vinden bedoeïenen zelf van de film?
„Hij draait nog niet in de bioscoop, maar een groep bedoeïenen die ik een sneak preview gaf, reageerde positief. Helaas hebben veel van hen te weinig geld om naar de bioscoop te gaan. En in Be’er Sjeva, de centrale stad in hun gebied, is geen arthousebioscoop; in grote bioscopen is hij straks niet te zien. Maar er schijnt al een ‘piraten-dvd’ onder de bedoeïenen te circuleren…”

Lees verder in NIW 33