Extra beveiliging laat op zich wachten

De Amsterdamse kille is altijd alert op dreigingen van terrorisme. Joodse instellingen worden beveiligd door de overheid, de middenstand moet het vooralsnog zelf betalen.

Na de gijzeling met dodelijke afloop in een kosjere supermarkt in Parijs op 9 januari 2015, een dag na de terroristische aanslag op het weekblad Charlie Hebdo, werden de veiligheidsmaatregelen bij Joodse instellingen in Nederland nog eens extra aangescherpt. Die beveiliging blijkt niet overal te zijn doorgevoerd. Toen de redactie vorige week met Daniel Baron sprak, net na de aanval op HaCarmel, gaf hij aan dat het restaurant op geen enkele manier door de politie wordt gemonitord of actief beveiligd. Dat is niet eens zo heel verrassend. In december 2015 kwam er ruim een miljoen euro vrij vanuit de gemeente om de beveiliging voor Joodse religieuze en maatschappelijke instellingen in Amsterdam op te schroeven. Joodse ondernemers vielen hier niet onder – zij moeten hun beveiliging zelf bekostigen. De ondernemers in de Kastelenstraat in Buitenveldert, waar zich het gros van de Joodse winkels bevindt, ‘profiteerden’ echter van het feit dat de beveiliging voor de hele straat wel werd verhoogd. Hierdoor kwamen zij ook binnen de reikwijdte van de politiebeveiliging te liggen.

Op eigen kosten
“Als winkelier krijg ik geen geld om de winkel te beveiligen, dat heb ik op eigen kosten moeten doen,” zegt Michiel Cornelissen van delicatessenwinkel Mouwes in de Kastelenstraat. “Op vrijdag staan er meer mensen in mijn winkel dan in sjoel. Die moeten we beschermen.” Cornelissen pleitte samen met de andere winkeliers bij de gemeenteraad voor extra geld en had ook een ontmoeting met Van der Laan over de kwestie. “De dialoog met de Amsterdamse politiek ging moeizaam, omdat het geld geoormerkt was voor Joodse religieuze en culturele instellingen, dus niet voor ons.”

Stichting Bij Leven en Welzijn, het adviesorgaan ter bescherming van de Joodse gemeenschap in Nederland, ging een nauwe samenwerking aan met de winkeliers in Buitenveldert. Het contact met de organisatie is goed, beaamt Claudia Koppert-Van Nieuwekerk als exploitant van de koosjere broodjeszaak Sal Meijer. Als Joodse ondernemer heeft ze geen onveilig gevoel, maar er zijn voor de lunchroom wel op eigen kosten veiligheidsmaatregelen genomen. “Als er geld vrijkomt voor extra beveiliging, zullen we daar zeker aanspraak op willen maken. Ook wij willen de risico’s zo klein mogelijk maken.”

‘We gaan niet wachten op de volgende gek met kwade bedoelingen’

Te vroeg om te juichen
Dat geld lijkt dichterbij te zijn dan twee jaar geleden. In juli kreeg een voorstel van D66 en de VVD om een ton vrij te maken voor de winkeliers een meerderheid van stemmen in de gemeenteraad. Het is nog te vroeg om te juichen – de aangenomen motie moet nog langs het college van Burgemeester en Wethouders. Een woordvoerder van de Gemeente Amsterdam laat het NIW weten dat het besluit nog twee à drie weken op zich laat wachten.

“Dat er nu mogelijk wel geld vrijkomt is vooral te danken aan de inzet van VVD’ers Ron Eisenmann, Marianne Poot en Dilan Yesilgöz-Zegerius en de mensen van Bij Leven en Welzijn,” aldus Cornelissen. Maar mocht het geld beschikbaar worden gesteld, dan moeten de winkeliers nog steeds een derde zelf bijdragen aan de beveiliging. “De motie gaat uit van een verdeling van de kosten: een derde voor gemeente, een derde voor de ondernemer zelf en een derde voor ondersteunende stichtingen zoals Cefina en Maror.” Cornelissen heeft in ieder geval een duidelijk beeld van wat er moet gebeuren wanneer er geld voor zijn winkel vrijkomt: “Dan gaan we Mouwes verbouwen en worden de veiligheidsmaatregelen pas echt zichtbaar. We gaan niet wachten op de volgende gek met kwade bedoelingen.”