Erfpacht voor Namenwand

ANP-23205662-568x378De gemeente Amsterdam wil de veel bediscussieerde namenwand financieel ondersteunen met gelden uit de Joodse erfpachtpot.

Als het aan de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan ligt, krijgt het Nederlands Auschwitz Comité een deel van de erfpachtgelden om hun namenwand in het Wertheimpark te realiseren. Het initiatief van de burgemeester komt op het moment dat de discussie in Joods Nederland omtrent de namenwand in alle hevigheid is losgebarsten. ‘Voor dode Joden is altijd geld… Liever vijf miljoen voor Joodse dagscholen, dat is levend jodendom’, schreef NIK-secretaris Ruben Vis twee weken geleden in een ingezonden opiniestuk in het NIW. Of zoals oud-JMW-voorzitter Harry van den Bergh het vorige week in zijn column op de Crescas-website formuleerde: „Ik kan mij niet voorstellen dat een nieuw monument tot een prijskaartje leidt van vijf miljoen euro. En dat in een Joodse gemeenschap waar om financiële redenen klassieke monumenten als de bejaardenzorg omvallen en waar nog altijd gebrek is aan een stevige infrastructuur van duurzame voorzieningen.” Afgevaardigden van verschillende Joodse organisaties, waaronder het CJO, NIHS, LJG en PIG, zijn inmiddels – als deel van een klankbordgroep – in gesprek met de gemeente over de verdeling van de gelden.

De kwestie over de erfpachtbetalingen kwam in maart 2013 aan het licht tijdens de digitalisering van dossiers van Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam. Joodse slachtoffers bleken na de Tweede Wereldoorlog alsnog te zijn aangeslagen en beboet door de gemeente voor het niet betalen van hun erfpacht tijdens de oorlogsjaren. Een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) – dat voor 1 april 2014 afgerond moet zijn – moet uitwijzen om hoeveel geld het precies gaat.

Volgens woordvoerder Iris Reshef van de gemeente Amsterdam is de Joodse gemeenschap nauw betrokken bij het onderzoek naar de erfpachtgelden. „De burgemeester heeft gezegd dat Joods Amsterdam uiteraard ook zal worden betrokken bij de besteding van eventuele restmiddelen. Mocht er geld overblijven dat niet aan nabestaanden kan worden uitgekeerd, dan zou Amsterdam kunnen denken aan het ondersteunen van initiatieven als de namenwand van het NAC en het Sjoa-museum van de Hollandsche Schouwburg. Zo heeft burgemeester Van der Laan geopperd,” aldus de woordvoerder, die laat weten dat de gemeente op de hoogte is van de discussie omtrent de namenwand. Op de vraag wat de burgemeester van de discussie vindt en of het invloed kan hebben op zijn standpunt, wil de woordvoerder niet ingaan.

Klankbordgroep

Afgevaardigden van verschillende Joodse organisatie die met de gemeente om de tafel zitten, laten weten dat er nog niks is besloten over de verdeling van de gelden. „Het onderzoek is nog niet afgerond en er zijn nog helemaal geen bedragen bekend,” zegt Eron Wolf (NIHS). Of hij het idee van de burgemeester – om een deel van de gelden aan het Nederlands Auschwitz Comité te geven – steunt, daar laat hij zich niet over uit. „Ik ga niet voor mijn beurt praten. Als klankbordgroep zijn we nog steeds in gesprek. We zullen in ieder geval één geluid laten horen.”

Jigal Markuszower, die namens het Centraal Joods Overleg in de klankbordgroep zit, heeft wel een idee hoe het geregeld zou moeten worden „Wij houden vast aan een Maror-formule. Eerst de nabestaanden compenseren en daarna, als er geld over is, de Joodse gemeenschap in de breedste zin,” aldus Markuszower. „Maar uiteindelijk ligt het laatste oordeel bij de gemeenteraad. Zij nemen het officiële besluit.”

Hoe dan ook, het is aan de Joodse gemeenschap om te bepalen wat er met het geld gebeurt, niet aan de gemeente, vindt Ronny Naftaniel. Hij neemt namens Platform Israël deel aan de gesprekken. „Bij de onderhandelingen met de regering, eind jaren 90, over restitutie van Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog speelde er zich een zelfde soort probleem af. De regering dacht dat zij kon bepalen waar het geld naartoe zou gaan. Daar zijn we toen hard tegenin gegaan, en met succes.”

Mocht er geld vrijkomen voor de namenwand en het Sjoa-museum, dan zou dat ‘prachtig zijn voor beide projecten, mits alle slachtoffers en nabestaanden gecompenseerd zijn’, laat Joël Cahen, directeur van het Joods Historisch Museum, weten. „Wij helpen het Nederlands Auschwitz Comité ook met de invulling van de namenwand. Dat is een delicate kwestie.” In 2009 toonde Cahen zich in Het Parool nog een uitgesproken tegenstander van het plan voor de Namenwand.

Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, is niet op de hoogte van een eventuele erfpachtdeal. „Maar als de gemeente ons geld wil geven, dan juich ik dat zeer toe. Inmiddels hebben we een kleine 15.000 steunbetuigingen en stromen de donaties binnen, van Joden en niet-Joden,” zegt Grishaver. De discussie die nu ontstaan is verbaast hem allerminst. „Als je iets nieuws wilt neerzetten, is er altijd discussie. Maar om te gaan spreken van dode en levende Joden, zoals Ruben Vis deed in zijn column, vind ik onsmakelijk. We zijn al jaren bezig met het monument, hebben talloze bijeenkomsten gehad en hebben alle opties bekeken. Het Wertheimpark is de beste optie.”

1 Comment

  1. Ruben Vis heeft groot gelijk. Het geld kan beter besteed worden aan levende Joden. Volstrekt belachelijk om de Joodse gemeenschap te laten betalen voor een monument ter herinnering van hetgeen haar aangedaan. Laat de medeplichtige overheid het maar betalen. Zie het als boetedoening.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*