Elie Wiesel: geweten der mensheid

NIW7638_01Elie Wiesel streed zijn leven lang tegen een herhaling van de ontmenselijking die kenmerkend was voor de Holocaust. Hij overleed afgelopen week op 87-jarige leeftijd.

A-7713 tatoeëerden de nazi’s op de linkerarm van de jonge Elie. Hij gaf geen krimp toen zijn vader in Buna, een werkkamp bij Auschwitz, door kampbeulen met een ijzeren staaf in elkaar geslagen werd. Hij was murw door uithongering, kou en de dagelijkse wreedheden en kon, als een dier, alleen nog maar denken aan zijn volgende bord soep en korst brood. Toen zijn vader uiteindelijk in Buchenwald stierf, kon Elie niet huilen. ‘Mijn tranen waren op,’ schreef hij later. Zijn moeder en jongere zus waren toen al vergast. Van het uit Roemenië afkomstige Joodse gezin overleefden hij en zijn twee oudere zussen.

Lazarus
Na de bevrijding kwam de 17-jarige Wiesel in Frankrijk terecht, studeerde literatuur, filosofie en psychologie en werd journalist voor Franse en Israëlische kranten. De eerste tien jaar hield hij de kaken stijf op elkaar als het over zijn eigen oorlogservaringen ging. Zijn goede vriend, ex-verzetsman en Nobelprijswinnaar François Mauriac overreedde hem zich toch te uiten. Hij zag in hem ‘Lazarus, opgestaan uit de dood’ met ‘de dood van God in de ziel van een kind’.
In 1958 verscheen La Nuit, over zijn ervaringen in de kampen. Het is een ingekorte versie van zijn 862 pagina’s tellende memoires in het Jiddisj. Er werden de eerste 18 maanden maar 1046 exemplaren van verkocht. “Men wilde toen niets van de Holocaust weten,” zei Wiesel in 1985 tegen Time Magazine. Dat veranderde na het proces tegen Eichmann in Israël (1961-’62). De wereld begon toen de omvang van de Holocaust te bevatten. Nacht is sindsdien in 35 talen verschenen (in 2006 in het Nederlands). Alleen al in Amerika is het zo’n tien miljoen keer verkocht. Het werd een standaardwerk over de Holocaust. In totaal schreef Wiesel zestig boeken. Hij was een van de eersten die de bijna twintig jaar durende ‘muur van stilte’ na de Holocaust doorbrak.

Mensenrechten
Toen in de jaren 50 bleek dat Frankrijk Wiesel weigerde te naturaliseren trok hij naar Amerika, waar hij professor in de geesteswetenschappen werd aan de universiteit van Boston. Mede op zijn initiatief kwam het United States Holocaust Memorial Museum in Washington tot stand. Jaarlijks reikt dit instituut de Elie Wiesel Award uit, aan mensen die zich inzetten tegen racisme. Wiesel sprak zich, in zijn boeken en talloze lezingen wereldwijd, regelmatig uit tegen mensenrechtenschendingen in landen zoals Argentinië onder de junta, Zuid-Afrika onder het apartheidsregime en tegen de massamoorden in Cambodja, Soedan, Rwanda en Bosnië.
In 1986 kreeg hij de Nobelprijs voor ‘zijn boodschap van vrede, verzoening en menselijke waardigheid’, een van zijn dertig internationale prijzen. Ook bezat hij zo’n twintig eredoctoraten binnen en buiten Amerika. Hij was bevriend met zes Amerikaanse presidenten. President Obama beschreef hem als ‘een levend gedenkteken’ en voegde daar na zijn dood aan toe: “Hij vroeg ons, als volkeren en als individuen, onszelf in elkaar te zien en ‘never again’ waar te maken.”
Wiesel was een fervent pleitbezorger van de staat Israël. Hij verzette zich zoveel hij kon tegen het ontwikkelen van kernwapens door Iran, want, zei hij, ‘hun bedoelingen zijn duidelijk’. Wiesel veroordeelde Hamas voor het gebruiken van kinderen als menselijk schild tijdens de Gaza-oorlog in 2014 en was voorstander van het uitbreiden van de Joodse bevolking in Oost-Jeruzalem. “Jeruzalem wordt zeshonderd keer in de Bijbel genoemd en niet één keer in de Koran – ze behoort het Joodse volk toe en is veel meer dan een stad.”

Gezicht van een beest
Wiesel worstelde jarenlang met zijn schuldgevoel over het overleven, zijn eigen ontmenselijking in het kamp, en met zijn twijfel aan een God die deze wreedheden blijkbaar maar liet gebeuren. Een ongekend scherpe inkijk in deze strijd werd onlangs nog in Wiesels archief aan de universiteit van Boston ontdekt: een Hebreeuwse bewerking van Nacht uit de late jaren 50, die was zoekgeraakt
tussen ongeveer één miljoen documenten. Daarin schrijft hij onder meer: ‘Was ik meteen na de bevrijding maar een paar dagen teruggegaan naar mijn vroegere woonplaats Sighet, om wraak te nemen op de buren die lachend toekeken toen we werden weggevoerd. Toen leerde ik het werkelijke gezicht van de Hongaar kennen: het wrede gezicht van een beest.’
In een andere passage spreekt hij van de ‘eeuwig optimistische Joden, die geloofden dat hen niets zou overkomen, daarmee psychologische wegbereiders van de genocidale natie en valse profeten.’ Deze versie, aldus de ontdekker historicus Joel Rappel, die het Wiesel zelf vroeg, was bestemd voor de lezers in Israël – ‘dus legde hij meer nadruk op het Joodse aspect.’ Het was een hardere, maar evenzeer menselijke Elie Wiesel die bovenstaande woorden schreef.

‘Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid’

Door de rouw, woede en nawerking van de ontmenselijkingsnachtmerrie in het kamp heen, kwam Wiesel tevoorschijn zoals we hem kennen, met uitspraken die dagelijks nog vele malen de wereld rondgaan. “Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid.” “Je afzijdig houden helpt de onderdrukker, nooit de onderdrukte.” “Geen mensenras is superieur; geen enkel geloof is inferieur.” “Elk collectief oordeel is fout. Alleen racisten doen dat.” “Wat abnormaal is, is dat ik normaal ben. Dat ik de Holocaust overleefde en daarna van mooie meisjes hield, praatte, schreef en genoot van toast met thee.”

 

Avraham Soetendorp: ‘Een morele stem’
“Elie Wiesels boek The Jews of Silence uit 1966 ging over de onderdrukking van de Joden in de toenmalige Sovjetunie. De titel was bedoeld om ons als Joodse gemeenschap in het Westen daarvan bewust te maken en actie te laten ondernemen. Dat was het begin van ons Solidariteitscomité, opgericht in 1970 met een grote demonstratie in de Snoge. In 1971 was Wiesel bij het congres over de Russische Joden in Brussel. Daarna kwam de aandacht goed op gang en dat is een enorme verdienste van Wiesel. Hij liet een morele stem horen toen dat absoluut nodig was. Niet wegkijken was zijn thema. Hij vroeg zich ook af waarom Joden in bijvoorbeeld Amerika niet meer invloed hadden uitgeoefend op hun regering toen berichten over de gaskamers hen bereikten. Hij beschreef de massamoord bij Babi Yar en vertelde dat dat dicht bij een hoofdweg lag, dus mensen moeten het schieten en schreeuwen hebben gehoord. En toch hebben ze weggekeken. Wiesel had het over de gesloten deuren van de wereld, ook voor vluchtelingen van nu. Ik bezocht hem regelmatig thuis, in New York, om met hem te filosoferen. Hij kwam altijd met voorbeelden uit het jodendom, chassidische vertellingen, de Talmoed. Hij vertelde me dat hij elke dag om vier uur ’s ochtends opstond om te gaan werken en studeren. Zo bewogen was hij.”

 

Ronny Naftaniel: ‘‘ Boodschapper aan de mensheid’
“Ik ontmoette Elie zeven jaar geleden toen hij het Hongaarse parlement toesprak. In zijn ogen zag ik dat hij ‘de dood van God in de ziel van een kind’, wat zijn vriend Mauriac in de jaren 50 bij hem zag, omgezet had in die vaneen boodschapper aan de mensheid. Hij had, met zijn tengere verschijning, een buitengewoon heldere, dwingende, licht-ironische blik. De Hongaarse staatsmedaille die hij had gekregen stuurde hij overigens weer terug, omdat hij vond dat de regering in Boedapest precies het tegendeel deed van zijn advies om Holocaustontkenning stra!aar te stellen en openheid te geven over haar eigen rol in de oorlog. Er werd in dat land zelfs een standbeeld voor WO II-fascistenleider Horthy opgericht. In Nacht beschreef Wiesel hoe hij de eerste nacht in Auschwitz zijn geloof verloor, terwijl hij was opgegroeid in een typisch Oost-Europese orthodox-Joodse familie die de Talmoed las en daarover discussieerde. Echter, aan het eind van zijn leven heeft hij zich buitengewoon inzet voor Chabad, een terugkomst in het jodendom. Hij was het geweten van de mensheid en tegenpool van de wegkijkers van deze wereld. Zijn boeken zullen eeuwig blijven.”

 

Zie ook het interview van David Hammelburg met Elie Wiesel in NIW 30 van 2013, te vinden op niw.nl.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*