Elegant tot op het bot

FemmetjeZe vertaalt haar persoonlijke interesses steevast in commerciële successen, fijnzinnigheid is de eigenschap die ze het meest bewondert in haar vader en ooit wil ze weer in Israël wonen, maar nu even niet: uitgever, schrijfster, columnist en voormalig Jackie-hoofdredacteur Femmetje de Wind. Toen ik klaar was met mijn studie dacht ik: nu heb ik aan alle eisen voldaan. Ik heb twee studies gedaan, letteren en rechten, omdat ik dacht dat mijn ouders dat fijn zouden vinden.” Femmetje de Wind (39) legt in het kantoor van haar bedrijf, uitgeverij Wind Publishing, uit welk traject ertoe leidde dat ze de hoofdredacteur van modetijdschrift Jackie werd. Na een stage bij PWC (‘ik zat op een kantoor bij een vrouw en moest noteren hoeveel minuten ze aan de telefoon zat of aan een brief schreef’), werd ze benaderd door Yves Gijrath. Hij liep rond met het idee voor het tijdschrift Miljonair en zocht iemand om het tijdschrift te runnen. „Ik had nog nooit een blad gemaakt, en ik had geen enkele ervaring met mensen aansturen, of met drukkers. Iedereen verklaarde me voor gek, dat ik op een bedrijventerrein in Amstelveen een tijdschrift ging maken.” Maar geholpen door de tijd stond het tijdschrift binnen een half jaar op de kaart. „Het concept van Miljonair was een schot in de roos. Mensen hadden geld, hoge hypotheken. De sky was de limit.” Bij GMG (Gijrath Media Groep) kreeg ze voor het eerst de kans om haar eigen interesses te vertalen naar iets waar je geld mee kunt verdienen. Een kunstje dat ze later vaak herhaalde. „Het allerleukste van het maken van Miljonair vond ik het schieten van de cover. Dan ging ik met een stylist naar Marbella en huurden we een helikopter en gingen we een beeld ensceneren. We schoten een cover en een modereportage erachteraan. Op een gegeven moment zei Yves tegen mij: ‘Jij maakt de hele tijd vrouwendingen. Vind je het niet leuk om dat in te bedden in iets anders?’” Zo ontstond Jackie. Van dat tijdschrift was De Wind niet alleen de bedenker maar ook zes jaar lang de hoofdredacteur. Hoe komt een intelligente vrouw met diepgang terecht in de wereld van mode en glamour? „Het oorspronkelijke idee was om een tijdschrift te maken voor hoogopgeleide vrouwen, die ook interesse hadden in mode. Op dat moment bestond dat nog niet in de vorm die wij voor ogen hadden. Je had nog geen Linda, geen JAN, geen Esta. Alleen Elle of Cosmopolitan. Er was niets tussenin. Toen we begonnen wilden we een soort Quote voor vrouwen maken. Het ging over werk en carrière, maar ook over jurkjes en lippenstiften. Maar na een jaar kregen we opeens enorm veel concurrentie. We waren te breed, moesten meer focus hebben. En toen hebben we, gedreven door concurrentie en onder invloed van de commercie, besloten er een modetijdschrift van te maken. En toen zat ik in iets waarvan ik nooit had gedacht dat ik het wilde. Ik vond die wereld wel heel interessant, als biotoop. Ik ging naar Parijs, Milaan, New York. Dat was gewoon heel leuk, er werd op dat moment heel veel geld uitgegeven en verdiend. En ik was vrijgezel. Ik dacht: dit maak je nooit meer mee. Toen ik klaar was met Jackie vroeg iedereen: ‘Wat ga je nu doen in de mode?’ En ik: ‘Mode? Daar heb ik helemaal niets mee.’”

Weg

Aan het einde van haar loopbaan bij Jackie kreeg De Wind twee kinderen in anderhalf jaar. „Toen was mijn interesse in de dingen waar we over schreven in Jackie gewoon weg.” Ze ging met haar partner en kinderen op wereldreis. Onderweg bleef ze wekelijks haar column voor De Pers schrijven. Vlak voor vertrek schreef ze met Mirjam van de Broeke (de huidige hoofdredacteur van de Quote) de bestseller Wat wil de man?. Het was als het ware een vertaling van de zoektocht die ze zelf had gemaakt naar een geschikte levenspartner. Weer lukte het De Wind om haar eigen interesses te vertalen in een commercieel succes. Heeft ze dat van huis uit meegekregen? „Mijn moeder is 25 jaar hoofdredacteur van de Knip geweest. En mijn vader heeft altijd met stoffen gewerkt. Maar ik denk dat het ook wel een beetje in mijn aard zit. Als kind organiseerde ik al voorstellingen in de tuin. Mijn moeder stond dan de hele middag pof- fertjes te bakken en ik ging langs alle huizen, uitnodigingen rondbrengen. Voor 2,50 mochten ze de voorstelling zien en poffertjes eten. Ik vind het leuk om iets te bedenken, maar ik vind het ook heel leuk om het uit te voeren.”

Joods

Haar jeugd werd gevuld met de enorme leegte van een familie die er niet was. Haar vader was al twintig toen de oorlog uitbrak en hoewel hij en zijn ouders overleefden, werd de rest van de familie vermoord. „Er werd de hele dag gesproken over familie die er niet meer was.” Haar moeder, een stuk jonger dan haar vader, is van origine niet Joods maar kwam uit bij de LJG. „Toen wij geboren werden hebben mijn ouders besloten ons een Joodse opvoeding te geven. We gingen wel naar sjoel, maar toen ik naar de middelbare school ging speelde de rechtszaak met Aram Brucker [die niet werd toegelaten op het Maimonides Lyceum omdat zijn moeder bij de LJG was uitgekomen, red.]. Dat was heel confronterend. Aan de ene kant ben je ‘vervolgd’, en aan de andere kant word je afgewezen. Bij niet-Joden ben je altijd Joods en bij Joden ben je niet-Joods. Dus je zit altijd in een soort van raar niemandsland. De LJG was toen nog niet zo groot en de initiatieven voor jongeren kwamen vooral vanuit de NIHS. Ik ging altijd naar ‘Dizengoff’, een Joodse disco, maar toen er een weekend was mocht ik niet mee. Dat is heel pijnlijk. Ik was 12 of 13, zat net in de brugklas. Het is een scène in mijn boek geworden (waarover later meer), het moment dat mijn vader gebeld wordt om te vertellen dat ik niet mee mag. Mijn vader springt zowat uit zijn vel en roept: ‘Veertig jaar geleden mocht ze wel mee op kamp hoor!’”

 

Lees het hele stuk in NIW 34

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*