Een voorzichtige toenadering

Rav Aron Schuster z.l.
Rav Aron Schuster z.l.

In diverse Joodse organisaties heerst chaos en verdeeldheid. Toch is er ook een positieve ontwikkeling te melden en wel op het gebied van een beroemde, of zo u wilt beruchte psak uit 1966.

Het is al jarenlang onderwerp van heftige discussies en bittere ruzies tussen ‘vromen’ en ‘liberalen’, de psak die de orthodoxe rav Schuster z.l. in 1966 uitvaardigde ten opzichte van de Liberaal Joodse Gemeenschap. Een psak is een soort rabbinale ban, waaraan de leden van een gemeenschap zich dienen te houden. Hoewel slechts weinigen de ins en outs van de psak van Schuster kenden, zette die destijds de verhoudingen tussen orthodox en liberaal op nog scherper dan ze al waren. De psak werd door velen aan het NIK (Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap) verbonden kehillot geïnterpreteerd als een verbod om zelfs maar een voet op ‘liberale bodem’ te zetten. Ook als er een bijeenkomst werd georganiseerd die op zich niets met het jodendom als religie te maken had.

Lijvig rapport
Uiteraard waren er in de loop der jaren personen die aangesloten waren bij de orthodoxie, maar zich van de psak toch niets aantrokken, zoals bijvoorbeeld Bloeme Evers z.l. Enige tijd geleden kwamen er vragen van leden van de NIHS bij het kerkgenootschap binnen over de mogelijkheid of onmogelijkheid om aanwezig te zijn bij activiteiten in het gebouw van de LJG. De LJG, zo is bekend, organiseert immers niet alleen sjoeldiensten en religieuze bijeenkomsten, maar ook culturele en politieke evenementen. Naar aanleiding van deze vragen werd een lijvig rapport samengesteld door Michael Bloemendal dat begin dit jaar werd gepubliceerd. In een brief van NIHS-bestuursleden David Brilleslijper en Ruben Troostwijk, geaccordeerd door dayan E. Wolff van het Beth Din Amsterdam, staat te lezen: “Duidelijk is dat de NIHS en Reform (LJG, NVPJ) een verschillende religieuze achtergrond hebben.” En verder is onder bepaalde voorwaarden “samenwerking met de Reform tot op zekere hoogte mogelijk, bijvoorbeeld als dat gaat om contacten naar derden toe, mits tijdens deze contacten geen meningen worden uitgedragen die afwijken van die van het jodendom zoals geïnterpreteerd door het rabbinaat van de NIHS. Van een verbod op het betreden van een gebouw van de Reform is geen sprake. Wel is religieuze/liturgische samenwerking onwenselijk.”

Baanbrekend
Vooral het oordeel dat je als orthodoxe Jood nu dus wel het gebouw van de LJG mag betreden, wordt door velen als baanbrekend gezien. De LJG stelt in een reactie: “Het NIHS-bestuur verdient lof omdat het duidelijkheid heeft willen scheppen over de betekenis van de Psak Din van Rav Schuster z.l. uit 1966. Hulde aan Michael Bloemendal die een overzicht van de historische feiten opstelde. Belangrijk is vooral de mede door dayan Wolff onderschreven conclusie dat ‘van een formeel verbod op het betreden van het gebouw van de LJG geen sprake is’. Hopelijk neemt het de laatste barrière weg voor orthodoxen die geïnteresseerd zijn in ons omvangrijke Joods-culturele programma, maar aarzelden vanwege deze psak.”

‘Hopelijk neemt het de laatste barrière weg voor orthodoxen die geïnteresseerd zijn in ons omvangrijke Joods-culturele programma, maar aarzelden vanwege de psak’

Het is een stapje in de normalisering van de betrekkingen tussen de twee belangrijkste stromingen in Joods Nederland. Maar er is nog voldoende om over te discussiëren, want de reactie gaat verder: “Maar er blíjft een verbod op het bijwonen van LJG-diensten. De door dayan Wolff geaccordeerde conclusies van de NIHS-voorzitter en een bestuurslid noemen de basis van dit verbod het feit dat het liberale jodendom ‘het Opperwezen niet als onze wetgever ziet en/of ontkent dat G’d Zijn wil aan een heel volk van buitenaf heeft geopenbaard’. En: ‘Het Reformjodendom is een negatie van het historisch jodendom van de NIHS’.” De LJG is het niet eens met deze stelling, legt in de bewuste brief uit waarom, en vervolgt: “De psak heeft sinat chinam, haat om niets, opgeroepen, heeft broeders opgezet tegen broeders. Het slachtoffer is de Klal Jisraël. In de conclusie van Dayan Wolff wordt een stap gezet om het gedane onrecht weg te nemen. Een klein stapje misschien, maar de betekenis is groot. Het maakt mogelijk de weg vrij voor een oprechte discussie lesjeem sjamajim, zónder wrok en mét respect voor elkaar en voor G’d.”
De reactie is ondertekend door Ron van der Wieken (voorzitter van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom), rabbijn Menno ten Brink en de voorzitter van LJG-Amsterdam, Fred Salomon.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in de discussie over de interpretatie van de halacha en de hele inhoud van de bewuste brieven verwijst het NIW naar de websites van de NIHS en de LJG.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*