Een moreel appèl

David Goudsmit en Jonathan Soesman. Foto: Esther Voet
David Goudsmit en Jonathan Soesman. Foto: Esther Voet

Kortgeleden vond een wisseling van de wacht plaats in de top van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). Jonathan Soesman vertrok als voorzitter van de Permanente Commissie, David Goudsmit volgt hem op. Met het NIW blikken ze terug op roerige tijden en werpen ze een blik op de toekomst.

Veel NIW-lezers hebben het gevoel dat de Permanente Commissie (PC) een soort ‘Joodse regering’ is, en de Centrale Commissie (CC) een soort Tweede Kamer van orthodox Joods Nederland. Kunnen jullie uitleggen hoe het echt zit?

Soesman: “Het NIK is een koepelorganisatie, wij zijn er primair voor de leden van orthodoxe gemeenschappen, de kehillot. We zorgen bijvoorbeeld voor de loeach [de Joodse almanak], onderwijs, kasjroet en de briet mila, de besnijdenis.
We dienen de belangen van de verenigde gemeentes en zijn dus een dienende organisatie. Maar het moet worden gezegd dat het een zeer hiërarchische organisatie is, dat is traditioneel zo gegroeid. De structuur dateert uit een tijd dat er nog veel meer Joden in Nederland waren. Die is nu topzwaar.”
Goudsmit: “De PC, zeg maar het dagelijks bestuur, wordt voor vier jaar gekozen. We hebben nu nog tien maanden te gaan. Het is belangrijk om gedurende die tijd keuzes te maken over wat we nog kunnen realiseren en wat niet meer.”
Soesman: “Voor sommige zaken heb je ook langer dan vier jaar nodig. Maar er zijn essentiële stappen gezet. Kijk bijvoorbeeld naar de briet mila. In het verleden werden mohaliem, degenen die de briet uitvoeren, gecontroleerd door een commissie waarin zij zelf zitting hadden. Dat was een ongewenste situatie: de slager die zijn eigen vlees keurt, zou je kunnen zeggen. Nu is er een onafhankelijke commissie met artsen en een onafhankelijke moheel, die toezien op de kwaliteit, zowel halachisch als medisch. Zij staan voortdurend in contact met de Wa’ad Haraboniem, de organisatie van rabbijnen. De briet is in essentie een religieuze handeling, maar ouders moeten er wel op kunnen vertrouwen dat het veilig, verantwoord en naar de modernste inzichten gebeurt. Binnenkort zullen er drie mohaliem zijn die de briet onder auspiciën van die commissie en de rabbijnen kunnen uitvoeren.”

‘Dat was een ongewenste situatie: de slager die zijn eigen vlees keurt, zou je kunnen zeggen’

Zijn er meer zaken die de afgelopen jaren verbeterd zijn?
Goudsmit: “Het NIK was een van de drijvende krachten achter een betere profilering van het CJO, het Centraal Joods Overleg, waar diverse Joodse kernorganisaties deel van uitmaken. Maror is klantvriendelijker geworden, ook daar hebben wij een stem in gehad.”
Soesman: “En er zijn grote tekorten weggewerkt, we zijn financieel relatief gezond. Dat komt ook door de uitgifte van kasjroetcertificaten, die jaarlijks zo’n 2,5 á 3 ton opleveren. Er zijn stemmen binnen het NIK die zeggen dat we te veel geld uitgeven. Ik snap niet waar dat vandaan komt. De begroting is vrijwel sluitend en door de CC goedgekeurd. Er zullen mensen zijn die het NIK een te grote organisatie vinden. En ja, de organisatie kan efficiënter en effectiever. Daarom kijken we nu ook of de Amsterdamse Joodse Gemeente (de NIHS) en het NIK meer kunnen gaan samenwerken, of die organisatorisch daar waar mogelijk in elkaar kunnen worden geschoven. Dat komt de effectiviteit ten goede.
Ik ben blij dat het convenant aangaande de sjechita, de rituele slacht, er ligt. Dat is echt in nauw overleg gegaan met rabbinaat en NIHS, en ondersteund door leidinggevende Europese halachische experts. Ook komt, in tegenstelling tot wat er door sommige partijen wordt gesuggereerd, de export van Nederlands kosjer geslacht vlees niet in het geding. Het gaat daarbij niet alleen om het kosjer slachten, maar ook om het gevoel dat we nog welkom zijn in Nederland en onze religie kunnen blijven beoefenen. Uiteindelijk gaat het er ook om dat we de toekomstige generatie Joodse jongeren kunnen aantrekken en vasthouden voor het jodendom. Daartoe moet nog heel veel werk verzet worden.
Goudsmit: “Wat we graag nog hadden bewerkstelligd is de reorganisatie van de structuur van Joods Nederland. De afstand tot de kehillot is te groot. Die moeten we verkleinen. We willen de organisatie, die van honderd jaar geleden dateert, kleiner en compacter maken. Voorstel is om de kehillot en sjoelgemeenschappen een rechtstreekse afvaardiging in de CC te geven, een soort raad van kehillot. Dus niet via de ressorten, zoals dat nu in elkaar zit, maar dat leden rechtstreeks worden gekozen. Dat maakt de organisatie en de communicatielijnen simpeler en directer. Dat is tot nu toe niet gelukt.”

Want dat voorstel is op veel weerstand gestuit. Er gaan bij de ressorten Rotterdam, Den Haag en het IPOR zelfs stemmen op om uit het NIK te stappen.
Soesman: “Veel mensen hebben het gevoel dat deze veranderingen een soort Amsterdam-tegen-de-mediene zijn, maar dat willen we helemaal niet. In ons plan willen we juist die dominantie voorkomen. We zijn heel ver gegaan om te proberen die twijfels weg te nemen, echt, daar heeft een aantal knappe koppen goed over nagedacht.”
Goudsmit: “Maar dat in ons plan de ressorten verdwijnen is een feit. Ook de huidige PC zou ophouden te bestaan, nu moeten daar mensen in die vanuit de CC gekozen worden. Wij zien liever dat mensen in de PC gekozen worden vanuit competentie. In het plan dat er ligt, zou de PC zichzelf zelfs overbodig maken.”

Hoe groot is de kans van slagen?
Soesman: “We hebben ervaren dat verandering van die structuur heel veel tijd kost.”
Goudsmit: “Dat hebben we onderschat. We hebben zaken te rationeel benaderd, dachten dat als we met goede argumenten kwamen, we partijen voor ons konden winnen, maar we hebben te weinig rekening gehouden met irrationele en vaak emotionele factoren. Dat is een wantrouwen dat uit het verleden komt. Daarin hebben we ons vergaloppeerd.”
Soesman: “Die Amsterdamse dominantie wordt wel zo gevoeld, dat het van hieruit wordt gestuurd. Dat wantrouwen hebben we inderdaad onderschat. En om zulke essentiële, grote aanpassingen in vier jaar te klaren, was te ambitieus. Het heeft meer tijd nodig. Daarnaast is men bang dat kehillot een deel van hun eigen vermogen kwijt zullen raken en dat dat zal vloeien naar de NIK/NIHS, wat echt niet zo is.”
Goudsmit: “Kijk, wij komen uit het bedrijfsleven, daarin ben je gewoon om doelen te stellen, maar binnen het NIK heb je te maken met ongeschreven regels, met afspraken uit het verleden die niet op schrift staan. Men is bang eigen kroonjuwelen en vermogen kwijt te raken. Maar het gaat ook over de status die men nu heeft, daardoor gaan grote veranderingen in kleine stapjes, dat vraagt vertrouwen, dus tijd.”
Soesman: “Aan het begin van onze periode hebben we gesteld: over vier jaar zitten we niet meer in deze structuur. Iedereen, ook de tegenstanders nu, zeiden toen: ga ervoor. Met die opdracht zijn we op pad gestuurd. Dus zijn we voortvarend te werk gegaan, hebben met alle partijen gesproken, en toen bleek de zaak toch anders te liggen.”

U heeft er de nadruk op gelegd, meneer Soesman, dat u om privéredenen bent afgetreden. Er wordt gesuggereerd dat dat ook gaat om het sjechita-convenant dat u heeft ondertekend. Kunt u daarin helderheid verschaffen?
Soesman: “Het is heel simpel, het voorzitterschap kost zoveel tijd en energie en in mijn privéleven gebeurt nu veel. Het NIK-voorzitterschap zoals ik dat in de huidige situatie vervulde, viel gewoon niet meer te combineren met mijn gewone werk en privéleven. Dat was niet meer verstandig voor mezelf en voor mijn gezin en voor het NIK. We hebben dus binnen de PC rollen gewisseld. Met de sjechita heeft het niets te maken, ik blijf lid van de PC en blijf dit dossier doen.”

U heeft enorm onder vuur gelegen. Ook persoonlijk. Hoe heeft u dat ervaren?
Soesman: “Laat ik het zo zeggen: ik heb de afgelopen maanden de mooiste kant van onze gemeenschap leren kennen, toen we in mijn familie werden geconfronteerd met ziekte en overlijden, maar ook de lelijkste kant, en dan gaat het om hoe sommigen met elkaar omgaan. Ik zou in dat verband graag een moreel appèl willen doen. Dat er weerstand en meningsverschillen zijn, dat kan. Maar we zetten ons allemaal in voor de toekomst van Joods Nederland. Mensen voelen zich daarbij zeer betrokken. Dat is best. Maar ik zie dat er door een kleine maar vocale groep heel veel op de persoon wordt gespeeld. Er wordt door bepaalde figuren bedreigd en geïntimideerd, er wordt een cultuur van angst geschapen, vertrouwelijke informatie wordt gelekt. En niet alleen binnen het NIK, maar ook rondom bepaalde andere instituten in Joods Nederland zie je dergelijk gedrag.”

Waarom noemen jullie geen namen en rugnummers?
Soesman: “Omdat wij ons niet willen verlagen tot hetzelfde niveau.”
Goudsmit: “Maar de aanvallen zijn in toenemende mate onder de gordel. Als wij in de pers moeten lezen dat bestuurders laks, dom en corrupt zijn, dan verbaast mij dat. Er vindt een verruwing plaats waaraan wij niet willen meewerken. Wij moeten wat dat betreft ook vaker de gedragscode, die helaas nodig is, erop naslaan. Nu wordt er, wanneer een bepaalde partij het ergens niet mee eens is, voortdurend en meteen gedreigd met rechtszaken en andere sancties, al dan niet persoonlijk. Waarom eerst niet even bellen om te vragen hoe het daadwerkelijk zit en er via overleg proberen uit te komen?”
Soesman: “Dat gedrag kost heel veel tijd en geld, gemeenschapsgeld, en levert uiteindelijk niets op. Is dit nu de manier waarop wij de toekomstige generatie van Joodse jongeren willen binden? Terwijl de buitenwereld er ook ongewenst deelgenoot van wordt gemaakt? Wij krijgen in politiek Den Haag te horen: ‘Gaan jullie zo met elkaar om?’ En ook worden er mensen in Den Haag te pas en te onpas van antisemitisme beschuldigd. Wij worden met dat soort extremen in politiek Den Haag geassocieerd, dat lijkt me geen goede zaak en het werkt averechts. Kijk, iedereen maakt fouten. Die hebben wij ook gemaakt. En er is niets mis met constructieve kritiek, maar wat de laatste maanden is gebeurd, is destructief. Het zou mooi zijn als de gemeenschap, over de volle breedte, zou laten zien dat we dit gedrag niet meer tolereren, dat dit niet de manier is waarop we met elkaar om willen gaan.”

‘We gaan door met de herstructurering, daar komen we niet op terug’

Zullen we verschil in leiding zien tussen Soesman en Goudsmit?
Goudsmit: “Ik hoop dat voor de laatste tien maanden voor de verkiezingen van de PC een stabiele situatie kan worden gecreëerd. De afgelopen weken hebben we de draad weer kunnen oppakken en al behoorlijk wat belangrijke besluiten kunnen nemen, want met al dat geruzie hadden we een behoorlijke achterstand opgelopen. We willen het vertrouwen terugwinnen en behouden. We gaan door met de herstructurering, daar komen we niet op terug.”
Soesman: “Kijk, ik ben meer een idealist en denk zeer vanuit een consensusmodel.”
Goudsmit: “Ik ben meer realist. En zal beslissingen die door een meerderheid worden gedragen, doorvoeren, met de wetenschap dat het onmogelijk is iedereen gelukkig te maken. Ik heb een zachte kant, maar stel duidelijke grenzen waarbinnen moet worden geopereerd. Als de vertrouwensbasis die er moet zijn, wordt geschonden, zal ik niet schromen actie te ondernemen. Ik ben meer van: we hakken nu de knoop door. Maar ik ben me zeer bewust van bepaalde onderstromen. Die zal ik ook echt in de gaten houden en ik sta ervoor open, mits via dialoog.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*