Dure Namenwand

Ruben Vis'' 2012Gastcolumn: Ruben Vis

Afgelopen zondag stond ik in het Wertheimpark. Van de 107.000 gedeporteerde Nederlandse Joden keerden er 5400 terug. Burgemeester Eberhard van der Laan memoreerde het in zijn toespraak bij het Nooit meer Auschwitz-monument. De voorzitter van het Auschwitz Comité vertelde dat er goed nieuws is. Voor de vermoorde Joden gaat er een Holocaust-namenmonument komen. Een aansprekende gedachte, maar er bestaat weerstand tegen het plan en die weerstand deel ik. 

Het Wertheimpark is niet meer dan een plantsoentje. Niet groter dan een voetbalveld en de enige openbare groene enclave in de verder volstrekt versteende binnenstad van Amsterdam. Je moet het weten te vinden. Onlangs zag ik vanaf een bankje in het park hoe een echtpaar met toeristengids in de hand het groen binnenliep om stil te staan bij het Nooit meer Auschwitz-monument. Zo’n namenwand in het plantsoentje zal het Auschwitz-monument in de schaduw stellen. De hemel, die alles heeft gezien, weerspiegelt zich in de gebroken glasplaten. Zal de ellenlange wand de boodschap van Jan Wolkers niet ontkrachten? Voor vijftig euro kan je één naam op de wand adopteren. Vijf miljoen euro gaat die namenwand dus kosten. Voor dat bedrag neergezet door Daniel Libeskind, de architect die het Joodse Museum in Berlijn bouwde. Dat zou in eerste instantie een bescheiden aanbouw worden van het 18e-eeuwse gebouw waarin het Berlijns Museum was gevestigd. Het ontwerp van Libeskind stelt de oudbouw nu op megalomane wijze volledig in de schaduw. Vijf miljoen euro. Is het niet een beetje veel, een beetje veel te veel? Om mij heen bleek al gauw dat ik niet alleen stond in mijn twijfel. ‘Voor dode Joden is altijd geld’, mopperde een mede-tweedegeneratiegenoot. ‘Liever vijf miljoen voor de Joodse dagscholen, dat is levend jodendom’. Het Wertheimpark is ook sociologisch een onbegrijpelijke keuze. Het park vormt de poort naar de Plantagebuurt. Domicilie van de Joodse gegoede burgerij. Het grootste gedeelte van Joods Amsterdam was in 1940 niet rijk of welvarend. Het merendeel was arm en was in de Jodenjacht het meest weerloos. Deze Joden hadden geen contacten, konden niets ‘organiseren’, beschikten niet over ‘vitamine R’. Ze woonden in de Jodenhoek, de buurt rond het Waterlooplein, met uitlopers naar de Transvaalbuurt, Oost, Watergraafsmeer. Vijf miljoen euro. Denkend over dat enorme bedrag liep ik terug van het Wertheimplantsoentje. Mensen eenmalig vijftig euro vragen om hun vermoorde familieleden te gedenken is – hopelijk, want dan heb je er maar weinig verloren – in wezen peanuts. Maar er zijn er helaas ook heel velen waar waarschijnlijk geen familieleden voor in de buidel tasten; omdat ze er simpelweg niet zijn. Laat een namenwand ons nooit wijsmaken dat het een remplacement kan zijn voor de graven die hen niet zijn gegund. Nog los van het idee dat we zelf voor een monument moeten betalen. Bewounes! Vijf miljoen euro. Kan het niet goedkoper? En zoek liever de verbinding met het alledaagse. Laat niemand vergeten dat die 107.000 werden gesepareerd en weggevoerd onder de ogen van hun buurtgenoten. Dit gedenkteken zou daar moeten staan waar de Joden hebben gewoond, geleefd en uit het hart van de samenleving zijn weggerukt. Kan het gedenkteken niet worden opgericht op een plek waar het gewone leven doorgaat? In plaats van in een stukje Amsterdam dat verder nauwelijks mensen trekt. Op mijn weg terug van het Wertheimpark pakte ik de metro. Peinzend over wat dan wel de juiste aanpak zou zijn voor het mens voor mens en naam voor naam herinneren, stond ik op het perron te wachten tot mijn metro zou arriveren. Oog in oog met die ellenlange muur aan de andere kant van de metrorails. Het openbaar vervoer: per tram, bus en trein werden de Joden afgevoerd. Waren er metro’s geweest dan zouden ze zeker zijn ingezet. Het Waterlooplein, waar de eerste razzia werd gehouden. Metrohalte Waterlooplein, direct verbonden met de wijze van deportatie. Nu een plek waar dagelijks duizenden ogenschijnlijk doelloos voor zich uit staren. Kijkend naar een wand vol namen. Met in hun hand een smartphone. Alleen nog een slimme applicatie waarmee de reiziger steeds een andere van de 102.000 namen op zijn phone op kan roepen. En de kosten? 102.000 namen op een bestaande muur schilderen en een voor de reiziger snel te bereiken digitale app van de namenwand; dat kan samen geen 5 miljoen euro kosten. Met 1, 2 of 3 procent ervan, ben je klaar. Vorige week zaterdag (…!) startte de inzamelingsactie voor de namenwand. Het benodigde bedrag is toen u dit nummer van het NIW opensloeg vast al bereikt. Ruben Vis is secretaris van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) 

7 Comments

  1. Volkomen mee eens. Hoeveel van de 102.000 hebben nog familie? En weer worden onverdroten de nabestaanden van de slachtoffers aangesproken geld op tafel te leggen. Dat lijkt toch wel heel veel op het nog steeds misselijk makende feit dat de gedeporteerde joden zelf de reiskosten voor hun enkele reis Westerbork-Bergen Belsen of Auschwitz moesten betalen!

    • Ik ben het niet met de tegenstanders eens. Ik ben geen nabestaande, ik ben niet-joods, en heb de naam van een vierjarig jongetje geadopteerd. Nu probeer ik alles wat mogelijk is over Noach, zijn ouders, broertjes en zusjes te weten te komen. Ik hoop vurig dat alle namen geadopteerd worden, dan zijn al die verloren mensen als het ware weer in ons midden terug.

  2. Er lijkt me hier sprake van een misverstand.
    Het gaat niet om het niet herinneren van een deel van de slachtoffers, het gaat er niet om 5 miljoen in de wacht te slepen, het gaat er om dat er geld gedoneerd wordt, punt uit.

    Misschien had de nadruk beter op ‘crowd funding’ kunnen liggen, maar het idee dat je de naam van iemand zou adopteren kan sommigen een duwtje in de juiste richting geven.

    Bovendien is dat juist een uitgesproken Joodse gedachte, de naam blijven noemen, maakt dat iemand nooit helemaal verloren gaat.
    Ik heb mijn oma’s naam geadopteerd, en als ik kon zou de namen van mijn overige vermoordde familieleden ook adopteren. In plaats daarvan geeft ik het adres van de website door aan de overlevende generaties.

    Er zijn er die op het idee gekomen zijn de naam te adopteren van iemand op wiens adres van voor zij nu wonen, de naam van een alleenstaande vrouw, die heel nadrukkelijk nu herinnerd wordt. Dat is toch mooi? Hoe dan ook KOMEN ALLE NAMEN OP HET MONUMENT te staan, er wordt niemand overgeslagen.

    Het metro idee vind ik zeer aantrekkelijk, maar dan wel gekoppeld aan het monument boven de grond. In Parijs bestaat dat al jaren (hoewel ik niet weet of ze nu of digitaal connecties leggen, hoewel dat voor de hand liggend zou zijn.

    En het Nooit Meer Auschwitz monument en de namenwand zullen elkaar niet bijten, hooguit een nog grotere kracht uitstralen.

  3. Toen ik hier van hoorde dacht ik, eindelijk een monument. En dat is het enige wat ik dacht. Heb meteen 24 namen geadopteerd, en ik ben nog niet klaar daarmee, ga meer namen adopteren. Wij Joden zijn erg goed in het ‘niet vergeten’. Overal ter wereld kun je dat goed zien. Wij hebben het doneren, de Tsedakah, uitgevonden. Een discussie hierover maakt mij misselijk. Wakker worden mijnheer Vis, u ontbreekt jiddishkeit.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*