‘Dit was geen verrassing’

Foto: Corbis
Foto: Corbis
Foto: Corbis

Na de aanslagen op een cartoonist en een synagoge likt Kopenhagen zijn wonden. Had dit voorkomen kunnen worden? „De autoriteiten hebben de dreiging onderschat.”

Denemarken toont zich diep geschokt, ook al hingen aanslagen zoals die van afgelopen weekend eigenlijk al jaren in de lucht. Dat was de teneur bij de solidariteitsbijeenkomst daags na de aanslagen waarbij Omar-El Hussein, een 22-jarige Deen van Palestijnse afkomst, twee burgers vermoordde en vijf agenten verwondde. Later werd hij zelf door de politie doodgeschoten.
„Maandagavond kwamen we met zo’n duizend mensen samen in de synagoge,” vertelt een aangeslagen Ilan Raymond, een Deens-Joodse arts. „Om samen te zingen, elkaar te troosten, en te proberen deze situatie te begrijpen. Na ruim een uur liepen we naar het plein waar de eerste aanslag plaats had gevonden, bij het debat over vrije meningsuiting. Ruim dertigduizend mensen uit de hele stad liepen mee. Het was een mooie gelegenheid om samen te rouwen, maar ook om te laten zien dat wij Joden ons niet uit het veld laten slaan door terrorisme.”
Ilan Raymond kende het slachtoffer van de schietpartij bij de synagoge, de 37-jarige Dan Uzan, politicoloog en fervent basketballer, goed. „Ik was zijn voetbalcoach toen hij jonger was. Dan was altijd heel positief en open, hij lachte veel. Hij woonde een tijd in Israël, maar is weer teruggekomen. Bij iedere Joodse feestdag was hij er om de synagoge te bewaken. Een groot deel van zijn leven heeft hij zich ingezet om anderen te beschermen.”

Machteloos
Zo ook afgelopen zondagochtend vroeg, toen in de monumentale 19e-eeuwse synagoge in het hart van Kopenhagen, ruim tachtig mensen bijeen waren om een bat mitswa te vieren. Omdat de nacht ervoor een dodelijke schietpartij had plaatsgevonden bij een debatcafé, waarvan de dader nog voortvluchtig was, werd Uzan vergezeld door twee politieagenten met machinegeweren. Die konden weliswaar een groot bloedbad voorkomen, doordat El-Hussein de feestzaal niet binnenkwam, maar de vrijwillige Joodse bewaker konden ze niet redden. Dat doet de vraag rijzen of Denemarken niet beter voorbereid had moeten zijn op een dergelijke aanslag. Er was immers al jaren sprake van terreurdreiging uit extremistische moslimhoek, na de Mohammedcartoons uit 2005, in de Deense krant Jyllandsposten. Deense Joden zijn al langer doelwit. In 1985 was er een bomaanslag op dezelfde synagoge. Toch was de Deense overheid tot nog toe relatief terughoudend met beveiligingsmaatregelen. Agenten en soldaten met machinegeweren zouden niet passen bij de traditionele Deense openheid.
Minister-president Helle Thorning-Schmidt stelde vlak na de terreurdaden dat de autoriteiten machteloos staan tegen zulke eenmansacties. Michael Gelvan, hoofd beveiliging van de Joodse gemeente van Kopenhagen, is het daarmee eens. „Dit was één maniak, een lone wolf. Daar kan geen beveiliging tegenop.” Toch pleit Gelvan voor meer beveiliging van Joodse instellingen: „De Joodse gemeenschap heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk aangedrongen op meer en betere beveiliging. Maar we hebben de overheid en politie er niet van kunnen overtuigen dat het nodig was. De autoriteiten hebben de dreiging onderschat.” Inmiddels staan er wel agenten met machinegeweren voor alle Joodse instellingen in Denemarken. Maar dat doet denken aan een verdronken kalf en een gedempte put.
„Vóór de aanslagen maakten politiepatrouilles een ronde langs Joodse instellingen, maar er was geen permanente bewaking,” vertelt Gelvan. „Die was er alleen bij Joodse feestdagen, niet tijdens reguliere sjabbatdiensten en zeker niet bij een privéaangelegenheid als een bat mitswa-feest. De verhoogde alertheid na de eerste aanslag is de redding geweest voor de feestgangers.”
Ook in Nederland erkennen autoriteiten de dreiging, maar willen desondanks geen soldaten met machinegeweren voor de deur, zoals in Frankrijk, België en nu ook in Denemarken het geval is. ‘We willen geen politiestaat’, luidt het credo. „Heel onverstandig,” vindt de Deense beveiliger Gelvan. „We moeten de realiteit onder ogen zien dat Joden overal een doelwit zijn geworden.” 

Slechte timing
Betekent dit nu dat de angst regeert in de straten van Kopenhagen? „Voor sommigen zeker,” zegt Ilan Raymond, vader van twee zoons. „Je kijkt toch even over je schouder als je je kinderen naar school brengt of als je naar sjoel gaat. Maar zelf ben ik niet echt bang.” Rabbijn Bent Lexner, voormalig opperrab bijn van Denemarken, reageert gelaten: „Dit verandert niets. We zijn natuurlijk geschokt, maar het leven gaat door, ook ons Joodse leven.” Er wordt dan ook verontwaardigd gereageerd op de alia-oproep van de Israëlische premier Netanyahu. Die greep de Deense aanslagen aan, net als die van vorige maand in Parijs, om Europese Joden op te roepen ‘massaal’ naar Israël te emigreren. Hij stelt daarvoor 40 miljoen euro beschikbaar. Rabbijn Lexner noemt het ‘zeer slechte timing, om zoiets nu te zeggen.’ „Mijn drie zoons zijn naar Israël verhuisd, maar dat deden ze omdat ze in Israël willen wonen. Niet omdat ze bang zijn in Denemarken te wonen. Ik hoop dat dit geldt voor alle mensen die naar Israël gaan.” Ilan Raymond: „Het is in Israël vele malen gevaarlijker dan in Denemarken. Het risico van een terreuraanslag is hier zeer, zeer klein. Ik ga elke dag op de fiets naar mijn werk, dat blijf ik doen.” Michael Gelvan doet Netanyahu’s oproep geïrriteerd af als ‘verkiezingsretoriek.’


Fabeltje
„De Joden hier voelen zich honderd procent Deense burgers,” zegt Otto Rühl, voorzitter van het Deens-Israëlisch Genootschap. „Bovendien voelen ze zich gesteund door de rest van de Denen, vanuit alle politieke partijen. Net als in oktober 1943 staat het Deense volk achter zijn Joodse gemeenschap.” Rühl doelt hiermee op de reddingsactie in de Tweede Wereldoorlog, waarbij bijna de voltallige Joodse bevolking van Denemarken, zo’n zevenduizend man, in vissersboten over de Oostzee naar het veilige Zweden werd gesmokkeld. Het verhaal gaat zelfs dat koning Christian X de straat op ging met een Jodenster om zijn solidariteit te tonen, wat overgenomen zou zijn door honderden Denen. Rühl: „Dat is een fabeltje. Niemand in Denemarken heeft ooit een Jodenster hoeven gedragen, daarin was Denemarken een uitzondering. Maar de reddingsactie heeft zeker plaatsgevonden. Als je Deense Joden vraagt hoe ze de oorlog hebben overleefd, zullen de meesten zeggen dat het dankzij de hulp van hun niet-Joodse medeburgers is geweest.”
Tegenwoordig telt de Deens-Joodse gemeenschap ongeveer vijfduizend mensen, van wie 90 procent in de hoofdstad woont. „Onze gemeente heeft 2200 leden,” zegt rabbijn Bent Lexner. „Daarnaast zijn er waarschijnlijk nog zo’n drieduizend die geen lid zijn. Het is moeilijk in te schatten.” ‘Heel Denemarken staat achter zijn Joden’, onderstreepte ook premier Thorning- Schmidt maandagavond. Maar hoe zit dat met de Deense moslims? „We hebben een sterke band met de moslimgemeenschap,” zegt beveiliger Michael Gelvan. Dit incident heeft niets te maken met ‘de’ moslims, dit was een geradicaliseerde eenling. Er zijn wel kwalijke statements geweest vanuit Hizb ut-Tahrir, een internationale, extremistische organisatie die ook hier actief is, maar dan hebben we het over slechts 85 mensen. Ze weigerden de aanslag te veroordelen, dat viel te verwachten. Het is niet wij tegen de moslims, het is heel belangrijk dat te benadrukken.”
Otto Rühl van het Deens-Israëlisch Genootschap is minder gerust: „Ja, er waren moslims die bloemen legden bij de synagoge. Er waren spandoeken met teksten als ‘Joden en moslims laten zich niet dwingen vijanden te zijn’. Maar natuurlijk was deze man niet alleen. Er zijn handlangers gearresteerd. Er zijn anti-Joodse gevoelens onder een deel van de moslimgemeenschap.” Kan een dergelijke aanslag weer gebeuren? Rühl, na een stilte: „Helaas wel. Deze dader is niet in Syrië geweest, maar er komen steeds meer jihadisten terug. Dus ja, het kan helaas altijd weer gebeuren.”

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*