Dienstbaar en bescheiden

Fred Salomon_Sarah  WhitlauPer 1 juni heeft de LJG Amsterdam een nieuwe voorzitter. Wie is Fred Salomon?

Ik ben helemaal niet Joods opgevoed,” begint Salomon (1948) zijn verhaal. Het uitzicht over Amsterdam vanuit zijn appartement op de zevende verdieping is adembenemend. „Ik ben een van die kinderen van wie het verleden van de ouders onbespreekbaar was. Pas in de loop van mijn jeugd kwam ik erachter wat mijn achtergrond was, bij toeval min of meer.” Toen er een Joods meisje in zijn klas op het Leeuwarder gymnasium kwam werd hij wakker geschud. „Het was niet zo dat ik helemaal niets wist, maar door dat meisje werd het wel bespreekbaar. Mijn ouders hebben nooit uit zichzelf iets verteld, ik kwam er alleen achter door te vragen.” Het leidde tot wezenlijke belangstelling voor het jodendom. Hij begon op zijn 14e Hebreeuws te leren. Een orthodoxe rabbijn kwam daarvoor speciaal uit Amsterdam. Gedurende de daaropvolgende jaren verdiepte hij zich steeds meer in het jodendom. „Dat ging met horten en stoten. Ik las veel, ik was geïnteresseerd. Gaandeweg leerde ik mensen kennen en maakte ik vrienden.”

In 1987 werd hij, met zijn toenmalige vrouw, lid van de LJG Amsterdam. „Ik woonde toen nog niet in Amsterdam, maar ik was door vrienden meegenomen naar een dienst en een bijeenkomst. David Lilienthal sprak daar en ik was daarvan onder de indruk.” Zijn vier kinderen deden allen hun bar of bat mitswa in Amsterdam. „De vader van mijn vader overleed toen mijn vader 13 was. Daarna heeft hij niets meer aan het jodendom gedaan. Tot hij werd opgeroepen bij de bat mitswa van mijn oudste dochter en feilloos de brachot zei. Dat heeft ontzettend veel indruk op mij gemaakt.” Beide ouders hadden trauma’s uit de oorlog. „Mijn moeder was fysiek heel sterk, maar psychisch heeft ze het niet allemaal kunnen verwerken.” Voor zijn vader was het andersom, hij was fysiek zwak, maar kon omgaan met het verleden. Ook na de oorlog maakte hij het nodige mee. „Mijn vader zat in een van de treinen die begin jaren 70 werden gekaapt door Ambonezen. Hij dacht dat het Palestijnen waren. Hij heeft overigens na twee dagen uit de trein weten te klimmen en is weggerend. En toen weer teruggegaan om de aktetas op te halen die hij vergeten was.”

Liberaal 

De keuze voor een liberale gemeente was heel bewust. „De gelijkstelling tussen man en vrouw en tussen homo en hetero vind ik heel erg belangrijk. Waarbij ik toegeef dat de LJG daarin ook maar langzaamaan gegroeid is. We zijn nou eenmaal geen revolutionaire beweging, dus het moet geleidelijk gaan.” Hij vindt het belangrijk en ook vanzelfsprekend, dat je je inzet voor de maatschappij, op wat voor manier dan ook. Het is een onderwerp dat gedurende het gesprek steeds terugkomt. In de jaren 90 was hij al eens secretaris van het LJG-bestuur. „Eigenlijk ben ik een soort Poetin, want ik ben eerder secretaris geweest, en nu zit ik weer in het bestuur.” Hij was ook lid van het bestuur van het Verbond voor Progressief Jodendom en zes jaar lid van de gemeenschapsraad van JMW. „Ik vind dat je niet alleen passief, of zelfs actief lid moet zijn van de gemeente, zo’n club moet ook bestuurd worden. En als je daarvoor gevraagd wordt en je hebt enige capaciteiten, dan moet je geen nee zeggen.”

Tikoen olam

Zo gezegd zo gedaan, en nu is Salomon – in het dagelijks leven rechter – als het even meezit de komende zes jaar voorzitter van het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente „Nou, ik ben dus niet iemand die mensen ergens naartoe wil leiden. Toen het vorige bestuur vertrok was er dit gebouw. Daarmee is een enorme klus geklaard, ook in financieel opzicht. Ik zit wat dat betreft in een comfortabele positie.” Het vorige bestuur zette zwaar in op het organiseren van activiteiten, ook niet-religieuze. „Het nieuwe bestuur wil eerder nog meer doen dan minder. De behoeftes zijn groot, niet alleen in religieus opzicht, maar ook om te leren, culturele activiteiten en om zich te vermaken.” Daar zal de gemeente dus mee doorgaan. Een onderwerp dat Salomon duidelijk na aan het hart ligt is de zorg voor de medemens. „Ik vind het een klassieke taak van de gemeente om je te bekommeren om het welzijn van de medemens. Tikoen olam. Ik zie het als een van de kerntaken van het bestuur om dat mee te nemen in het beleid, meer nog dan vroeger. Dat blijkt ook uit de belangstelling voor de activiteiten die een gezelligheidselement hebben. Met oneg sjabbat z itten we met 120 tot 140 man, en bij café Europa, voor ouderen, zitten ook 120 man. Misschien geeft het aan dat sommige mensen wat eenzaam zijn. Een punt waar we, vind ik, meer aandacht aan moeten besteden dan we tot dusver gedaan hebben. We weten wel veel van onze leden, maar niet alles. Begin november vindt daarom een ‘startbijeenkomst Tikoen Olam’ plaats, om hier aandacht aan te besteden: wat kun je als Jood doen voor je medemens, voor de ecologie, voor de hongerbestrijding, voor de vrede, weet ik veel wat, ieder zijn eigen thema. Het is nogal abstract, maar het moet echt handen en voeten krijgen. Het is een element dat de rabbijn, maar ook het bestuur belangrijk vindt.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*