De wederopstanding van Leonard Cohen

Jodendom en zen gaan harmonieus samen op Old Ideas, het nieuwste album van Leonard Cohen. Op 77-jarige leeftijd is de Canadese dichter- muzikant populairder dan ooit. Wat drijft de artiest als oude man?

Tekst: René Zwaap

In ‘Going Home’, het openingslied van zijn nieuwe cd Old Ideas, introduceert de Joods-Canadese singer-songwriter Leonard Cohen zich als een ‘lazy bastard living in a suit’. Dat moet ironisch bedoeld zijn. Van luiheid kan men hem op zijn oude dag toch onmogelijk betichten. Op de gerespecteerde leeftijd van 77 – door hemzelf de ‘derde akte’ van zijn leven genoemd – lijkt Cohen juist bezig aan een tweede jeugd. De afgelopen jaren maakte hij de ene na de andere grote wereldtournee. Hij stond op het podium van de grootste rockfestivals, en in 2008 nog in het Amsterdamse Westerpark, waar hij de sterren van de hemel zong. Cohen heeft in zijn werkzame leven als muzikant juist nog nooit zo intensief opgetreden als de laatste jaren. Dat zal ermee te maken hebben dat zijn ex-manager zich vergreep aan het geld van de zanger en vervolgens failliet werd verklaard en geen cent aan Cohen terugbetaalde. De dichter was in één klap beroofd van bijna al zijn financiële reserves. Cohen werd op die manier bijna gedwongen de planken weer op te stappen. In september 2009 stortte hij tijdens een optreden in het Spaanse Valencia in elkaar. Oververmoeidheid leek de oorzaak.

Hallelujah

In dezelfde periode werd Cohen’s lied ‘Hallelujah’ ontdekt door het grote tv-publiek. Het werd via talloze door de firma Endemol geproduceerde inquisitieshows voor jeugdig zangtalent gekweeld door een oneindige parade aan jonge meisjes. Cohen zelf riep op tot een moratorium op coverversies van zijn song, maar tevergeefs. Maar het zorgde ervoor dat zijn werk werd herontdekt door een nieuw miljoenenpubliek. Overal waar hij komt wordt Cohen nu overladen met onderscheidingen, zoals verleden jaar in het Spaanse Oviedo, waar hij uit handen van kroonprins Filipe de prestigieuze Principe de Asturias-award mocht ontvangen, goed voor 50.000 euro. De elf minuten durende dankrede die Cohen bij die gelegenheid in Spanje uitsprak, is overigens in zijn geheel op You- Tube te zien en maakt meteen duidelijk dat Cohen nog goed zou klinken als hij alleen de krant voorlas. Old Ideas heeft veel trekjes van een last farewell. De orchestratie is rudimentair, de van veel religieuze symboliek en galgenhumor doortrokken liederen worden eerder voorgedragen dan gezongen. Meer dan ooit lijkt dit werk op een gezongen dichtbundel. Het nummer ‘Going Home’ – dat een voorbode lijkt op het accepteren van de dood – werd oorspronkelijk als een gedicht afgedrukt in het magazine The New Yorker. Verdwenen zijn de extatische poëtische vergezichten die wijlen Kurt Cobain ooit naar eigen zeggen deden verlangen naar een ‘Leonard Cohen afterlife’. In plaats daarvan heerst op Old Ideas vooral een plechtige, religieuze sonoriteit van een sterveling die in het reine probeert te komen met zichzelf en de schepper. Zoals in het nummer ‘Amen’ :

Tell me again when the victims are singing
And the laws of remorse are restored
Tell me again that you know what I’m thinking
But vengeance belongs to the Lord

In die zin is Leonard Cohen met Old Ideas (het album zal ook niet voor niets zo heten) helemaal terug bij zijn roots. Cohen (Montreal, 1934) begon zijn muzikale carrière op jonge leeftijd als chazan, voorzanger in de synagoge. Op veertienjarige leeftijd trok hij met zijn vader langs de sjoels van Quebec om de heilige teksten voor te dragen. Zijn grootvader van moederszijde, Solomon Klinitsky- Klein, was rabbijn in Montreal, zijn grootvader van vaderskant, Lyon Cohen, presideerde over de Shaar Hashomayim-synagogue en was een van de sturende krachten bij het in leven houden van de Joodse traditie in Canada.

Boeddhist

Naast de Tenach heeft het boeddhisme een prominente plaats op Old Ideas. Cohen begon zich al in de jaren 70 voor het boeddhisme te interesseren, en trok zich in de jaren 90 zelfs enige jaren terug als monnik in het Mount Baldy Zen Center in Los Angeles. Cohen ziet daarin geen tegenstrijdigheid. „In de traditie van zen die ik beoefen, is geen sprake van gebed of de aanvaarding van een godheid, dus theologisch is er geen enkel beletsel voor het Joodse geloof,” legde hij uit. „Ik ben niet op zoek naar een nieuwe religie, ik ben tevreden met de oude.” Op Old Ideas gaan jodendom en zen in ieder geval samen in een nieuwe poëtische taal.

He will speak these words of wisdom
Like a sage, a man of vision
Though he knows he’s really nothing
But the brief elaboration of a tune

(uit ‘Going Home’)