De volgende ronde

Wat kunnen we volgens Ron van der Wieken, voorzitter van de LJG, leren uit de nederlaag die is geleden aangaande de rituele slacht?

Door: Ron van der Wieken

Voor onze toekomst in Nederland is het van belang dat we uitzoeken hoe het zover heeft kunnen komen. Er zijn factoren buiten onze invloed: Nederland wordt steeds ongeduldiger met anders-zijn. Waar vroeger ‘de ander’ exotisch werd bevonden en althans op énig begrip kon rekenen, is er nu voornamelijk onbegrip en ongeduld. Zo snel mogelijk aanpassen is het devies; integratie, waarmee vaak assimilatie wordt bedoeld, het leidende motto. De oorzaak voor dit tolerantieverlies moet gezocht worden in de grote aantallen niet-westerse nieuwkomers die het ‘oer-Hollandse’ karakter van onze maatschappij op losse schroeven zouden zetten, en in de grote twijfel die Nederland heeft bevangen over zijn rol in Europa, over zijn zelfbeeld van knusse kleine monarchie, een voorbeeldige natie, een gidsland voor de wereld. Twijfel zaait angst, en angst werpt terug op wat bekend en eigen is; angst schreeuwt om eenheid waarbij alles wat anders is, en misschien gevaarlijk, moet verdwijnen.
Ontwikkelingen die wij Joden natuurlijk niet in de hand hebben. Maar tegelijkertijd hebben wijzelf in de strijd om het kosjer slachten veel fouten gemaakt. Het gaat er niet om zondebokken aan te wijzen, wel om het voorkómen van blunders in de volgende ronde. Allereerst was er stompzinnige onenigheid in het orgaan dat het hierin juist voor ons had moeten opnemen, het CJO. Het ontbrak daar bovendien aan een waarneembare regie, strategie en vooral communicatie naar de achterban waar die broodnodig waren. Vervolgens bleken onze vertegenwoordigers, en anderen die zich geroepen voelden om hun stem te laten horen, in veel gevallen rammelende redeneringen te gebruiken, die soms zelfs heel schadelijk waren.
De Shoa bijvoorbeeld heeft niet zoveel met de huidige perikelen te maken, en het herhaalde gebruik van dit ‘argument’ werkt volslagen averechts. Veel aangesprokenen voelen zich erdoor gechanteerd, terwijl zij hoegenaamd geen schuldgevoel over de Tweede Wereldoorlog hebben. Een situatie die alleen maar kan leiden tot enorme irritatie. Zo is ook het gebruik van het woord antisemitisme naar de buitenwereld toe sterk af te raden, niet omdat het niet waar is (soms is het dat wel) maar omdat het eenvoudig niet werkt. Het woord appelleert aan een schaamte die bij niet-Joden allang niet meer bestaat. Wie die verandering van de tijdgeest niet heeft opgemerkt kan ons beter niet publiek verdedigen.
De volgende ronde zal gaan over het verbieden van de jongensbesnijdenis op de kinderleeftijd. De KNMG heeft dit een jaar geleden in gang gezet onder het mom dat religieuze besnijdenis de fysieke integriteit van het kind schendt. Er wordt al her en der opgeroepen tot een wettelijk verbod. Wat wij moeten leren van het slacht-echec is dat wij nu eensgezind strategie en tactiek moeten voorbereiden voor als de nood inderdaad aan de man komt. Eensgezindheid is het kernwoord. Er is gewoon géén plaats meer voor sektarisch geneuzel. Dit is voor orthodox, liberaal en voor vele niet-geaffilieerden van het grootste belang voor de Joodse leefbaarheid in Nederland. Strategie moet bepalen met welke mediamiddelen wij het beste ons verhaal kunnen vertellen dat de besnijdenis geen medische ingreep is maar een religieuze identiteitsbepalende handeling met medische facetten.
Er moet nagedacht worden over hoe die fysieke kant nog veiliger en nog minder pijnlijk kan worden uitgevoerd en of we de overheid daar een controlerende functie in gunnen. Tactiek moet omvatten hoe en waar en door wie er gelobbyd moet gaan worden. Kortom, er moet een plan kláárliggen waarmee wij ons kunnen verdedigen als het nodig mocht blijken. Zodat wij niet weer ten prooi vallen aan de chaotische paniek die de recente strijd kenmerkte.
Toen de Romeinse generaal Vespasianus en zijn zoon Titus in 70 van de gewone jaartelling Jeruzalem hadden omsingeld zagen zij tot hun verbijstering hoe de verschillende Joodse religieuze partijen, die slechts op minieme onderdelen met elkaar van mening verschilden, in de belegerde veste elkaar fanatiek aanvielen zonder acht te slaan op de werkelijke vijand, de Romeinen. Die vervolgens zonder veel moeite de stad innam en verwoestte. Laten wij daarvan leren.

3 Comments

  1. Ach die Ron van der Wieken, hij vraagt erom zich te spiegelen aan Don Quichotte. Immers, wat is nu de concrete bijdrage tot nu toe van het LJG geweest in het effectief beinvloeden van het politiek proces in zake het huidige shechitah debat.

  2. Ik begrijp werkelijk niet wat don quichotte te maken heeft met deze kwestie. De fouten die er van onze kant zijn gemaakt benoemd hij goed en worden in grote lijnen onderschreven door Mw Voet van het NIW.

    Ik ben het er mee eens dat de bijdrage van de LJG onvoldoende uit de verf is gekomen, maar zeker niet te wijten valt aan een gebrek aan intentie of toewijding.

    De fout die de LJG heeft gemaakt (al jaren geleden) is dat ze zich hebben gevoegd in de underdog positie die hen door de monopoliserende opstelling van het NIK is toegevallen.

    • Deze reactie gaat voorbij aan het feit dat de enige die juridisch de shechitah gestalte kan geven het NIK is.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.