De vijfde Beatle

EpsteinAls iemand de vijfde Beatle was, dan was het Brian Epstein,” zei Paul McCartney ooit. Tekenaar en schrijver Jaron Beekes (1982) denkt er net zo over. Hij legt in zijn nieuwe graphic novel direct verband tussen het succes van de band en de identiteit van hun manager Brian Epstein. Een man die er nooit echt ‘bij zou horen’ en zich dus stortte op het succesvol maken van anderen.

Jaron Beekes, je maakte Epstein, het brein achter The Beatles een strip over een band uit de jaren 60. Ben je daar niet veel te jong voor? 

„Hoezo? We hebben het hier toch over een tijdloze band. Bijna iedereen die ik ken, vindt The Beatles goed. Ik ben opgegroeid met hun muziek en ik ben een groot fan. Daarvoor hoef je de jaren 60 niet te hebben meegemaakt. Sterker nog, misschien is mijn generatie nog wel fanatieker dan diegenen die de jaren 60 hebben meegemaakt. Toen was het vanzelfsprekender dan nu. Hun muziek was alomtegenwoordig. Ze stonden altijd in de hitlijsten. Je was voor The Rolling Stones of voor The Beatles. En iedereen die een beetje verstand in zijn hoofd had was natuurlijk voor The Beatles.” Beekes glimlacht bij zijn laatste opmerking. Hij vertelt in zijn huiskamer/studio geanimeerd over de vier jongens uit Liverpool die met hun muziek de wereld veroverden. Hij mag dan niet álle boeken over het viertal gelezen hebben (‘dat zijn er te veel’), maar hij heeft evengoed een indrukwekkende feitenkennis over de band. „Maar, het boek gaat eigenlijk niet over The Beatles, maar over hun manager Brian Ep- stein. Ik wilde vertellen over zijn worsteling met het leven. Hij was Joods en werd regelmatig geconfronteerd met antisemitisme. Hij was homoseksueel, toen nog strafbaar in Engeland, en verdrong zijn eenzaamheid met gokken, drank en drugs. Hij had één obsessie: de band. Eigenlijk wilde hij zelf beroemd worden als acteur, maar hij moest erkennen dat hij daar niet genoeg talent voor had. Toen zag hij die vier jongens in een kelder bij hem in de buurt en bedacht dat hij ze groot wilde maken. En dat is hem gelukt. Als je de aller- eerste opnames van The Beatles hoort, klinkt het voor mij toch een beetje als houtje-touwtjemuziek. Dat Epstein hoorde dat daar iets van te maken viel, vind ik heel knap.”

Lees verder in NIW 34