De taalgrens en de moordaanslag

Bloemenmonument voor de slachtoffers bij het Joods Museum in Brussel

 

Bloemenmonument voor de slachtoffers bij het Joods Museum in Brussel
Bloemenmonument voor de slachtoffers bij het Joods Museum in Brussel

In het vervolg op de moordaanslag in Brussel afgelopen zaterdag kwamen de verschillen tussen de verschillende Joodse gemeenschappen in België verscherpt in beeld. Intussen verschafte de Israëlische premier een opmerkelijk snelle schets van de achtergrond en de omstandigheden van de moordpartij. 

Op het moment dat deze woorden aan het papier worden toevertrouwd bestaat nog onduidelijkheid over de feiten en achtergronden van de misdadige aanslag op onschuldige en argeloze bezoekers van het Joods Museum in Brussel, waarbij een Israëlisch echtpaar en een Franse medewerkster om het leven kwamen. Een vierde slachtoffer, een 24-jarige Belgische employé, wiens lot op het moment van schrijven nog onbekend is. Hoe banaal het ook moge klinken, deze afschuwelijke aanslag – die vooralsnog door niemand is opgeëist – heeft binnen de Belgisch-Joodse gemeenschap weer eens aangetoond dat onze zuiderburen dringend behoefte hebben aan een variant van het Nederlandse Centraal Joods Overleg (CJO).

Spanningsveld
Er bestaat in België geen organisatie die namens de gehele Joodse gemeenschap kan spreken. In feite kennen de Belgische Joden drie vertegenwoordigingen. De Vlaamse Joden (zeg maar Antwerpen) worden vertegenwoordigd door het Forum der Joodse Organisaties (FJO), dat alle Vlaams-Joodse instellingen overkoepelt en als aanspreekpunt optreedt naar de Vlaamse en Federale overheid. Brussel en Wallonië worden vertegenwoordigd door de Coördinatie Commissie van Joodse Organisaties van België (CCOJB). Alleen al uit het feit dat deze laatste organisatie zegt voor geheel België op te treden in plaats van uitsluitend voor het Franstalige deel, maakt duidelijk dat er een spanningsveld bestaat tussen het optreden van enerzijds het CCOJB en anderzijds het FJO, dat met Antwerpen als icoon meer dan de helft van de Belgische Joden vertegenwoordigt. Naast deze twee seculiere organisaties, waarin ook bestuursleden van de kerkgenootschappen zitting hebben, kent België het enige wel landelijke Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB), dat in 1808 werd opgericht door keizer Napoleon en dat de zeventien Joodse gemeenschappen in België vertegenwoordigt. Hoe extreem verschillend de gemeenschappen over en weer in Wallonië en Antwerpen zijn bleek afgelopen sjabbat weer na de aanslag op het museum aan de Brusselse Zavel. Terwijl vertegenwoordigers van de CCOJB op sjabbat telefonisch bereikbaar waren en zich al dan niet met eigen vervoer naar de plaats delict spoedden om daar onder meer de media te woord te staan, was de kille in Antwerpen in diepe sjabbatrust. Pas enkele uren na de aanslag (maar nog steeds op sjabbat) belde mij de secretaresse van het FJO met de vraag of ik een persbericht wilde maken. Ze deed dat op eigen initiatief en gezag, want overleg met het bestuur was onmogelijk. Later bleek dat de dame niet alleen van aanpakken wist, maar ook nog over empathie en tact beschikte door het bericht pas na het uitgaan van de sjabbat om kwart voor tien ’s avonds de wereld in te sturen. Naar mijn journalistieke opvatting veel te laat, maar gezien de situatie in de Antwerpse kille onvermijdelijk.

Kritiek als landverraad
Niet alleen de taal en vertegenwoordiging verdeelt de Belgische Joden. Het betreft twee volstrekt verschillende gemeenschappen. Waar Antwerpen bekendstaat als het ‘laatste sjtetl op het Europese continent’ en orthodoxe Joden in het Statiekwartier het straatbeeld bepalen, zijn de Brusselse Joden veelal seculier of liberaal en dus in het straatbeeld van de hoofdstad niet als zodanig herkenbaar. Overigens is de taal nog het minste struikelblok, want ook de Vlaamse Joden spreken veelal Frans of Jiddisj. De vergaderingen die ik bij het FJO bijwoon beginnen doorgaans in het Nederlands om na enkele minuten in het Frans te worden voortgezet. Die cesuur tussen seculier en liberaal, en orthodox en conservatief vertaalt zich ook in de houding met betrekking tot Israël. In het Brusselse is niet zelden kritiek op de politiek van Israël hoorbaar en leesbaar, maar in Antwerpen wordt het uiten van kritiek op de Joodse staat bijkans als een vorm van landverraad gezien. Als mediawoordvoerder van het FJO inzake Israël beschik ik echter over een werkbare bandbreedte om waar nodig vraagtekens achter aspecten van het Israëlisch beleid te kunnen zetten. Maar het FJO is er niet voor opgericht om laatste waarschuwingen aan Bibi uit te delen of de Israëlische regering uit te leggen hoe het Midden-Oosten in elkaar steekt.

Lees de rest van dit artikel vrijdag in het NIW

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*