De smaak van Claudia Roden 

ClaudiaRoden2Ze had al dertien jaar geleden met pensioen kunnen gaan, maar kookboekenschrijfster en levende legende Claudia Roden gaat door totdat ze er bij neervalt. „Ik heb de Nederlandse bijdrage aan de Joodse keuken onderschat.” 

Iedere januari is Claudia Roden in Amsterdam. De Britse kookboekenschrijfster, inmiddels 78 jaar oud, laat geen uitreiking van de Johannes van Damprijs aan zich voorbijgaan. Twee jaar geleden ontving Roden als eerste en laatste de culinaire oeuvreprijs uit handen van de naamgever zelf. Van Dam overleed een aantal maanden later.
De lobby van Hotel de l’Europe is maandagochtend vroeg vrijwel verlaten, maar toch heb ik moeite om de zoetgevooisde Roden goed te verstaan. Daarom verkassen we naar de statige bibliotheek, sinds kort de ‘Johannes van Dam-bibliotheek’. Op ooghoogte zijn de donkere houten planken gevuld met kleurrijke kookboeken. Aan de wand wordt een treffend schilderij van een zuinig glimlachende Van Dam geflankeerd door vrolijke foto’s van de drie prijswinnaars. Roden werd opgevolgd door culinair wetenschapper Harold MacGee en dit jaar ging de prijs naar Carlo Petrini, oprichter van de Slow Food-beweging. De twee grijze mannen, jonkies in vergelijking met Roden, zijn alweer naar huis. Roden blijft nog een paar dagen, want haar uitgeverij heeft zojuist een geheel herziene versie uitgebracht van De joodse keuken, haar magnum opus met ‘800 authentieke recepten uit de diaspora’. De ondertitel is onveranderd gebleven, maar de nieuwe editie bevat tien extra recepten, bijeengebracht in een nieuw hoofdstuk over de Nederlands-Joodse keuken.
Ik heb een uur de tijd voor de lange lijst met onderwerpen die ik met Roden wil bespreken. Ik had beter moeten weten. Claudia laat zich niet in een keurslijf dwingen, zo weet ik van eerdere ontmoetingen. Mijn vragenlijstje schuif ik al snel terzijde. Claudia Roden is kookboekenschrijfster, maar vóór alles is ze een verhalenverteller. Eentje waar je geen kwartje in hoeft te gooien.

Deze bibliotheek is uw tweede huiskamer geworden.
„Ik voel me hier thuis, maar dit is Johannes’ zaal. Ik ontmoette hem 35 jaar geleden in De Kookboekhandel in Amsterdam. Die was toen nog niet van Johannes zelf, maar van Titia Bodon, die me aan hem voorstelde. In die tijd was vrijwel niemand geïnteresseerd in eten. Een winkel met alleen kookboeken was een unicum, zoiets bestond niet in Londen. In de jaren die volgden kwam ik Johannes vaak tegen in Oxford, waar elk jaar een culinair symposium plaatsvond. Samen met Harold MacGee, Alan Davidson en Theodore Zeldin behoorden wij tot een klein groepje enthousiaste amateurgastronomen. In de wetenschappelijke wereld was gastronomie geen serieuze discipline. Dat is tegenwoordig wel anders, mede dankzij Johannes.”

U komt vaak in Nederland.
„Ik heb hier veel goede vrienden en voel me hier thuis. Ik was bevriend met Berthe Meijer. Helaas is ook zij ons ontvallen. Jonah Freud, de huidige eigenaar van De Kookboekwinkel, is een dierbare vriendin. Zij vertaalde De joodse keuken en schreef de Nederlandse recepten voor de nieuwe editie. Ook heb ik veel vrienden bij het Joods Historisch Museum. Twee jaar geleden vroegen ze mij om de tentoonstelling ‘Lekker joods’ te openen. Dat was een grote eer.”

Raar dan eigenlijk dat uw boek De joodse keuken tot nu toe geen enkel Nederlands recept bevatte.
„Er stond een boterkoek in, maar inderdaad ontbraken andere Nederlandse klassiekers en dat heb ik geweten. Hoe vaak er de afgelopen jaren niet mensen naar me toe zijn gekomen met de vraag waarom kugel met peren ontbrak in De joodse keuken! Het stomme was dat Berthe Meijer me regelmatig recepten had opgestuurd. Die had ik ergens in een doosje opgeborgen. Toen ik na ruim vijftien jaar research en redactie het boek ging schrijven, kon ik dat doosje nergens vinden. Maar ik moet toegeven dat ik de Nederlandse bijdrage aan de Joodse keuken heb onderschat. Ik dacht dat jullie gerechten niet veel verschilden van de bekende asjkenazische schotels uit Oost-Europa.”

Die tekortkoming is eindelijk rechtgezet met de toevoeging van tien Nederlands-Joodse recepten in een apart hoofdstuk. Maar die zijn rechtstreeks overgenomen uit het boekje Lekker joods, dat uw vriendin Jonah Freud schreef ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling. Heeft u ze eigenlijk uitgeprobeerd?
„Nee. Ik had de recepten niet in het Engels. Het is uiteindelijk allemaal wat gehaast gegaan. Mijn Nederlandse uitgever, Martin Fontijn, kwam naar Engeland met Jonahs recepten. Ik heb toen een selectie gemaakt van recepten die echt verschillen van de asjkenazische gerechten die al in het boek staan. Het is jammer dat uitgevers over het algemeen niet happig zijn op het vernieuwen van kookboeken. Dat vinden ze te kostbaar. Terwijl een kookboek nooit af is. Ik ben veel op reis en overal waar ik kom vertellen mensen me welke lokale klassiekers ik vergeten ben.”

Lees de rest van het interview in NIW 16

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*