De schuilkelders in

De permanente dreiging van dood en verderf leidt ertoe dat een miljoen mensen in voortdurende angst leven. Joanne Nihom bezocht het zuiden van Israël.

Auteur: Joanne Nihom

Afgelopen maandag werden, volgens een officieel politierapport, vanuit Gaza 65 raketten afgevuurd, waarvan er 23 werden tegengehouden door Iron Dome. De afstand tussen het noorden en zuiden bedraagt 200 kilometer, maar de spanning is door het hele land voelbaar. Het voortdurende geluid van bombardementen in de buurt van Sderot, nog geen kilometer van Gaza, bezorgt mij kippenvel en angst. „Als het alarm afgaat hebben we acht seconden om dekking te zoeken, je kunt het beste hier onder de tafel gaan liggen,” legt Odelia Ben-Porat uit. Samen tellen we acht seconden, en nog een keer. „Ben je onderweg en het alarm gaat af dan wordt geadviseerd om je auto uit te gaan en ernaast te gaan liggen.
Met onze vijf jonge kinderen lukt dat niet in acht seconden. Zijn we met zijn allen dan zet ik de radio hard aan zodat de kinderen het alarm niet horen en bid ik dat er niets gebeurt.” Als manager van Reut, een non-profitorganisatie die zich bezighoudt met opvang van en hulp aan slachtoffers van de dagelijkse beschietingen vanuit de Gazastrook, heeft Odelia dagelijks met de problematiek van het leven in Sderot te maken. „Door de stress heeft iedereen hier een trauma. Onze realiteit is acht seconden. Weet je dat er in 2011 680 raketten op ons zijn afgeschoten? Dat is gemiddeld twee op een dag. Kun je je voorstellen wat dat met je doet?”
We maken een tocht door Sderot. Er is vrijwel niemand op straat. Odelia neemt mij mee naar een kinderspeelplaats waar de wrange realiteit plots heel duidelijk wordt. „Buitenspelen kan bijna niet voor de kinderen vanSderot, dat is te gevaarlijk. Daarom hebben we een speelplaats ontworpen waar alles van beton is. De lange rups is één grote schuilkelder. Als de kinderen hier ’s middags komen kunnen ze van alle kanten die rups in en zijn ze binnen een paar seconden veilig.”

45 seconden 

In Gedera, veertig kilometer van Gaza, gaat het alarm vandaag bijna om de twintig minuten. Hier hebben de mensen 45 seconden om naar een veilige plek te komen. „Alles ligt stil, ouders zijn thuis met hun kinderen en niemand gaat de straat op,” vertellen Alon en Malka Reich. Hun winkel is open maar al dagen hebben ze niemand gezien. „Dit kost het bedrijfsleven veel geld. We zijn aan het checken of we hiervoor verzekerd zijn.” Toch hebben ze de winkel open. Waarom?„Het leven gaat door, je kan niet toegeven aan terreur,” zeggen ze vol overtuiging. In een parkje verderop zitten jongeren rustig met elkaar te praten. Ze zijn al twee dagen thuis, wantde scholen zijn dicht. „We zijn niet bang, we hebben ons leger en de kiepat barzel, ons afweergeschut,” vertellen ze trots. „Weet je, de kinderen in Gaza zijn net zoals wij,” zegt de 14-jarige Jaël. „Ze willen ook gewoon naar school en een leuk leven. We chatten veel met jongeren van onze leeftijd over de hele wereld en vaak krijgen wij de schuld. Ze denken dat wij aanvallen, terwijl we ons verdedigen.”
Oded Plut, algemeen directeur van Sha’ar HaNegev, de regionale raad in het zuiden: „Het is een rare situatie. Door de jarenlange beschietingen zijn alle dorpen in een straal van zeven kilometer rond Gaza ingesteld op raketten. De scholen zijn gewoon open vandaag, want daar hebben ze schuilkelders. Maar er zijn nieuwe raketten die ook plaatsen als Be’er Sheva, Ashdod, Ashkelon en Gedera kunnen bereiken, en de scholen daar zijn daar niet op voorbereid.” Hij realiseert zich de betrekkelijkheid van het leven. „Vanmorgen controleerde ik een kleuterspeelplaats op veiligheid en straks heb ik een vergadering over de nieuwbouw van een theater in de buurt. Twee uitersten, maar zo is ons leven hier.”

Alarm 

Gila, perswoordvoerder van Sha’ar HaNegev, neemt mij mee naar Sapier, de kunstacademie in het zuiden. De lessen gaan gewoon door, maar er zijn veel minder studenten. Terwijl ik praat met een aantal leraren gaat plots het alarm af. Ik herken het niet en realiseer mij niet wat er gebeurt. Iedereen begint te rennen, ik word meegetrokken en binnen een paar seconden staan we met zijn allen in de schuilkelderkamer. De sfeer is rustig en als er een minuutlang geen alarm geklonken heeft keert iedereen weer terug naar zijn lokaal. Vijf minuten later is het weer raak en haasten we ons opnieuw naar de veilige plek. „Gaza is hier achttien kilometer vandaan en we hebben vijftien seconden. Het lijkt of je eraan went maar eigenlijk went het nooit. Het is een bizarre situatie,” zegt Re’uma, een van de docenten. „Ik ben hier in de omgeving geboren en wij speelden vroeger met de kinderen uit Gaza. We gingen daar op bezoek, dat was toen heel gewoon.”
Ondanks dat ik een paar maal mee naar een schuilkelder moet rennen kan ik mijn werk als verslaggever doen. Pas later, in de auto, begint mijn lichaam te trillen en het duurt minuten voordat ik weer rustig word.

Hartslag van honderd

Ook in Ashkelon, tien kilometer van Gaza, gaat de hele dag het luchtalarm af en ook daar hebben ze slechts vijftien seconden om in een veilige ruimte te komen. In de kinderkliniek is het druk. „De ouders en kinderen zijn gespannen. Iedereen wil zo snel mogelijk geholpen worden om weer snel naar huis te kunnen,” zegt kinderarts Elisheva Ronen-Luurs. Ze ziet er moe uit. „Ik heb al twee nachten niet geslapen door dat stomme luchtalarm.” Ze vertelt dat vooral de kinderen heel bang zijn en zo dicht mogelijk bij hun ouders willen zijn. „Alle luchtbedden zijn uitverkocht in de stad, iedereen wil bij elkaar slapen en het liefst in de mamad, de veiligheidskamer. Weten dat je maar vijftien seconden hebt als het alarm afgaat maakt zo onzeker dat de kinderen er een trauma van oplopen. Veel huilen, niets meer durven en alleen maar zeuren, dat hoor je hier vaak. Een veel voorkomende klacht is obstipatie. Een kind zit niet rustig op de wc want het alarm kan zo weer af gaan. Of ze hebben van de zenuwen buikloop. Hun hele systeem is in de war. Ik had vanmorgen een jongetje van zes met overal pijn, zelfs achter zijn oor en bij zijn grote teen. Tijdens het lichamelijk onderzoek bleek hij een hartslag van honderd te hebben. Het kind was in de stress maar weet niet hoe hij dat moeten benoemen. Net had ik hier een moeder met twee jonge kinderen. Mijn mobiel ging en de kleintjes zaten meteen onder tafel. Ze dachten dat het het alarm was.” Plots horen we een enorme knal maar er is geen alarm. „Ja, dat gebeurt ook weleens,” zegt Elisheva lachend. Maar dan gaat toch het alarm en we rennen met zijn allen naar een veilige hoek in de kliniek. Een paar minuten later, terug in haar kamer, belt haar zoon Chaim. Hij woont in Ashdod. Naast zijn huis is net een raket ingeslagen, in het winkelcentrum. Hij is helemaal overstuur. „Sorry, ik moet naar hem toe.”
Als ik terugrijd naar het noorden realiseer ik me dat ik vandaag met niemand over politiek heb gesproken. Dan belt Elisheva. „Het is een godswonder dat niemand zwaargewond is geraakt in Ashdod. Vijftig meter rondom de inslag was alles doorzeefd met kleine kogeltjes die in de raket zitten.” Eenmaal thuis schrik ik van een deur die dichtvalt.

 

3 Reacties

  1. De raketten die op Israel neerkomen zijn kennelijk zonder enig doelzoekend middel in de dalende tak van de ballistische baan. Zonder precisie telt dus het aantal en 680 stuks in het jaar 2011 is wel erg veel. Op 12 maart 2012 zouden 23 van de 65 onderschept zijn. Lijkt mooi maar dat is geen ijzeren koepel maar een blikken zeef.
    Anne Bazuin, 16 maart 2012

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.