De Olympische gedachte richting Hades

OlympicsEr was eens, heel lang geleden, een koning in een door oorlog verscheurd gebied, die besloot eens in de vier jaar de wapens neer te leggen en alle atleten uit vijandige staten uit te nodigen om op sportieve wijze de degens met elkaar te kruisen. Gedurende de tijd dat de Spelen gehouden werden, was er geen wapengekletter, zo werd afgesproken. De Olympische Spelen waren geboren.

Ik heb er rondgelopen, daar in het oude Olympia op de Peloponnesos, dat dateert uit de 10e eeuw voor de jaartelling: gerend over de resten van de renbaan, tussen het lover en de olijfbomen. Ik hou van dat soort oude, archetypische plekken; ze hebben iets magisch.

Ook ben ik een sportjunk. Grote sportieve happenings volg ik op de voet, of het gaat om de Tour de France (de Giro en de Vuelta vind ik nog leuker), het EK of WK voetbal of de Olympische Spelen. Tot diep in de nacht, ja. Zie mijn twitterfeed. Ik vind wat van de verbanning van Yuri van Gelder en was tot tranen geroerd bij de balkoefening van ‘onze’ Sanne (ik oefende ze zelfs even, een paar van haar pirouettes, want in een heel ver verleden wilde ik ze ook tot in de perfectie kunnen. Op vloer, dat dan weer wel).

Was deze spastische anti-Olympische houding de eerste keer? Nee, natuurlijk niet.

Maar ook tijdens deze Spelen bleek opnieuw dat de Olympische gedachte bij sommige deelnemende landen en sporters ver te zoeken is. Een Saoedische judoka, dochter van een diplomaat, weigerde op de mat te staan met de Israëlische Gili Cohen. De Libanese ploeg maakte amok toen ze samen met Israëli’s een bus in moesten. En als klap op de vuurpijl weigerde de antisemitische (hij heeft in eerdere bewoordingen laten weten ‘waar hij stond’) Egyptische judoka Islam El-Shehaby de hand te schudden van Or Sasson, de Israëlische judoka die later brons zou winnen. Het knikje dat een buiging naar de opponent (die hem net had verslagen en ruiterlijk zijn hand uitstak) moest voorstellen, werd alleen gemaakt nadat de scheidsrechter Islam had teruggefloten. Het verhaal gaat nu dat hij zou zijn opgehitst en bedreigd door islamistische Egyptische stemmen. Wie de man een beetje heeft gevolgd zal weten dat hij die ophitsing helemaal niet nodig had. Ironisch, want de verhoudingen tussen Israël en Egypte zijn nog nooit zo goed geweest als nu.

Meneer Islam El-Shebaby is dus het zoveelste voorbeeld in een indrukwekkend rijtje dat niet werd berispt.

Was deze spastische anti-Olympische houding van Arabische deelnemers de eerste keer? Nee, natuurlijk niet. Zo was er tijdens de Spelen in Londen een rel rond – alweer – Libanese atleten die weigerden met hun sportieve counterparts uit het zuiden te trainen in eenzelfde ruimte. De organisatie, het IOC, had aan die ‘behoefte’ gehoor gegeven en een scherm tussen de twee partijen gezet en schiep daarmee een precedent: de gedachte dat je als antisemiet met alles kunt wegkomen. Meneer Islam El-Shebaby is dus het zoveelste voorbeeld in een indrukwekkend rijtje dat niet werd berispt.

Ook hij kwam er uiteindelijk eigenlijk gewoon mee weg. Hij werd pas ‘verbannen’ toen het judotoernooi lang en breed achter de rug was. Hij werd niet subiet onder begeleiding op het vliegtuig gezet, alleen buiten het Olympisch dorp gedropt. Even ter vergelijking: verliezende Nederlandse sportsters zitten terwijl ik dit schrijf in de kist terug richting Nederland.

Het IOC, toch al niet bekend staand als hoeders van de Olympische gedachte, nam te elfder ure de beslissing om de man gister toch een strafje toe te dienen. En daarmee werd het failliet van dat basisprincipe op het nippertje voor de poorten van de Hades gered. #not. Met voeten getreden, dat werd het. Mijn zeer gewaardeerde collega Benjamin Haddad twitterde terecht bij de foto van de uitgestoken hand van Sasson richting El-Shebaby met de woorden: “The Middle East: A very short history.” En zo is het.

Er zijn er voor minder naar huis gestuurd. Wat jij, Yuri.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*