De Nederlandse kosjere slacht is veiliggesteld

Jonathan Soesman is sjechita-gedelegeerde en onderhandelaar van het NIK
Jonathan Soesman is sjechita-gedelegeerde en onderhandelaar van het NIK

Begin juli hebben het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) en overige betrokkenen overeenstemming bereikt met staatssecretaris Van Dam over een addendum bij het convenant dat onder andere de sjechita (kosjere slacht) veiligstelt.

Door Jonathan Soesman en David Brilleslijper

Toch uiten enkelen kritiek op de overeenkomst wat betreft kasjroet en toekomstige export. NIK en de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS) verwijzen dit overtuigend naar het rijk der fabelen. De aanvullende afspraken (het addendum) waren nodig omdat een aantal praktische zaken uit het eerder afgesloten convenant uit 2012 in praktijk niet uitvoerbaar bleek. Hiervoor moest een oplossing komen opdat het convenant ook daadwerkelijk geïmplementeerd kon worden. Zonder die oplossing zou de staatssecretaris het convenant als onuitvoerbaar kunnen bestempelen, wat koren op de molen zou zijn geweest van de tegenstanders van de sjechita. Een totaal verbod op sjechita was dan vervolgens niet ondenkbaar.
Gezien de zowel politieke, bestuurlijke als halachische (Joodse wet) complexiteit van de aanpassing is gezocht naar een breed Joods draagvlak voor de aanpassingen. Hiertoe is een stuurgroep met leden van NIHS, NIK, een jurist en een politiek adviseur ingesteld. IPOR-opperrabbijn Jacobs heeft advies gegeven en geholpen bij de contacten met de overheid en politiek.

Gezien de zowel politieke, bestuurlijke als halachische complexiteit is gezocht naar een breed Joods draagvlak

Kasjroetstatus
De stuurgroep heeft tijdens het gehele proces regelmatig afgestemd met de bij de sjechita direct betrokken medewerkers. Verder werd uitgebreid met de voor de sjechita verantwoordelijke rav hamachsjier, rabbijn Eliezer Wolff , overlegd over de kasjroetstatus van het vlees onder de nieuwe regels. Hij heeft verklaard dat de voorgestelde restricties vanuit halachisch perspectief in beginsel niet gewenst zijn, maar onder druk van de overheid en in het belang van het behoud van de sjechita toegestaan. Het vlees is en blijft gewoon kosjer. Rabbijn Wolff heeft ook een korte toelichting hierop gepubliceerd waarin hij aangeeft welke belangrijke kasjroetautoriteiten zijn mening ondersteunen. Onder andere de president van de belangrijkste Europese rabbijnenorganisatie de CER, opperrabbijn Pinchas Goldschmidt en Shimon Cohen, de campagne-voorzitter van Shechita UK hebben hun steun en instemming met het door het NIK bereikte resultaat betuigd en bestempeld als een belangrijke ommekeer in een tijd dat steeds meer Europese landen sjechita verbieden.
Het was de wens van het parlement en de staatssecretaris om de onbedwelmde slacht zo veel mogelijk te beperken en deze alleen toe te staan waar het recht van godsdienstvrijheid een rol speelt. Dit heeft zich vertaald in de formulering dat ‘onbedwelmde slacht is toegestaan voor zover noodzakelijk om aan de daadwerkelijke behoefte van de in Nederland aanwezige religieuze geloofsgemeenschappen te voldoen’. Sommigen zien hierin een aanleiding om te stellen dat vanaf 1 januari geen kosjer geslacht vlees meer mag worden geëxporteerd.
Dit is om meerdere redenen incorrect. Het betreft hier een inspanning om een en ander uit te werken en tot regelgeving te komen. Van een exportverbod is en kan daarbij geen sprake zijn. Het NIK heeft altijd gesteld dat gezien de beperkte Nederlandse markt, ook bedrijfseconomische redenen mee moeten spelen om de sjechita in de praktijk voor Nederland te kunnen behouden. Het ministerie heeft dit in diverse overleggen erkend en aangegeven dat hiertoe ook geëxporteerd mag worden. Een wettelijk verbod op export is bovendien op basis van EU-regelgeving niet mogelijk.
Staatsecretaris Van Dam heeft dit ook al in een brief met antwoord op vragen van de Tweede Kamer d.d. 28 april 2016 bevestigd. In zijn antwoord op vragen van CDA (en VVD en kleine christelijke partijen) begint de staatssecretaris tot tweemaal toe zijn antwoord over exportbeperking met: “Er is geen sprake van een exportbeperking.” Op 23 december 2016 antwoordt hij ook positief op vragen van de Eerste Kamer naar export en of er rekening mee wordt gehouden dat ‘met name voor de kosjere slacht een minimum aantal slachtingen nodig is om de facto een levensvatbare kosjere slacht in Nederland te behouden’.

David Brilleslijper is
voorzitter van de NIHS