De kosjere hamvraag|Nieuwe vrucht

Nieuwe vrucht

Na het appeltje op ingaande Rosj Hasjana, is het de tweede avond van het nieuwjaarsfeest de beurt aan een zogenaamde ‘nieuwe vrucht’. Bedoeld wordt een fruitsoort die net in het seizoen is en die we bovendien geruime tijd, misschien wel sinds afgelopen Rosj Hasjana, niet hebben gegeten. 

Daarvoor worden verschillende verklaringen gegeven (het jodendom heeft een bloedhekel aan eenduidigheid). Veel interpretaties brengen op een of andere manier het nieuwe van de vrucht in verband met het nieuwe jaar. Ook ergens gelezen: op de verjaardag van de aarde is het goed om stil te staan bij de constante vernieuwing van de schepping.
In werkelijkheid is die nieuwe vrucht er vooral om een praktisch probleempje op te lossen. Joodse feestdagen (alsmede andere langgekoesterde mijlpalen als de ingebruikname van een kledingstuk, huis, auto of iPhone) worden ingeluid met de zegenspreuk Sjehechejanoe. We zeggen dan vrij vertaald: ‘wat fijn, oh lieve God, dat we dit weer mogen meemaken’. Vraag is alleen of we de tweede dag Rosj Hasjana dienen te beschouwen als een aparte mijlpaal. Misschien sloeg het Sjehechejanoe van een dag eerder wel op het hele tweedaagse feest. En omdat we economisch met onze zegenspreuken dienen om te gaan, kampten onze geleerden met een dilemma. De oplossing was even simpel als doeltreffend: we eten voor de zekerheid een nieuwe vrucht. Daar raakt u misschien minder opgewonden van dan van Hollandse nieuwe of beaujolais primeur, maar de geleerden vonden het memorabel genoeg voor een Sjehechejanoe. Dus mocht de spreuk niet nodig zijn voor de tweede dag Rosj Hasjana, dan zit u alsnog goed. Probleem opgelost.

Vraag is alleen van welke vrucht u nog redelijkerwijs kunt verwachten dat geen van uw gasten hem in lange tijd heeft gegeten. Vroeger volstond een granaatappel. Die diende je een week van tevoren te bestellen bij de groenteman. Maar granaatappelpitjes zijn de nieuwe pijnboompitjes, daar is niets exotisch meer aan. En verse vijgen, kiwi’s, lychees of zespri’s zitten tegenwoordig in het lunchtrommeltje van de doorsnee bouwvakker. Daarom nam ik de heilige taak op me om voor u op safari te gaan in eigen stad. Op jacht naar vruchten die nog écht bijzonder zijn.
Voordat ik mijn zoektocht goed en wel was begonnen, stuitte ik in de supermarkt op een mij onbekende vrucht. Nieuw in het assortiment bij Albert Heijn: de pluot, een zoet en sappig handvruchtje. Missie volbracht, dacht ik even, maar helaas, de pluot blijkt een hybride van de abrikoos en de Japanse pruim. En kruisingen zijn voor de halacha wat cannabis is voor de Nederlandse wet: de teelt is een misdaad, consumeren is geen probleem. Maar Sjehechejanoe ga je er niet over zeggen.
De kiwibessen die Marqt verkoopt zijn wél een optie, want hoewel de naam anders doet vermoeden zijn die niet gekruist. Ze lijken op kleine groene druiven, maar van binnen zit een klein kiwietje verstopt. Lekker en reuze handig, want je hoeft ze niet te schillen.
Bij Van Mourik op de Albert Cuypmarkt vond ik cactusvijgen, in Israël bekend als sabra’s. Echt massaal worden ze daar ook niet gegeten, maar zoals u weet staat de vrucht symbool voor geboren Israëli’s. Dat klopt wel, want als je de stekelige vrucht niet voorzichtig tegemoet treedt dat kan hij flink wat irritatie opwekken. Ga voor de sabra’s die rood zijn van buiten. Het vruchtvlees, dat je het beste kan uitlepelen, is dan op zijn zoetst. De smaak doet mij denken aan grenadine en peer. Je moet geen bezwaar hebben tegen een mond vol pitjes, die je overigens gewoon kunt doorslikken.
Ook de pitaya of drakenvrucht is een cactusvrucht die in Israël voorkomt. Groenteman Jan Ruygrok in Buitenveldert haalde hem speciaal voor u in huis. Helaas maakt de smaak van de pitaya de belofte van zijn spectaculairdere verschijning niet waar. Het vruchtvlees heeft het mondgevoel van een kiwi, maar heeft nauwelijks smaak. In de verte proefde ik radijs.
De expeditie bleek uitdagender dan ik van tevoren had ingeschat. De meeste groentezaken, ook de chique juweliers in Zuid, hebben een nogal voorspelbaar assortiment. Bij de Surinaamse toko Afoe Censie op het Gerard Douplein had ik meer geluk. Daar verkopen ze nangka of jackfruit. Dat zijn enorme vruchten met een soort spikes aan de buitenkant. Binnenin zitten donkergele partjes, die sterk ruiken naar overrijpe ananas. De smaak is weeïg en houdt het midden tussen ananas, mango en banaan, de structuur is stevig. Je koopt niet de hele vrucht (die kan wel 30 kilo wegen), maar een plak. Pas wel op voor de witte plakkerige substantie die je er gratis bij krijgt. Als je die op je vingers krijgt, loop je er met Jom Kipoer nog steeds mee rond.

Een waar reservaat voor exotisch fruit is de Nieuwmarktbuurt. De Chinese supermarkt Oriental Commodities verkoopt jujube, een appeltje met een foamachtige structuur. Niet om wild van te worden. Hun nashi peer vond ik lekkerder: een rare peer in de vorm van een appel met de schil van een peer, de bite van een appel en de smaak van een peer. Kortom: iets tussen een appel en een peer.
Spannender werd het even verderop bij Dun Yong aan de Geldersekade. Daar hadden ze mangistan, in het Nederlands verbasterd tot mangosteen. Met mango heeft het evenwel niets van doen. In de harde, paarse vrucht zitten witte, licht slijmerige partjes die me sterk aan lychee deden denken. Niet onaangenaam. Ik kocht er ook carambola, de gele stervrucht die cateraars nog weleens gebruiken als decoratie. Hij ruikt, grappig genoeg, vooral naar etrog en heeft een frisse citrusachtige smaak. De partjes hebben de vorm van een vijfhoekige ster. Net geen davidster dus, maar met wat fantasie kan je er een mooie gedachte aan koppelen. Maakte God op de tweede dag van de schepping niet de sterren? En beloofde Hij niet aan Avraham om het Joodse volk zo talrijk te maken als de sterren aan de hemel? Zo loste ik voor u zomaar een probleem op waarvan u het bestaan waarschijnlijk niet eens kende. Vraag is alleen hoe ik in hemelsnaam zelf nog aan mijn verplichtingen ga voldoen. Er is in de ganse stad geen vrucht meer te vinden die ik niet heb geproefd. Weet je wat ik doe? Ik koop een nieuwe das die ik op de tweede avond Rosj Hasjana voor het eerst omknoop. Over een mooi nieuw kledingstuk mag je immers ook Sjehechejanoe zeggen. En het najaarsseizoen is net begonnen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*