De kosjere hamvraag: Quinoa

QuinoaZoals bijna alles in het leven is ook ons voedsel onderhevig aan mode, al gaat het in de haute cuisine een factor of honderd langzamer dan in de haute couture. Om van de cuisine die haute noch hot is maar te zwijgen.

Dat is op zich niet opzienbarend, want waar een beetje modeslachtoffer zich zonder slag of stoot hippe kleding laat aanmeten die knelt, schuurt of snijdt, zal zelfs de übercoolste foodie weigeren een gerecht te eten dat de ogen streelt, maar de tong teistert.
Van de ganse middenstand is de supermarkt zo ongeveer het minst modegevoelig. Zelfs de seizoenen spelen er geen rol. Hartje winter kan je er doodleuk terecht voor aardbeien. Toch staat ook daar de tijd niet volledig stil. Ik zou met de teletijdmachine van Professor Barabas graag eens afreizen naar de supermarkt van mijn jeugd. Ik vermoed dat ik moeite zou hebben om een fi jne maaltijd samen te stellen. Paddenstoelen waren champignons en die waren wit, pasta was óf macaroni óf spaghetti en ik kan me vergissen, maar volgens mij waren eerste levensbehoeften als mozzarella, risottorijst, couscous, pijnboompitten, choemoes en peterselie die niet krulde überhaupt niet te krijgen. Om van andere verse kruiden maar te zwijgen.
De jongste verrijking van het supermarktassortiment en daarmee van ons alledaagse voedsel is quinoa (spreek uit: kienwa). Ooit exclusief bemind door de stoffi ge clientèle van reformwinkels, maar in de mode geraakt sinds de Israëlische kookgoeroe Yotam Ottolenghi ermee aan de haal is gegaan. In zijn kielzog volgde de culinaire voorhoede en inmiddels zweert de doorsnee bedrijfskantinekok erbij en zijn zelfs de grootgrutters overstag. Het is culinaire 
normcore, de in Amerika rondwoekerende trend die alles wat altijd lelijk en oubollig was tot hippe standaard transformeert. Paradoxaal genoeg mag het ineens niet meer fraai ogen, maar moet het vooral comfortabel zijn. De geitenwollen sok is de nieuwe panty. Op het eerste gezicht heeft quinoa veel weg van couscous en bulgur, maar schijn bedriegt. Het zijn geen graankorrels, maar Zuid-Amerikaanse vruchtjes die zowel lekker als gezond zijn. Rijk aan eiwitten, vitaminen en mineralen en – ook al zo’n ding van de laatste tijd – geheel glutenvrij. Een perfect substituut voor mensen met een glutenallergie en ogenschijnlijk ideaal voor Pesach, het feest dat alle graanproducten een week lang verbiedt.
Vraag is alleen of quinoa niet tot de
kitnijot moet wordt gerekend. Dat zijn peulvruchten, die voor de zekerheid ook maar zijn verboden voor Pesach door asjkenazische rabbijnen. Rabbijnen, doorgaans geen mannen die veel tijd in de keuken doorbrengen, hebben moeite om erwten, pinda’s, rijst, soja, linzen, maïs, zonnepitten en bonen van granen te onderscheiden. De lijst met kitnijot is lang en ligt al eeuwen vast. Quinoa stond er niet tussen, maar dat was omdat tot voor kort geen weletend mens er ooit van had gehoord. Werk aan de winkel dus voor de Orthodox Union. Het grootste kosjerkeurmerk ter wereld stuurde waarnemers naar plantages in Peru en Bolivia en hakte na jaren van twijfelen eind vorig jaar de knoop door: quinoa is vanaf deze Pesach toegestaan in alle kosjere huishoudens. Dat is goed nieuws, want een lichte quinoasalade is een welkome afwisseling van alle zware matsekost. Volgende week op deze plek: een overheerlijk quinoarecept, speciaal voor Pesach. 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*