De kosjere hamvraag: Zeep

ZeepJaren geleden kreeg ik van een radiocollega een verjaarspresentje dat me van mijn stuk bracht. Het waren pepermuntjes, weliswaar verpakt in een allerkekst metalen doosje, maar dat deed niets af aan de inhoud: orale toiletverfrisser, het laatste lapmiddel voor de wasknijper. De gulle schenker was de presentator van de middagshow, bij wie ik regelmatig aanschoof om verslag te doen van de laatste actualiteiten. Dat gebeurde in een studiootje dat dermate knus was dat er een aanhoudende recycling plaatsvond van elkaars longinhoud. Ik moet daar monsterlijk uit mijn snater hebben gemeurd, want op dat kittige blikje prijkte een naam die weinig ruimte liet voor een verzachtende verklaring. Het waren pepermuntjes van het merk Hint Mint. Pas jaren later las ik in een glossy magazine over het succesverhaal van het hipste snoepje van Amerika. Zo’n doosje Hint Mint bleek een waar fashion statement. Geloof het of niet, ik las dat in de wachtkamer van mijn tandarts, een bekwaam vakman met maar één euvel. Juist. Hint Mint is trouwens gecertificeerd kosjer, dus neem gerust eens een kijkje op de website. Ze bezorgen wereldwijd.
Merkwaardig genoeg is het verder geen enkel probleem om je te mengen in andermans persoonlijke hygiëne. Het is maatschappelijk volkomen geaccepteerd om iemand een luchtje of een stuk zeep te schenken. Ik kreeg laatst een zeepje cadeau nadat ik voor deze rubriek ossenworst had getest met de worstenmakers van Brandt & Levie. Ze hadden me het liefst wat van hun varkensworstjes meegegeven, maar ja, ik was van
De kosjere hamvraag. Of een varkenszeepje wél mocht. Die maken ze sinds kort van overgebleven vet, want de hipste worstenmakers van Nederland hebben zichzelf ten doel gesteld om hun varkens van kop tot staart te gebruiken.
Ik heb het voor de zekerheid nog maar even nagevraagd bij wat hoeders van de wet, maar een zeepje dat voor 85 procent bestaat uit
chazer is niet treife. Je moet er geen vuilgebekte jongeling de mond mee wassen, als hij iets heeft gezegd wat niet kosjer is. Maar we mogen ons van de rabbijnen gerust van top tot teen insoppen met varkensvet.
De regel is simpel: zolang we het niet in onze mond stoppen, kunnen we onbeperkt genieten van onreine dieren. Ga lekker naar sjoel op krokodillenleren schoenen en speel je riedeltje klezmer gerust op je viool met een strijkstok van paardenhaar. Zelfs de kaarsjes voor sjabbat of Chanoeka mogen vervaardigd zijn uit varkensvet. Maar wacht. De regel gaat niet helemaal op. Zo moeten tefilien wel weer van kosjer leer zijn gemaakt en een Torarol van ezelperkament is een no-go. Het is bij nader inzien ook gek dat een verkoper van Mouwes, de kosjere delicatessenzaak die zowel zuivel als vlees verkoopt, na het snijden van de ossenworst eerst zijn handen moet wassen, alvorens hij de kaas mag snijden, maar dat wel met varkenszeep zou mogen doen.
Gelukkig is er officieel kosjere zeep op de markt. In een supermarktje in een ultraorthodoxe achterstandswijk trof ik ooit een exemplaar met een davidster gestanst in de zeep en meerdere duurbetaalde keurmerken op de verpakking. Volgens de rabbinale keurmeesters volledig parve, wat wel zo lekker inzeept na een slagroomtaartengevecht of een cosmetisch melkbad. Onder dat soort vrome gevoelens ga ik niet gebukt. Ik heb mij vanochtend door het varkentje van Brandt & Levie laten wassen en voel me reiner dan ooit tevoren. 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*