De kosjere hamvraag: Olijfolie 

OlijfolieEigenlijk is de geschiedenis van Chanoeka geen vrolijke. De heilige oorlog die de Makkabeeërs uitvochten met de hellenisten, ging niet louter tussen goede Joden en kwade Grieken. In werkelijkheid kruisten met name Joden onderling de degens. Niet voor niets geeft de Dikke Van Dale aan het woord ‘hellenist’ de betekenis van ‘Joden, door wie het hellenisme tot bloei kwam’. Met Chanoeka vieren we het voortbestaan van het orthodoxe jodendom, maar dat daar een bloedige burgeroorlog voor nodig was, laten we zo veel mogelijk buiten beschouwing.
Chanoeka wordt genegeerd in de Misjna. Ook in de Tenach is het vergeefs zoeken naar een bron voor het feest, dat ironisch genoeg uiterst populair is onder de losers van het verhaal, de vrijzinnige Joden. Het valt ze niet kwalijk te nemen, want de rabbijnen hebben er alles aan gedaan om de ware toedracht van het Chanoekaverhaal te verbloemen. De aspirant-Bijbelboeken Makkabeeën I en II werd de toegang tot de Joodse Bijbel ontzegd en zodoende worden met Chanoeka algemene bijbelpassages over de Tempel gelezen, bij gebrek aan een eigen megila, zoals met Poeriem.

Pas in de 7e eeuw, bijna achthonderd jaar na dato, wordt in de Talmoed pardoes het Chanoekawonder geïntroduceerd. U kent het ongetwijfeld: het enige verzegelde kruikje olijfolie dat de Makkabeeërs terugvonden na de herovering van de Tempel was precies genoeg om de menora één nacht te laten branden. Terwijl het acht dagen duurde om aan nieuwe olie te komen. Gelukkig schoot God te hulp: hij liet het kleine beetje olie acht dagen branden. Om dit te vieren steken we elk jaar de chanoekia aan. Liefst met olijfolie, maar in de praktijk vaak met kaarsen. Ook met de traditie om gerechten op basis van olijfolie te serveren zijn we niet zo streng. De traditionele latkes en soefganiot worden meestal gefrituurd in zonnebloem- of arachideolie olie en dus niet in olijfolie. Dat we zowel in de keuken als in de vensterbank geen olijfolie gebruiken vind ik opmerkelijk. Daar draaide het juist om in het Chanoekaverhaal. Olie was er genoeg, maar geen kosjere olijfolie van de beste kwaliteit.
Olijfolie is zoals alle vruchtensappen gewoon kosjer. Toch noemt de kasjroetlijst alleen Bertolli en ‘plantaardige oliën van Nederlands fabricaat’. Aangezien er bij mijn weten geen Hollandse olijfolie bestaat, zou je kunnen concluderen dat alleen Bertolli kosjer is. Dat is niet zo. Navraag bij het rabbinaat leert dat Bertolli slechts als suggestie wordt aangedragen, aangezien dat merk het OU-symbool draagt van de Orthodox Union: een cirkeltje met daarin de letter u. Dat schept verwarring. Waarom staat er niet ‘producten zonder toevoegingen zijn kosjer’, zoals bij de pasta’s en de rijst? Bovendien zijn veel meer merken olijfolie gecertifi ceerd kosjer. Als je goed kijkt dan vind je ook op de etiketten van Carbonell en Monini het OU-symbool. Maar als u ter gelegenheid van Chanoeka eens écht lekkere olijfolie wilt proeven, dan moet u de ongefi lterde van Pietro Coricelli in huis halen. Te koop in leuke beugelfl esjes in grotere Albert Heijns en gecertifi ceerd kosjer bovendien. Dat is normaal nergens goed voor, behalve op Chanoeka. Want de olijfolie in het wonderlijke verhaal dat we dan herdenken had immer ook een kosjerzegel.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*