De kosjere hamvraag: Methusalem

Anderhalf jaar woon ik nu in hartje Oud-Zuid, de rijkenenclave waar meer legertrucks rondrijden dan in Uruzgan en waar kinderen met namen als Pitou, Didde, Botho of Scipio, worden opgevoed door Thaise au pairs. Op zaterdagmiddag, als het luxereservaat open dag houdt in de Cornelis Schuytstraat, vergapen dagjesmensen zich aan dubbelgeparkeerde Maserati’s, ontelbare bakfi etsen en natuurlijk aan botoxjunkies Estelle en Bridget, die je er zomaar tegen het gladgestreken lijf kan lopen. Wat misschien minder opvalt, is de aanwezigheid van wijnwinkels op ongeveer elke hoek van de straat. Achter de afgeplakte ramen van Oud-Zuid moet teugelloos worden gesjikkerd. Maar liefst vijf wijnwinkels tel ik in een gebiedje van een kilometer bij tweehonderd meter en dan laat ik het ordinaire Gall & Gall uiteraard buiten beschouwing. Vraag is, hoe een fl es wijn het exhibitionisme bevredigt van mijn buren (u begrijpt, ikzélf ben door een ongelukkige samenloop van omstandigheden hier verzeild geraakt). Natuurlijk bestaan er genoeg exclusieve wijnen die recht doen aan de locale vierkantemeterprijs, maar als je het prijsstickertje op zo’n fl esje Lafi te of Pétrus niet laat zitten, heeft je argeloze gast niets door: de wijn is even rood en de fl es even groot. Gelukkig bestaan er ook fl essen waar de wijn ondergeschikt is aan het uiterlijk vertoon. Op de hoek van mijn straat zit Nan, de wijnwinkel waar de buurt ’s zomers zijn rosé haalt. Ook nu de zomer voorbij is, staat de etalage er nog vol mee. Omdat rosé zo jong mogelijk gedronken moet worden, heeft Nan een euro van de prijs afgedaan. Voor een reguliere fl es huisrosé betaal je deze herfst 10,95 euro. Tot zover niets aan de hand. De gekkigheid komt van een gigantische zesliterfl es van hetzelfde wijnhuis. Daar gaat dus acht keer de gangbare hoeveelheid in. Dat is een kleine 88 euro aan rosé. Maar wat kost die kolossale fl es? 179,50 euro! Wie dus écht indruk wil maken, betaalt 92 euro puur en alleen voor de fl es, dat wil zeggen het glaswerk dat de dag erna de glasbak in zou gaan, ware het niet dat het er niet in past. Kijk dat is decadentie stijl Oud-Zuid. Zo op drievierde van dit stukje vraagt u zich waarschijnlijk af wat dit alles te zoeken heeft in de Kosjere hamvraag. Welnu, dat zit ’m in de naam van zo’n zesliterfl es. Die is namelijk vernoemd naar Methusalem, Metoesjelach in het Hebreeuws. De Tora wijdt precies drie zinnen aan hem (Beresjiet 5:25-27). Daaruit maken we op dat Methusalem de opa was van Noach, maar wat meer in het oog springt en waar Methusalem zijn faam aan heeft te danken, is zijn ouderdom. Hij stierf op 969-jarige leeftijd. Dat is indrukwekkend, maar zo’n decadente fl es is niet oud, maar vooral heel groot. Die zou dus geen Methusalem moeten heten, maar Goliath. De fi listijnse krijger was volgens de Tenach (I Sjmoeël 17:4) omgerekend 2,85 meter lang. Maar groter is niet altijd beter, zo luidt de moraal van het verhaal van de strijd tussen de reusachtige Goliath en de kleine David. Een les die aan de luxepaardjes van Oud-Zuid niet besteed is.