De kosjere hamvraag: Limoncello

limoncelloToen mijn broertje twee jaar geleden aankondigde te gaan trouwen, bedacht ik een tamelijk arbeidsintensief huwelijkscadeau. Ik maakte voor het stel een album, met daarin foto’s van alle genodigden voor het feest. Omdat het niet zomaar een obligate serie portretjes moest worden en er wat te juichen viel, vroeg ik iedereen, van hoogzwangere hartsvriendin tot bejaarde achteroom, om springend op de foto te gaan, liefst in een betekenisvolle omgeving. Er werd gesprongen in de Amsterdam-Arena, op Schiphol, in een operatiekamer en in een galerie tussen de Hollandse meesters. Zo ontmoette ik Franco Fiorito, een vriend van de bruid. Anders dan zijn naam deed vermoeden bleek Franco een oer-Hollandse jongen, type boer zoekt vrouw. Franco liet tijdens zijn sprong citroenen in de rondte vliegen, want hij maakt limoncello volgens het familierecept van zijn Siciliaanse grootouders. Ik nam de foto en vergat Franco en zijn limoncello. Wie weleens op vakantie in Italië is geweest, heeft ongetwijfeld al eens kennisgemaakt met limoncello. In restaurantjes komt de rekening vaak met een ijskoud glaasje van deze citroenlikeur, een heel wat vrolijker gebaar dan van die pepermuntjes, die vooral bedoeld lijken om te voorkomen dat het dubbelgevouwen bonnetje niet openklapt. Diezelfde pepermuntjes vind je trouwens op openbare toiletten, wat volgens mij net zoveel zegt over de staat van ons publieke sanitair als over het niveau van de Nederlandse horeca. Echt lekker is dat fl uorescerend gele goedje niet. Zelfs halfbevroren is het eigenlijk te zoet en verraderlijk bovendien, want dankzij de overdaad aan suikers merk je pas de dag erna hoeveel alcohol er toch nog in zat. Limoncello drink je in Italië hoofdzakelijk omdat het gratis is, en terug in Nederland vooral omdat het de zoete herinnering aan die zwoele Italiaanse zomeravonden levendig houdt. In rap tempo verovert limoncello Nederland. Sinds enkele jaren wordt ons elke zomer een nieuwe alcoholische hype opgedrongen en na rosé, prosecco en Aperol spritz is het de beurt aan limoncello. Het leuke is dat die trend voor een groot deel te danken is aan de Nederlandse producent Di Fiorito. Inderdaad, het bedrijfje van Franco van de springfoto. Zijn limoncello ligt inmiddels bij Gall & Gall en wordt geschonken in chique restaurants. Het moet gezegd, Franco en zijn broer Benno bewijzen dat de ene limoncello de andere niet is. Of het aan de uit Italië geïmporteerde biologische citroenen te danken is, weet ik niet, maar Limoncello di Fiorito smaakt stukken beter dan het lichtgevende kernafval dat je soms bij de pizzeria wordt opgedrongen. Behalve citroenen gaan er in principe alleen suiker, alcohol en water in limoncello. Een kosjere drank dus, maar producten zijn pas offi cieel kosjer als ze door Eddy Maarsen van het opperrabbinaat worden goedgekeurd en opgenomen in de zogenaamde kasjroetlijst. Ik wilde weleens weten hoe een nieuw product zijn weg vindt naar die lijst en ging met Franco langs bij het rabbinaat in Buitenveldert. Rabbijn Maarsen wilde weten of de alcohol niet verkregen was uit druiven. Franco vertelde dat hij louter graanalcohol gebruikt. Met documenten kon Franco ook aantonen dat er in de ketels waarin de limoncello wordt gebrouwen geen andere likeuren worden gemaakt. Na een half uurtje vertrokken we weer, een fl esje limoncello achterlatend op het bureau van Maarsen. Afgelopen week verscheen er een mededeling op de website van het NIK: ‘Vanaf heden geoorloofd: Limoncello di Fiorito’. Dat was net op tijd voor de kosjere receptie die mijn broer en schoonzus vorige sjabbat gaven ter gelegenheid van de geboorte van hun dochter.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*