De ‘Jodenimam’ van Drancy

imamHassen Chalghoumi probeert bruggen te slaan tussen moslims en Joden in Frankrijk, waarbij hij regelmatige bezoeken aan Israël niet schuwt. Niet iedereen neemt hem dit in dank af: beledigingen, bedreigingen en geweld vallen de imam ten deel. Chalghoumi moest zelfs een couppoging in zijn eigen moskee het hoofd bieden. „Het leven van de mens is heiliger dan welke God ook.”

Auteur: Bart P. Schut

De imam is een overtuigd en overtuigend spreker. Talloze handgebaren vergezellen zijn woorden, maar het vuur van zijn betoog is niet dat van de zeloot. Daarvoor is zijn stem, maar zijn vooral zijn denkbeelden te mild, daarvoor glimlacht en nuanceert hij te veel. Hassen Chalghoumi heeft zijn levenswerk ervan gemaakt de kloof tussen moslims en joden, in Frankrijk en – ‘pourquoi pas?’ – internationaal, te dichten. Hij doet dat op een historisch geladen, nee, beladen plaats. „Ik ben imam van Drancy. De stad waar ik leef en werk heeft een verleden met de Joden waardoor het niet meer dan logisch is dat ik een bijzondere band met hen voel.” In deze banlieue ten noordoosten van Parijs, stond van 1941 tot de bevrijding in augustus 1944 het Camp d’internement Drancy. Bijna 70.000 (ongeveer de grootte van de bevolking die de stad nu heeft) van de in totaal 80.000 tijdens de Sjoa uit Frankrijk gedeporteerde Joden, kwamen op enig moment in het kamp terecht. Vanuit Drancy werden zij naar de nabijgelegen stations van Le Bourget en Bobigny gebracht vanwaar de treinen naar Auschwitz vertrokken. Slechts 2000 van hen keerden terug, nog geen 3 procent. Een toepasselijke plek voor een geestelijke om tegen antisemitisme te preken dus, maar de historische band van zijn stad met de Holocaust is niet Chalghoumi’s enige drijfveer: „Kijk eens naar de religieuze en culturele invloed die de Joden op de islam hebben gehad, in Spanje, Marokko, Bagdad, overal. Moslims en Joden zijn één monotheïstische familie, in de Koran wordt Abraham vaker bij naam genoemd dan de profeet Mohammed.”

Islam van het licht
Hassen Chalghoumi wordt in 1972 geboren in Tunis als kind van een Algerijnse vader en een Tunesische moeder. Als enige van vier zonen in het liberale gezin kiest hij ervoor naar een Koranschool te gaan. In zijn jonge jaren reist Chalghoumi de islamitische wereld rond op zoek naar de in zijn ogen juiste interpretatie van het geloof: ‘de islam van het licht’, zoals hij het zelf noemt. Zijn zoektocht brengt hem naar Syrië, Iran en Turkije, maar in Pakistan vindt hij in de conservatieve maar apolitieke Tabligh-beweging en in het gematigde soefisme religieus houvast. En in het seculiere India, onder invloed van Gandhi’s leer van geweldloosheid, komen zijn eigen, liberalere ideeën tot volle wasdom. In 1996 verhuist Chalghoumi naar het huis van zijn broer net buiten Parijs. Hij begint te preken, werkt als ‘grand frère’ (grote broer, een soort mediator) voor de islamitische werknemers van het hoofdstedelijke openbaarvervoerbedrijf en runt zelfs een tijd lang een pizzeria. In 2000 belandt hij bij toeval in Drancy, maar Chalghoumi zelf ziet het als zijn lot. Met zijn bescheiden taqiyah (gebedskapje), minuscule kinbaardje en open gezicht, lijkt Hassen Chalghoumi in niets op het stereotype van een orthodoxe ‘haatimam’. De schijn bedriegt níét, Chalghoumi pleit in zijn preken voor de scheiding van kerk en staat, voor de gelijkheid tussen man en vrouw, spreekt zich uit vóór het Franse boerkaverbod en de militaire interventie in Mali. Met dit soort denkbeelden is het niet zo verwonderlijk dat de imam van Drancy razendsnel een lieveling van de Franse media en politici wordt. Dankzij zijn vriendschap met de centrumrechtse burgemeester van het stadje, Jean-Christophe Lagarde, slaagt hij er in no time in een moskee, Al-Nour (het licht), te bouwen, waarvan hij een van de imams wordt. Daar blijft het niet bij, Chalghoumi wordt met zijn pleidooi voor een ‘Franse islam’ een graag geziene gast op tv en schittert als eregast op bijeenkomsten met premier Manuel Valls en president François Hollande.

Kwaad bloed
Onnodig te zeggen dat de imam zich hiermee niet bij alle Franse moslims even populair maakt, maar het is een andere actie die pas echt kwaad bloed zet bij delen van de oumma. In 2006 woont hij de jaarlijkse herdenkingsceremonie in het kamp van Drancy bij en neemt hij het woord: „De Holocaust is een ongerechtigheid zonder gelijke in de geschiedenis.” Een dag later dringen vandalen zijn huis binnen en vernielden zijn interieur. Nu bijna tien jaar later herhaalt Hassen Chalghoumi, met een verdrietige glimlach op het gelaat, de woorden waarmee hij toen zoveel vrienden binnen de Joodse en vijanden binnen zijn eigen gemeenschap maakte: „De kinderen van Israël en die van Ismaël zijn neven en nichten van elkaar. Vergeet niet dat wij moslims aanvankelijk ons gebed naar Jeruzalem richtten, later is dat veranderd naar Mekka.” Het blijft niet bij die ene gelegenheid en ook niet bij dat ene incident. Chalghoumi knoopt in 2009 (kort na Operation Cast Lead!) banden aan met rabbijnen in Parijs in een poging een brug te slaan tussen de Joodse en islamitische gemeenschappen. Op 5 juni 2012 neemt hij een stap die voor veel imams ondenkbaar zou zijn: Chalghoumi bezoekt Israël. In Tel Aviv is hij te gast op een conferentie over religie en secularisme. In november van hetzelfde jaar volgt een tweede bezoek, ditmaal aan Yad Vashem en de graven van de Joodse slachtoffers van Mohamed Merah. Het levert de imam in 2013 de Prix Copernic van de ULIF, de Vereniging van Liberale Israëlieten van Frankrijk, op. Inmiddels is een deel – ‘een klein deel’, verzekert Chalghoumi – van de bezoekers van de Al-Nourmoskee in opstand gekomen tegen hun imam. Zij verenigen zich in een collectief met de veelzeggende naam ‘Cheik Yassin’, genoemd naar de oprichter van Hamas. Kort na zijn eerste bezoek aan Israël sturen de ‘opstandelingen’ een brief met een petitie aan de moskee waarin zij Chalghoumi oproepen af te treden als imam. Een van hun grieven is zijn samenwerking met de CRIF (de raad van Joodse organisaties in Frankrijk). Chalghoumi weigert af te treden, maar de toon is gezet.

‘Superster in Tel Aviv’
Zijn tegenstanders proberen Chalghoumi weg te zetten als iemand die alleen staat, geen legitimiteit heeft binnen de moslimgemeenschap. De Frans-islamitische website Oumma.com publiceert in 2012 een artikel getiteld: ‘Uitgejouwd in Parijs, superster in Tel Aviv’. Zijn vijanden in Drancy noemen hem smalend ‘de imam van de Joden’, het is niet bedoeld als compliment. Beminnelijk als hij is, wanneer Chalghoumi over zijn tegenstanders spreekt, vlammen zijn ogen op: „Overal, dus ook hier in Frankrijk, probeert de Moslimbroederschap haat te zaaien om haar politieke doeleinden te bereiken. Op internet, op social media krijgt deze minderheid de kans haar boodschap van fanatisme en haat te verspreiden. Ook naar mij toe. Ik betaal een hoge prijs voor dit werk, de bedreigingen zijn reëel, ik word dagelijks op internet beledigd en belasterd, maar we kunnen het ons niet veroorloven in de val van de angst te lopen. Wíj zullen winnen.” Ondanks alle pogingen van radicale moslims hem monddood te maken, blijft Hassen Chalghoumi op de voorgrond treden. Hij bezoekt Israël verschillende malen, steevast begeleid door bodyguards van de Franse politie. Als in januari dit jaar de Franse hoofdstad op haar grondvesten schudt na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo en de HyperCacher supermarkt, neemt Chalghoumi opnieuw geen blad voor de mond. Samen met zijn vriend, de Joodse schrijver Marek Halter loopt hij mee in de marche républicaine, de massale demonstratie ter ere van de slachtoffers. „Deze barbaren willen ons tegen elkaar opzetten,” zegt hij in een interview in Paris Match, „maar dat gaat ze niet lukken!” In een in februari door IS geopenbaarde video wordt Hassen Chalghoumi met naam en toenaam genoemd als doelwit, naast president Hollande en Dalil Boubakeur, voorzitter van de CFCM, de Franse Raad voor het Moslimgeloof.

Respect voor het leven
Nu, sprekend met het NIW vanuit de Al-Nourmoskee, doet Chalghoumi er nog een schepje bovenop: „[Religieuze] teksten bestaan om het belang van het menselijk leven en het respect daarvoor te benadrukken. Nu geldt dat meer dan ooit, geconfronteerd met het geweld van Daesh [het Arabische acroniem voor de Islamitische Staat] en Boko Haram,qui massacrent l’humanité op basis van een tekst. Dan vraag ik u: welke tekst? Als God niet goed en vergevingsgezind is, zou hij hen dan echt nodig hebben om de mensheid te vernietigen?” Het contrast met de fundamentalistische haatpredikers die zo regelmatig de krantenkoppen halen, zou niet groter kunnen zijn. Tegenover hun fixatie op dood en martelaarschap, stelt Chalghoumi zijn ‘islam van het licht’, het idee van religie ondergeschikt aan het leven. Maar de vraag is in hoeverre zijn boodschap aanslaat bij de gelovigen. Naar schatting duizend Franse jihadisten zijn afgereisd naar Syrië en Irak. Frankrijk zelf is na de aanslagen van Mohammed Merah in Toulouse, de aanval van Mehdi Nemmouche op het Joods Museum in Brussel, de bloedbaden in januari in Parijs, de aanslag in Kopenhagen en de mislukte aanslag in de Thalys van 21 augustus jongstleden het belangrijkste front van de Europese jihad geworden. Hassen Chalghoumi blijft benadrukken dat het om een kleine minderheid van de moslims gaat, maar juist als het om antisemitisme of steun voor de jihad in Syrië en Irak gaat, vindt hij wetenschappelijk onderzoek niet aan zijn zijde. Het weerhoudt de imam er niet van zijn strijd voort te zetten. „Ik geloof in de mensheid,” zegt Chalghoumi. Daarbij gaat de ‘Jodenimam’ van Drancy verder dan de overgrote meerderheid van zijn collega’s ooit ouden durven: „Het leven van de mens is heiliger dan welke God ook.”

Hassen Chalghoumi sprak in mei op het 5th Global Forum combatting anti-Semitism in Jeruzalem. De titel van zijn speech was Geloof als bron voor tolerantie. Hij hield zijn toespraak bewust in het Arabisch: „Omdat dat de taal is van de mensen voor wie deze boodschap is bedoeld.” De speech vindt u onder deze link: https://youtu.be/l7JkcRwJpLY

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*