Dansen voor je ezel

Kleur ik niet te veel buiten de lijntjes, of juist te weinig?Kijken doe je met je ogen,” zei mijn moeder altijd als ik in een winkel ergens met mijn vingers aanzat. Nog steeds trouwens. Maar in musea blijkt vaak dat mijn moeders wijsheid niet voor iedereen geldt. De meeste bezoekers kijken niet met hun ogen, maar met hun camera of telefoon, waardoor het in het Rijksmuseum bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk is De nachtwacht in zijn geheel te aanschouwen. Wat je ziet is een verzameling fragmenten, op de verschillende schermpjes die mensen vóór zich omhoog houden. Ook de paar gelukkigen die zich door de massa heen hebben kunnen wurmen, letten alleen op details die de audiotour ze aanwijst: de uitgestoken hand van Frans Banninck Cocq, dat ene uitgelichte meisje in de wirwar van schutters, het verstopte zelfportret. Ze staan zo dicht mogelijk met hun neus op het doek en vergeten het geheel te zien, laat staan hoe Rembrandts magnum opus zich verhoudt tot de zaal, de andere schilderijen of de rest van de wereld.

Vorige week was de start van het zoveelste Rembrandtjaar, nu ter ere van zijn 350e sterfdag. Museum Het Rembrandthuis opende een mooie tentoonstelling over het sociale netwerk van de schilder, waar onder meer een bijzondere brief van de meester is te zien. Er zijn niet veel geschriften van Rembrandt bewaard gebleven. Hij was dan ook geen schrijver. Het merendeel van zijn correspondentie ging over geld; hij had nogal wat schulden en ging een goede ruzie niet uit de weg. Maar in deze brief aan de dichter en diplomaat Constantijn Huygens geeft hij zijn hooggeplaatste opdrachtgever een waardevolle tip: “Mijn heer, hangt dit stuck op een starck licht, en dat men daer wijt kan af staen. Soo salt best voncken.” Met ‘voncken’ bedoelt hij dat het licht wordt weerkaatst in het reliëf van de verf. En bovendien: “Dat men daer wijt kan af staen.” Met licht en afstand dus, dat is volgens Rembrandt de beste manier om zijn werk te bekijken.

Op de kunstacademie heb ik ook geleerd hoe belangrijk het is om af en toe afstand te nemen van je werk. Een docent vond dat je tijdens het schilderen voortdurend heen en weer moest lopen, voor- en achteruit. ‘Dansen voor je ezel’ noemde hij dat. Sommige studenten maakten zich daar achter zijn rug vrolijk om, maar hij had gelijk. Want al kun je van een afstand niets aanbrengen of veranderen, het is soms noodzakelijk om je kwasten en je palet neer te leggen en een paar stappen achteruit te zetten voor een ander perspectief. Precies zoals op Rembrandts vroege, intieme schilderijtje Schilder in zijn atelier, ongeveer ter grootte van een A4-tje, dat ik persoonlijk honderd keer mooier vind dan die overschatte, bombastische Nachtwacht.

Ik schilder vrijwel nooit meer. Maar afstand nemen doe ik door op zaterdag, als het even kan, de dagelijkse verplichtingen te laten voor wat ze zijn. Wat dansen voor je ezel voor de kunstenaar is, is sjabbat voor de Jood: de tijd nemen om alles eens van een afstandje te bekijken. Want als je niet oppast verlies je het grote geheel uit het oog: Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Wat is echt belangrijk? Hoe verhoudt mijn kunstwerk, of dat nu mijn baan is, mijn relatie of wat dan ook, zich tot de rest van de wereld? Kleur ik niet te veel buiten de lijntjes, of juist te weinig?

Kijken – echt kijken – doe je niet alleen met je ogen, maar ook met licht en afstand. Op die manier zal het, om met Rembrandt te spreken, ’t best voncken.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*