Dagboek Oekraïne, door opperrabbijn Binyomin Jacobs

Opperrabbijn Jacobs reist door Oekraïne en houdt dagelijks een dagboek bij. Lees het dagboek van beneden naar boven.
Deze tekst valt niet onder de redactionele verantwoordelijkheden van het NIW. 

Dagboek van een bijzondere reis van Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne
Deel 7 (slot) – 30 oktober

Na een nacht slapen in Chernigov, na een lezing, de ochtenddienst en een ontbijt met de rabbijn, zijn vrouw en enkele gemeenteleden, bezoeken we het Joodse schooltje om vervolgens een rondrit door Joods Chernigov te krijgen. Om te kunnen zien waar eens de synagogen stonden en waar de Joden woonden.

Onderweg bezoeken we Sophia. Sophia is nog maar dertien jaar, maar helaas nu al bijna volwassen. Wie en waar haar vader is weet ze niet. In een piepklein kamertje woont ze met haar moeder. Moeder zit in het leger. Ze zegt niet te weten wat haar moeder daar precies doet, dat is geheim. Sophia kookt, wast, en heeft eigenlijk geen jeugd. De rabbijn heeft haar onder zijn hoede genomen. Ik hoop dat hij haar nog kan redden.

De jonge en enthousiaste rabbijn en de voorzitter van de Joodse Gemeente nemen ons mee naar een vredig ogend bos. Ogend, want hier liggen de stoffelijke resten van hen die op barbaarse wijze werden afgeslacht en (vaak nog levend) aan hun einde kwamen in de diepe meterslange kuil, oorspronkelijk bedoeld om de Duitse tanks tegen te houden: weer een massagraf. De voorzitter toont ons een foto van Duitse soldaten die hun blik tevreden werpen op de lijken van vermoorde Joden. De vrijwillige Oekraïense politie had het voorwerk al grondig gedaan…

De overheid van Oekraïne is zeker niet tegen Joden, legt de voorzitter uit. Maar het antisemitisme zit eeuwenlang diepgeworteld bij de bevolking. Op de Joodse begraafplaats, waar hij ons naar toe rijdt, toont hij hevig geëmotioneerd en verontwaardigd hoe de Grieks-Orthodoxe kerk zijn gebedsruimte op een deel van de begraafplaats heeft gebouwd. Onlangs, gewoon op de stoffelijke resten van de op gruwelijke wijze vermoorde Joodse gemeenschap. Met volledige medewerking van de lokale autoriteiten, maar duidelijk zonder instemming van de Joodse gemeenschap.

We nemen afscheid van Alina, onze tolk. Dadelijk rijden we naar Kiev. Als we in de synagoge onze thermosfles hebben gevuld voor onderweg, wil rabbijn Israel Silverstein ons nog even iets laten zien. Hij heeft recentelijk twee Thora-rollen gekregen. Oorspronkelijk afkomstig uit Chernigov, en via Siberië en vele andere vluchtplaatsen nu eindelijk weer terug, maar zonder de eigenaar.

We zullen vanavond eten bij de rabbijn van Donetsk, die gevlucht is uit zijn gemeente. Hij woont nu in Kiev met andere Joodse vluchtelingen. Deze keer had het vluchten niets te maken met antisemitisme, maar met de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Inmiddels hebben we in het koosjere hotel van Kiev overnacht en pakken we onze koffers in voor de terugreis naar huis. Ik heb nog aan Koen gevraagd of hij kan doorrijden naar Amersfoort. De slogan van Christenen voor Israël luidt toch immers: “Breng de Joden thuis”?

Kiev, een stad met miljoenen inwoners, gewoon heel modern. Ik heb het gevoel weer beland te zijn in de bewoonde wereld zonder armoede en corruptie. Of dat gevoel klopt, weet ik niet. Ik heb zo mijn twijfels, maar zo voelt het wel.

Een ontmoeting met de ambassadeur van Israël in Oekraïne staat voor vanochtend op het programma, nog net even kunnen regelen via de Israëlische ambassadeur in Nederland, Aviv Shir-On. Ik wil dat Koen de nieuwe ambassadeur van Israël in Oekraïne ontmoet, en ik wil ook dat de ambassadeur wordt geïnformeerd over het werk van Koen en de zijnen. En dan rechtstreeks naar het vliegveld, naar Nederland. Hebben wij een fijne tijd gehad? Ja en nee. Geweldig om het werk van Koen en zijn ploeg te mogen meebeleven, maar de situatie is schrijnend.

Het viel mij overigens op dat er in dit land gigantisch veel apotheken zijn, veel meer dan in ons Nederland. Kennelijk is er nog heel veel ziek in Oekraïne…….

Dagboek van een bijzondere reis van Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne
Deel 6 – 29 oktober.

Gisteravond na afloop van de Sjabbat, de rustdag, waren Alina (onze vertaalster), Blouma (mijn echtgenote) en ik gevloerd. Vanwege onze aanwezigheid hadden Rabbijn Yossi en zijn vrouw Nechama hun gemeenteleden uitgenodigd om samen de Sjabbat te vieren in Hoditch, het stadje waar de beroemde rabbijn Shneor Zalman, beter bekend als de Alter Rebbe, begraven ligt. Lezing na lezing, toespraak na toespraak, mochten Blouma en ik geven. Arme Alina: vertalen, vertalen, vertalen. Alleen Koen had rust, want er werd niet gereden vanwege de Sjabbat.

We nemen afscheid van de Poltova en rijden nu naar Chernigov. Na twee uur vertelt Koen ons trots dat we al 23 km hebben gereden. De weg is onvoorstelbaar slecht. Een Emmenthaler gaatjeskaas is er niets bij. Net voor we vertrokken belt de rabbijn van Mariupol me. Hij had vernomen over de slachtpartij in een synagoge in Pittsburgh en wilde even tegen iemand aan spreken. Ook in Mariupol is zo’n aanslag niet ondenkbaar.

Terwijl we voorthobbelen over de kuilen, droom ik weg over wat Nechama mij eerder vertelde. Meer dan acht jaar geleden werd er bij haar aan de deur gebeld. Een jonge vrouw, zichtbaar mishandeld, staat voor haar met twee kleine kinderen. “Mijn man, een Arabier uit Iran, wil mij en mijn kinderen vermoorden. Ik ben Joods. Neem mijn kinderen alsjeblieft”. Ik zal u, geachte lezer, de dramatische en criminele details besparen. Na een verblijf van zeven jaar bij de rabbijn en zijn vrouw, wonen moeder en kinderen nu in Israël. Vader is nog steeds verslaafd aan de alcohol en heeft alweer een paar andere vrouwen versleten…

Langs de weg lopen kippen, ganzen en geiten. Hier en daar een koe aan een lijntje. Af en toe doemt een bushalte op waar dan iemand kennelijk staat te wachten op een bus. Ik vraag me af wie eerder komt, de Messiach of de bus. Ondertussen staan we alweer tien minuten te wachten voor een spoorwegovergang. Hoewel er geen vliegverkeer is tussen Oekraïne en Rusland, rijden er nog wel af en toe treinen. Een student biologie uit Charkov, die ook op Sjabbat met ons was, vertelde mij dat biologie de studie bij uitstek is voor de 21e eeuw. Probleem is echter dat we hier nog in de 19e eeuw leven. Inmiddels is een goederentrein die de snelheid had van een invalide slak, voorbij en doet de mevrouw van het seinhuisje de slagboom open.

We stopten in Krolevits. De overgrootouders van Blouma liggen daar begraven. Ook komt de vader van mevrouw Dobba Vorst hier vandaan. Voor mijn vrouw dus ‘back to the roots’. In Krolevits is ook een massagraf met een gedenkteken, het restant van wat eens een rijk Joods leven was. Maar de overgrootouders van Blouma zijn “gelukkig” voor de catastrofe overleden. In Krolevits wonen nog vijftien Joden. Eens was twintig procent van de bevolking Joods.

Na uren kuilen omzeilen komen we aan in Chernigov. De jonge rabbijn staat ons al buiten, voor de sjoel, op te wachten. Binnen zo’n honderd gemeenteleden. Ik mag weer spreken, er wordt vol aandacht geluisterd. Wat een voorrecht om deze jonge rabbijn en zijn echtgenote te mogen bemoedigen. Wat fantastisch om de gemeenschap te mogen complimenteren voor hun inzet.

Ik word nog even voorgesteld aan een jonge vrouw, Esther, die de drijfveer achter de kleuterklas is. Haar overgrootmoeder was door haar ouders gedoopt en van een niet-Joods klinkende naam voorzien. Grootmoeder, moeder… allen niet joods opgevoed. Met behulp van de kerk is het doopregister tevoorschijn gehaald en kon haar Jood-zijn bewezen worden. Esther is weer thuisgekomen van drie generaties even weg!

Wonen in een doodskist

Dagboek van een bijzondere reis van Opperrabbijn Jacobs in Oekraïne
Deel 5 – 26 oktober.

Ik probeerde gisteravond op tijd naar bed te gaan om uitgerust vandaag weer op pad te gaan. Maar er spookte iets door mijn hoofd. Ik maal, ik kan me niet losrukken van de schrijnende armoede. Peperdure medicijnen, geen verzekeringen, pensioenen die niets voorstellen, corrupte artsen, piepkleine huisjes, ijskoud of juist oververhit, schrijnende verhalen, bejaarden die wegkwijnen na een leven van ontberingen…

Die eenzame ongehuwde man die te ziek is om de trap nog af te kunnen gaan om zijn boodschappen te doen. Die vrouw die alleen maar huilt omdat ze de lening bij de bank niet kan terugbetalen. De nog vrij jonge lerares die minder uren krijgt omdat haar vak geschiedenis minder populair is dan een tijdje geleden, met als gevolg minder salaris, terwijl de primaire levensbehoeften juist duurder en duurder worden. Bovendien verzorgt ze haar 85-jarige blinde moeder die de Holocaust heeft overleefd als enige van haar grote familie. In de kamer brandt slechts een klein lampje, de duisternis overheerst.

Wij Nederlanders geven royaal op giro 555 voor onverwachte rampen. Hier in Oekraine is geen sprake van een onverwachte plotselinge ramp. Het is een tragedie die normaal is geworden, die onoplosbaar lijkt en die mensen die gewoon blij hadden moeten zijn, gebukt laat gaan onder een veel te zware last.

En desondanks: ‘Am Jisraeel Chaj’ – het Joodse Volk leeft en overleeft. Mooi gezegd, hoor ik me tegen mezelf zeggen. En toch klopt het wel. ‘Am Jisraeel Chaj’, ondanks alles bestaan we nog. Uiteraard dankzij de hulp van Boven! Maar ook dankzij hulp vanuit de christelijke wereld, eeuwen geleden ondenkbaar.

We mochten vandaag iets later opstaan. Na het ochtendgebed en een ontbijt, dat meer leek op een diner, stappen we in de auto van de rabbijn: een tour door Poltava. Links een voormalige synagoge, rechts een synagoge, hier was het huis van de rabbijn, dat gebouw was de school, daarachter het mikwe (het rituele bad), daar woonde de cantor, deze straat heet nog steeds de Sjalom Aleichemstraat. Hier woonden alleen Joden en de spreektaal was Jiddisch. Zelfs de paar verdwaalde niet-Joden die hier woonden spraken Jiddisch. Links achter dat grote gebouw was de matze-fabriek, en daar… en daar…! Veertig procent van de honderdduizend inwoners waren Joden en van hen meer dan de helft orthodox.

Terug naar het huis van de rabbijn, het centrum van de Joodse gemeenschap in Poltava. Koffers ingeladen en op weg naar Hoditz, waar we de sjabbat zullen doorbrengen. Gewoonlijk heb ik een blij gevoel als het bijna sjabbat is, een gevoel van rust bekruipt me. Maar vandaag… ik voel een depressiviteit. Hoe kunnen we die straatarme nazaten van wat eens was steunen? Zijn ze nog te helpen?

Tijdens de huisbezoeken kreeg ik soms het gevoel dat sommigen in een doodskist wonen. Geen contact met de buitenwereld, binnen donker en muf, nauwelijks te eten, een toekomst die zwart is. De voedselpakketten die de rabbijn gaat uitdelen met Chanoeka, namens Christenen voor Israël, zullen wat licht brengen in de duisternis. Maar het probleem lijkt bijna onoplosbaar.

En toch overleggen we met de rabbijn. De rabbijn wil een betrouwbare dokter regelen om mijnheer Futerfass te onderzoeken, zodat hij de medicijnen zal krijgen die hij nodig heeft, in plaats van de medicijnen die hij nu gebruikt om de portemonnee van de apotheker en de dokters mee te spekken.  Zie ik alles te zwart? Kan het zijn dat deze straatarme stumpers misbruikt worden…? Het is helaas de realiteit.

We zijn bijna in Hoditz, sjabbath begint dadelijk. Rust voor ons, maar zal er ook rust zijn voor hen die we gisteravond mochten bezoeken in de krotten van Poltava?

Sjabbat sjalom!

Dagboek opperrabbijn Binyomin Jacobs in Oekraïne
Deel 4

Nog voordat we het ‘Jeruzalem van Oekraïne’ verlaten, leggen mijn vrouw Blouma en ik nog een paar huisbezoeken af om oude, zwakke en zieke mensen te bezoeken. Mijnheer Effi Abramowitz is op leeftijd: ‘het omgekeerde van 49’, zoals hij zelf bij binnenkomst aangeeft. Hij is gelukkig niet helemaal alleen, hij heeft een dochter en een kleindochter. Het probleem is echter dat die in Siberië wonen, dus in Rusland. En vanwege de politieke spanningen tussen Rusland en Oekraïne kunnen ze hem niet bezoeken. Een kleine bijkomstigheid van de oorlog… in en in triest.

WO II is eigenlijk aan hem voorbijgegaan, want Abramowitz diende als soldaat in het Russische leger. Ook na de bevrijding heeft hij nog gevochten in Japan en tenslotte tot 1953 in het verre Oosten. Trots toont hij al zijn medailles die hij als Russische Sovjet-soldaat heeft verworven. Overigens beschikt hij ook over een waslijn met medailles van het leger van Oekraïne, dat nu dagelijks in gevecht is met Rusland. Een vreemd verhaal: terwijl de gehele Joodse bevolking van Krimenchuk wordt vermoord, is deze Joodse man soldaat en ervaart hij geen enkele vorm van antisemitisme of vervolging.

Mevrouw Lubov woont op de vijfde verdieping. Een lift is niet aanwezig in deze bouwval. Ze ligt de hele dag op bed en snakt naar de dood. Ze is 92 jaar, heeft tien jaar geleden haar man verloren en een paar maanden geleden haar zoon. Haar enige kleindochter heeft het erg druk met de studie en komt baboesjka dan ook niet bezoeken. Straatarm ligt ze daar in een snikhete kamer met het raam wijd open. Ze moet veel betalen voor stookkosten, maar de staat bepaalt dat vanaf 15 oktober de verwarming brandt. Mocht het al eerder koud zijn, dan is ook dat dan maar jammer. Zoiets van eigen schuld, dikke bult. En wij in Nederland maar klagen…

Net voor het vertrek stel uit Krimenchuk ik een onnozele vraag aan de rabbijn: Waarom 24/7 cameratoezicht als er helemaal geen antisemitisme meer is? Toen kwam de aap kwam uit de rabbinale mouw. Er was een fles gevuld met explosieven over het hek van de synagoge gegooid en aan de zijkant van de sjoel, buiten het zicht van de camera’s, waren de hakenkruizen helaas goed zichtbaar.

Op naar Poltava!
Drie uur later worden we ontvangen door Olga die ons al staat op te wachten. Zij is de coördinator van het Joods Agentschap in de regio Poltava, en adviseert en begeleidt individuen en gezinnen die naar Israël willen emigreren.

Een bekend gezegde is dat als twee Joden elkaar ontmoeten, ze altijd een gezamenlijke derde Joodse kennis hebben. Het bleek te kloppen, want gisteren bij de plechtigheid in Kremenchuk was de ceremoniemeester: haar moeder. Voorts wist ze ook te melden in welk hotel we zouden verblijven op sjabbat, want zij bleek namens de rabbijn van Poltava de reservering te hebben gemaakt.

Alles oogt in dit land ver weg, maar is toch ook weer indrukwekkend dichtbij: het Joods Agentschap, Christenen voor Israël, de lokale rabbijnen, een (h)echte verbondenheid door begrip en vriendschap.

En nu op naar rabbijn Segal en zijn familie. Via een Europees uitziend modern centrum belanden we in een soort krottenwijk en daar zien we een gebouw waar Yossi en Nechama-Dina hun synagoge, ontmoetingscentrum, gasthuis, studiecentrum en een uitnodigende warmte hebben…

Wordt vervolgd!

Dagboek opperrabbijn Binyomin Jacobs in Oekraïne
Dag 3 – 24 oktober

Om middernacht komen we aan, na een reis van meer dan vijf uur in een soort rijdende trommelwasmachine, wegen vol diepe kuilen, een busje zonder normale vering maar met een briljante chauffeur die tijdens het zoveel mogelijk omzeilen van de kuilen ook nog moet kijken waar de weg begint en de berm eindigt. Verlichting of witte strepen zijn hier ongekende grootheden. In Krimenchuk staan de rabbijn en zijn echtgenote ons al ongeduldig op te wachten.

Onderweg kijk ik naar de kleine huisjes, eens bewoond door de Joden van wat ooit genoemd werd het ‘Jeruzalem van Oekraïne’. Zestig procent van de inwoners was hier Joods. Afgeslacht. Van de Joodse bevolking werd niemand afgevoerd naar de concentratiekampen, ter plekke werden ze vermoord. Velen levend begraven, om kogels te sparen.

De rabbijn bouwt op de ruïnes van het verleden, opgewekt en vol goede moed. Al meer dan twintig jaar wonen ze hier. Een nieuwe synagoge gebouwd, een dagschool opgezet, bezoek aan ouderen, armen, getraumatiseerden. Zijn verhaal getuigt van inzet en dankbaarheid, maar ook van bezorgdheid, want de armoede is groot onder de Joden. Om twee uur ‘s nachts komen we in ons hotel, uitgeput en vol indrukken. Antisemitisme is hier niet aanwezig, zeggen rabbijn Salomon en zijn echtgenote. Alleen het monument ter nagedachtenis aan de achtduizend Joodse vrouwen en kinderen wordt van tijd tot tijd beklad met hakenkruizen.

De Joodse eigenaar van het piepkleine hotelletje staat ons op te wachten. Hij vindt het een grote eer dat wij in zijn hotel verblijven. Na te weinig uren diepe slaap, gaan Koen Carlier van Christenen voor Israël en ik naar de synagoge. Rabbijn Salomon staat ons al op te wachten. Koffie, cake, sap… het geeft een goed gevoel dat we hem blij maken door hier te zijn en zijn inzet, zijn succes en zijn uitdagingen te zien en te beleven.

Na de ochtenddienst vindt de herdenking plaats. Zevenenzeventig jaar geleden werd Krimenchuk bevrijd. Maar het was geen ‘Jeruzalem van Oekraïne’ meer. Negentig procent van de gebouwen waren vernietigd en van de zestig procent Joden, was nog nauwelijks één procent over. Bij het monument ter nagedachtenis aan de gruwelen verzamelen zich langzaam steeds meer belangstellenden. Vertegenwoordigers van de lokale overheid, de lokale televisie, journalisten, Joden. Herdenking, waarschuwing voor de toekomst en dankbaarheid dat er ondanks alles nog iets over is: ‘am jisraeel chaj – het Joodse volk leeft’ wordt door de diverse sprekers benadrukt.

En dan naar het park. Hier werden de Joden afgeslacht. Een schitterend park, maar geen enkele herinnering aan het grote drama. Wel in een ander park, waar de slachtpartij zeker niet heeft plaatsgevonden. U denkt waarschijnlijk, beste lezer, dat ik door vermoeidheid gekweld, het niet helemaal goed meer weet te verwoorden. Mis! Op de plaats waar de stoffelijke resten liggen van Joods Krimenchuk, is geen enkel herinneringsteken. Wel ergens anders, waar ze zeker niet werden gedumpt. Triest liggen voor het monument een paar knuffeldieren. Goed bedoeld, maar de kinderen kunnen er echt niet meer mee spelen.

Terug naar de synagoge, het domein van de rabbijn. De vijfde gaarkeuken die Christenen voor Israël sponsort, mag ik officieel openen. Koen en ik knippen een lint door. Misschien staat dit wel symbool voor het gedeeltelijk doorknippen van het verleden. Verder gaan, ondanks alles. Natuurlijk het verleden niet vergeten en niet ontkennen, maar nooit het pijnlijke verleden de toekomst laten verlammen.

De gasten die hier dagelijks komen eten, klappen enthousiast en dankbaar. Een vrouw komt naar mij toe om enthousiast te vertellen dat haar enige kind nu in Israël woont. En tijdens de maaltijd staat een man op, geboren in 1932, om de rabbijn te bedanken, mij te danken voor mijn komst en Christenen voor Israël voor hun financiële steun.

In mijn toespraakje vraag ik aan rabbijn Salomon of hij ooit had kunnen bedenken dat de maaltijden in de gaarkeuken van zijn synagoge bekostigd zouden worden door christenen uit Nederland. Hij had dat inderdaad nooit durven dromen! Na een spontane rondedans waarbij allen meezingen met het ‘simantov u’mazzeltov’ gaan de gasten aan tafel om hun dagelijkse warme maaltijd te nuttigen. Wij mogen mee-eten. Ik geniet van de maaltijd, maar nog veel meer van de dankbare gezichten die me vreugdevol toestralen.

De opening van deze gaarkeuken zal de voorpagina’s van de kranten wel niet halen, maar mijns inziens is het weliswaar geen nieuws, maar wel iets heel groots! En nu mag ik voor de ouderen, die iedere avond met de rabbijn komen leren, een gastles geven. Wat ben ik dankbaar hier te mogen zijn om het ‘Jeruzalem van Oekraïne’ te mogen beleven.

Anders dan verwacht…

Dagboek Oekraïne, door opperrabbijn Binyomin Jacobs
Dag 2 – 23 oktober 2018

Dat soms plannen anders lopen dan verwacht, daarover kan ik een heel dik dagboek schrijven. Maar om een lang verhaal kort te maken: in plaats van gisterenmiddag uit het vliegveld van Kiev te stappen en de foto te maken die vandaag mijn dagboek siert, komen we pas 28 uur en 40 minuten later uiteindelijk in Kiev aan om ons werk te beginnen.

Waarom deze vertraging: mijn oma placht vaak te zeggen: de mens wikt en God beschikt. Enfin, die ene soldaat die ons uiteindelijk onze vrijheid teruggaf, schudde mijn hand en zei in gebrekkig Engels: God bless you! Misschien was dit wel de enige reden van de vertraging.

Als ik de kaart van Oekraine bekijk en de namen van de plaatsen lees, besef ik dat hier eens de grootste Joodse gemeenschappen leefden. Wat is ervan over?

Naast de vele keihard en in eenzaamheid zwoegende rabbijnen, die een bijna onmogelijke strijd voeren voor de overblijfselen van een Joodse gemeenschap die zeventig jaar communistische indoctrinatie probeert te overleven, is er hulp nodig. Armoede, spiritueel en fysiek, angst voor het latente antisemitisme. De gehele Joodse gemeenschap bestaat uit overlevenden met zeer veel traumatische ervaringen.

Omdat we ook naar de plaats willen gaan waar de grootouders van mijn schoonmoeder ergens begraven moeten liggen, denk ik plotseling aan mijn schoonmoeder met wie ik een geweldige band had. Toen zij twaalf jaar was, en haar broer, haar zus en haar ouders door uitputting en vervolging waren omgekomen, moest zij zich inschrijven in een weeshuis. Hoe heet je, werd haar gevraagd. Rika wilde ze zeggen, want dat klinkt niet zo joods als Riva. Die naamsverandering zou haar tegen het welig tierende antisemitisme moeten beschermen!

Maar net voordat ‘Rika’ uit haar mond zou komen, zag ze als in een droom haar vermoorde vader voor zich verschijnen, die haar duidelijk aangaf: jouw naam is Riva, vernoemd naar onze heilige aartsmoeder Rivka. En dus riep mijn schoonmoeder luidkeels uit dat ze Riva heet… en meteen werd ze door iemand die achter haar stond tegen de grond geslagen, terwijl ze werd uitgescholden voor ‘vuil Jodinnetje’.

Haar meer dan tweehonderd kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen zijn van Riva de nazaten, niet van Rika….

En nu: op weg! Na een warm onthaal door Koen en Alina, een kop koffie uit de achterbak van Koens busje, op weg! Driehonderd en één en twintig kilometer. Dat klinkt redelijk voor Nederlandse begrippen, maar hier is een weg echt iets minder goed onderhouden. Verlichting is hier een ongekende grootheid.

Het gaat ons vijf uur duren, en dan hebben we onze eerste ontmoeting – ergens midden in de nacht – met de rabbijn van Kremenchug. Vijf uur is lang, maar als we samen mogen zitten met onze christelijke vrienden, die échte vrienden zijn, is vijf uur zo voorbij.

We zijn begonnen om samen te helpen aan de overblijfselen van wat eens de bakermat was van intensief orthodox Joods leven. Hier werden ook de pioniers van het zionisme geboren: Golda Meir, Dizengoff, Jabotinsky… Hier in Oekraïne werd eigenlijk de huidige staat Israël gesticht.
Binyomin Jacobs, opperrabbijn

 

Dagboek Oekraïne, opperrabbijn Binyomin Jacobs
Nog vóór Dag 1 – 22 oktober 2018

Na een heel weekend Bar Mitswa vieren in Zutphen en nadat ik mijn Chanoeka-artikel begonnen ben te schrijven, zitten we nu in het vliegtuig op weg naar Kiev. ‘We’ zijn mijn Blouma, zo heet mijn echtgenote dus, en ik. Wat hebben die Bar Mitswa in Zutphen en mijn Chanoeka-artikel te maken met mijn Dagboek Oekraïne, hoor ik u vragen, en vraag ik mezelf ook een beetje af. Maar toch voel ik een duidelijk verband.

De Bar Mitswa jongen (Bar Mitswa betekent: Zoon van de Wet), dus net 13 jaar oud, woont met zijn familie in Nieuw-Zeeland. Uit vrees voor een Russische bezetting in 1952, heeft opa besloten om heel ver weg te trekken, naar de andere kant van onze aardbol. Opa wilde niet nog een bezetting meemaken, een tweede Auschwitz. Opa had in 1943 bar mitswa moeten worden in zijn synagoge, de synagoge van Zutphen… en nu dus, nu opa in de 90 is en kleinzoon 13… werd wat toen niet kon, nu dubbel gevierd.

Opa en kleinzoon, speciaal overgekomen met familie uit Nederland, Israël en Nieuw-Zeeland kwamen terug naar de plek waar ze eeuwenlang mochten wonen, volledig geïntegreerd: Joodse Zutphenaren of, als dat beter klinkt, Zutphense Joden. Am Jisrael chaj! Het Joodse volk leeft, ondanks alles.

Die Russische bezetting door de communisten kwam uiteindelijk niet in Nederland, maar wel in Oekraïne heeft het communisme zijn werk keihard gedaan. Het was gelijk Chanoeka. Joden werden niet vervolgd omdat ze Joden waren, maar wel omdat ze als Joden leefden en Zijn Thora en Traditie wilden volgen, met andere woorden: als ze God wilden dienen.

En net zoals met Chanoeka de universele opdracht is om licht in de duisternis te brengen, mogen wij nu naar Oekraïne afreizen om daar licht te brengen. Het licht van het Jodendom. En vooral ook richting geven. “Breng de Joden thuis”, is de slogan van Christenen voor Israël. Christenen voor Israël willen de Joden in Oekraïne helpen aan een toekomst in Israël. Samen met het Joods Agentschap sporen we honderden en honderden Joden op. Bijna volledig geassimileerd, verstoken van enige kennis van hun eigen erfenis: het communisme waarvoor de bar mitswa opa naar Nieuw-Zeeland was gevlucht, heeft gigantische sporen nagelaten, of beter gezegd uitgewist.

De meerderheid van de Joden in Oekraïne weten nog nauwelijks dat ze Joods zijn. Dadelijk, als we in Kiev het vliegveld uitkomen, staan Koen, Alina en misschien ook Carmen ons op te wachten. Koen, Alina en Carmen zijn medewerkers van Christenen voor Israël, die in Oekraïne gestationeerd zijn. In de bus, die Koen bestuurt, is kosjere proviand. Met z’n vijven gaan we negen dagen optrekken. Doel? Blouma en ik zijn de ‘huwelijksmakelaars’ die de lokale rabbijnen met Christenen voor Israël in contact brengen opdat ze elkaar vinden en over en weer kunnen samenwerken.

Bij vorige ‘huwelijksreizen’ hebben we al vele zeer succesvolle huwelijken mogen maken. In Mariupol, waar de oorlog dagelijks voelbaar is, kan de lokale jonge rabbijn Mendel Cohen veel en veel meer Joodse inwoners helpen, vanwege de steun vanuit Christenen voor Israël.

En als we er dan toch zijn, mogen we de rabbijn bemoedigen, de synagogeleden toespreken en waar nodig ook halachisch, Joods wettelijk, advies geven aan de vaak nog zeer jonge rabbijnen. Over twee uur hopen we te landen en beginnen we aan de duizenden en duizenden kilometers over slecht begaanbare wegen. Wat ben ik dankbaar om hieraan te mogen meewerken.
Binyomin Jacobs, opperrabbijn

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*