Column: Uitvaart

NaamloosDe Amsterdamse PvdA-burgemeester Van der Laan schoot vorig jaar fel uit zijn slof tegenover VVD-minister Opstelten van Veiligheid tijdens een werkbezoek aan een Joodse school. Het incident kwam niet in het nieuws, maar ik weet het uit betrouwbare bron. Witheet werd Van der Laan op Opstelten, die vindt dat de centrale overheid niet structureel hoeft te betalen voor de beveiliging van Joodse instellingen. Het onderwerp is weer in het nieuws nadat de Amsterdamse VVD afgelopen vrijdag bepleitte dat de gemeente meebetaalt. Het is ontluisterend dat de Nederlandse overheid al jaren vooral de Joodse gemeenschap laat opdraaien voor de kosten. In het herdenken van dode Joden zijn veel Nederlanders goed. In het beschermen van levende Joden duidelijk een stuk minder. Wellicht verandert er binnenkort eindelijk iets. U leest er verderop over.

Op de dag van de VVD-persverklaring blies in Italië de honderdjarige Erich Priebke onder huisarrest zijn laatste adem uit. Hij was tijdens de oorlog verantwoordelijk voor een massaslachting van honderden burgers nabij Rome. De geboren Duitser werd tevens verdacht van het meewerken aan de deportatie van duizenden Joden naar Auschwitz. Na de oorlog ontsnapte hij met hulp van het Vaticaan naar Argentinië. Decennia bracht hij door in het bergplaatsje Bariloche, een vluchtoord voor nazi’s. Hij wilde er dolgraag begraven worden. Argentinië weigerde deze week. In ieder geval worden dode nazi’s er nu geweigerd. Laten we het vooruitgang noemen. De Brandenburgse geboorteplaats van Priebke, het Romeinse stadsbestuur en het aartsbisdom Rome wezen hem eveneens de deur. Ook dat is allemaal weleens anders geweest. Uiteindelijk werd Priebke dinsdag gered door Priesterbroederschap Sint Pius X, een aartsconservatief clubje, u weet wel, van de Britse bisschop Richardson die de Sjoa ontkent. Die verzorgden even buiten Rome zijn uitvaartdienst.

Ooit interviewde ik in Bariloche de mollige Duitser Horst Golisch. Hij was de opvolger van Priebke als voorzitter van de lokale nazivereniging. Over zijn oude vriend weigerde hij ieder commentaar. Wel vertelde hij enthousiast over het jaarlijkse Feest van Europees-Argentijnse Gemeenschappen. Alle lokale verenigingen deden mee aan de hilarische festiviteiten. Werd de kleine lokale Joodse gemeenschap ook uitgenodigd, vroeg ik hem. „Nee!” reageerde hij verontwaardigd. „Het heet niet voor niets het feest van de Europese gemeenschappen.” En de Joden hoorden daar niet bij, legde hij uit.

Sommige dingen veranderen in de loop der jaren. En andere dingen toch weer niet.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*