Column: nieuwe uitgever

 

In de tweede helft van de 19e eeuw werden talloze tijdschriften geboren, waaronder in 1865 het Nieuw Israelietisch Weekblad en in 1877 De Groene Amsterdammer. Waar andere bladen kwamen en gingen, bleven deze twee opinietijdschriften bestaan. Daarmee zijn we anno 2013 de twee oudste opinietijdschriften van Nederland. Beide bladen zijn verankerd in de eigen achterban, een belangrijke reden waarom ze nog steeds bestaan. Per 1 januari begint een nieuw hoofdstuk in de bijna 150-jarige geschiedenis van het NIW.

Dan wordt De Groene Amsterdammer de nieuwe uitgever van het enige Joodse weekblad van Nederland, dat uiteraard onafhankelijk blijft. De Groene werd ooit door liberale notabelen opgericht. Verderop in dit NIW kenschetst uitgever Teun Gautier De Groene als een ‘vrijzinnig intellectueel blad, wars van linkse en rechtse dogma’s’. Gautier wist na zijn aantreden in 2009 samen met de Groene-hoofdredacteur Xandra Schutte een wonder te verrichten: de oplage steeg van 13.000 naar 24.000. Een ongekende prestatie, die inspiratie biedt.

Tegelijkertijd nemen we afscheid van uitgever de Koninklijke BDU, die sinds 2006 zorg heeft gedragen voor het uitgeven en exploiteren van het NIW. In een voor het NIW benarde tijd, bood de BDU de helpende hand. Dat is iets dat Joods Nederland nooit mag vergeten en waarvoor het NIW grote dankbaarheid voelt. Het was een goede samenwerking met Barneveld. Tijdens een bezoek eerder dit jaar aan het BDU-hoofdkantoor ervaarde ik de bijzondere banden toen een heer naast de drukpersen me in de lokale tongval toevertrouwde: „Weet u, het NIW, dat lezen we thuis ook hoor. Elke week van voor naar achter. Wat mooi om u een keer persoonlijk te ontmoeten.” Ik verzeker u dat het schrijven van de drie voorgaande zinnen me allesbehalve onberoerd laat.

De oude ogen van het NIW blijven kijken naar de wereld, met als referentiekader een duizenden jaar oude geschiedenis die op uiteenlopende wijze doorwerkt in het heden. Een geschiedenis die naast pijn ook de plicht om te genieten herbergt. Dat laatste vormt het thema van dit Chanoekanummer: genot door cinema en boeken, genot in het nachtleven van Tel Aviv en een blik op het genot dat onze rabbijnen ervaren. Het NIW kan putten uit een universum met oude wijsheden, zoals uit de Talmoed: ‘We zien de dingen niet zoals ze zijn, we zien de dingen zoals wij zijn.’ Graag wens ik u namens de NIW-redactie een Chanoeka sameac

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*