CIDI als octopus

Manifestatie op de dam_Foto Dirk P. H. Spits DPHOTO (1)
Esther Voet tijdens de pro-Israël manifestatie op de Dam, 17 juli jl,Foto: Dirk P. H. Spits/DPHOTO

Het waren roerige weken voor het CIDI. Niet alleen vanwege de overuren door de oorlog tussen Israël en Hamas. Het CIDI werd zelf onderwerp van een golf van media-aandacht, onder andere in vervolg op de anti-Jodenhaat-advertentie in De Telegraaf.

Daags na de verklaring van minister- president Rutte dat het kabinet ‘elke vorm van antisemitisme verwerpt’ verscheen in De Telegraaf – van 7 augustus – een paginagrote advertentie met de kop: ‘Geen excuus voor Jodenhaat’. De oproep was ondertekend door een gemêleerd gezelschap van Bekende Nederlands, van Youp van ’t Hek en Louis van Gaal tot Gerard Joling en Ebru Umar. Een bijzonder statement in een tijd van oprukkend antisemitisme.
Maar al snel ging het in de vaderlandse media niet over de oproep, maar over Geert Wilders. Hij bleek door het CIDI gevraagd te zijn om ook zijn naam onder het manifest te zetten. Een opvallende stap aangezien het CIDI kortgeleden nog in de media haar afschuw had uitgesproken over de samenwerking die Wilders zocht in Europa met partijen met een antisemitische geur, zoals het Front National en FPÖ. Nadat Wilders had geantwoord mee te willen werken aan te advertentie, besloot het CIDI hem toch niet op te nemen vanwege zijn kritiek op de antisemitisme-verklaring die het kabinet na overleg op het Catshuis met bij het Centraal Joods Overleg aangesloten organisaties gezamenlijk uit had laten gaan. Wilders vond het een ‘fl utverklaring’, vooral omdat het kabinet niet de islam aanwees als de grootste bron van antisemitisme. In een open brief aan de minister-president schreef Wilders: „U [Rutte, red.] bent bang voor de islam en weigert daarom te zeggen wat iedereen weet: hoe groter de islam in Nederland wordt, hoe groter het antisemitisme.”

Ondergesneeuwd
En dus werd de boodschap van de advertentie ‘Geen excuus voor Jodenhaat’ deels ondergesneeuwd door de media-aandacht voor de omgang van het CIDI met Wilders. Tegen nieuwswebsite Nu.nl zei de PVV-leider: „Esther Voet diskwalifi ceert zich als bestrijder van het antisemitisme en als belangenbehartiger van de Joodse gemeenschap in Nederland. Het is alsof zij niet tegen kritiek kan.”
Ook vanuit Joodse hoek klonk kritiek op de advertentie waarin onder andere stond ‘dit is geen solidariteitsverklaring met de Israëlische regering’ en ‘Kritiek op Israël? Oké. Jodenhaat Nee!’ Zo schreef Simon Soesan in zijn column van 15 augustus op de website van Crescas: „Ook als een goede en zeer gewaardeerde vriendin [Esther Voet, red.] een fout maakt (in mijn ogen althans) en een advertentie ondersteunt waaruit begrepen kan worden dat de Nederlandse Joodse gemeenschap zich distantieert van Israël, dan zie ik niet de humor ervan in.” In reactie hierop benadrukt CIDI-directeur Esther Voet dat de advertentie juist door alleen maar niet-Joden is ondertekend. „Ik voel met Simon mee, maar dit is juist een kreet náár de Joodse gemeenschap toe, naar de rest van Nederland toe. In Nederland mag je kritiek hebben op Israël, net zoals je kritiek mag hebben op Amerika. Daar is niks mis mee. Maar alles werd op een grote hoop gegooid, en kritiek en antisemitisme werden niet gescheiden.”

Uit de mensen zelf
Hoe dan ook kijkt Voet met een positief gevoel terug op de advertentie. „Het was een heel belangrijk signaal naar de buitenwereld toe dat niet-Joodse bekende Nederlanders zich solidair opstellen met onze gemeenschap. Jodenhaat kan je gewoonweg niet accepteren. Wij weten dat er veel angst is in onze gemeenschap. Deze advertentie was een cry out net zoals Bild dat in Duitsland heeft gedaan. De Telegraaf is ons tegemoetgekomen. En het resultaat is fantastisch, een complete doorsnee van Nederland die zegt: zo gaan we niet verder. En het belangrijkste was dat de kreet vanuit de mensen zelf kwam, niet van ons.”
De wijze van communiceren met Wilders noemt Voet ‘een slordige fout’. „Het verdient niet de schoonheidsprijs. We hebben Wilders nog geprobeerd te bereiken maar het is niet gelukt. Vlak nadat we hem gevraagd hadden, kwam hij met zijn stelling over de ‘fl utverklaring’ naar buiten. Ik vond dat niet kunnen. De dag ervoor hadden we samen met Rutte en andere Joodse instellingen onze nek uitgestoken voor deze verklaring. Ik heb toen uit principiële overweging besloten om Wilders er niet in te zetten,” aldus Voet. Vooral het argument van Wilders dat de islam de enige oorzaak is van het stijgende antisemitisme vond Voet buiten proportie. „De feiten zijn helder. Zeventig procent van het antisemitisme is afkomstig van allochtonen, en dertig procent van autochtonen. Je kan dus niet zeggen: het zijn alleen de moslims. Ik zie ook wat er gezegd wordt op Facebook, op Twitter, maar je kan niet alles over één kam scheren. Er zijn gewoon genoeg autochtone Nederlanders die er perverse gedachten op na houden.”
Jaap Fransman, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, was ook aanwezig bij het overleg op het Catshuis. Hij kan de actie om Wilders te weigeren wel begrijpen. „Ik vond de advertentie een prima initiatief. Alleen Geert Wilders was een schoonheidsfoutje. Ik kan de gedachte van Esther Voet wel begrijpen, maar het begint bij een hele simpele afweging: ‘je vraagt hem, of je vraagt hem niet’. Je weet dat je bij Wilders vaak gedoe krijgt.”
Want ook Fransman was erg blij met de verklaring van kabinet en CJO: „Ik was uitermate positief over het gesprek op het Catshuis en de ondersteunende verklaring. Die was heel ondubbelzinnig. We hebben samen met Rutte, Asscher en Opstelten concreet gesproken over de veiligheid van Joden in Nederland. En daarnaast hebben we gekeken naar de lange termijn: hoe voorkom je antisemitisme en discriminatie? Inmiddels hebben we al een gesprek gehad met minister Bussemaker en Asscher om te kijken hoe scholen actie kunnen ondernemen. Ik heb het gevoel dat de overheid er bovenop zit.”

Onaangenaam
Nadat Wilders zijn verontwaardiging over het CIDI naar buiten bracht, kreeg hij prompt een brief van Federatief Joods Nederland, waarin Herman Loonstein schreef: „Wij vinden het gedrag van het CIDI in deze kwestie onacceptabel. Uw onverminderde inzet voor een Nederland waar de Joodse gemeenschap in rust, vrede en veiligheid kan wonen waardeert de Joodse gemeenschap in en buiten Nederland zeer.” Jaap Fransman heeft geen goed woord over voor de actie van Loonstein. „De brief van Loonstein aan Wilders vond ik beschamend. Een kruiperige en onaangename brief die van weinig zelfrespect getuigt. Maar we leven, gelukkig, in een vrij land waar ieder zijn mening kan geven. Verder wil ik er geen woorden aan vuil maken.”
Loonstein: „Als je iemand vraagt en hij zegt ‘ja’ dan is het ongehoord om iemand alsnog buiten te sluiten. De weigering is niet in het belang geweest van Joden. Je kan veel van Wilders vinden – en hij zegt soms domme dingen – maar hij heeft de Joodse zaak in Nederland nooit geschaad. Dit was puur een politieke keuze van het CIDI.” De reactie van Fransman legt Loonstein naast zich neer: „Iedereen mag een mening hebben.”

Persreis
Vorige week kwam het CIDI wederom in het nieuws, ditmaal vanwege de persreizen die het centrum sinds jaar en dag organiseert voor journalisten. Verschillende hoofdredacteuren, waaronder van NRC Handelsblad, VolkskrantTrouw en AD, maakten in NRC Next bekend dat hun journalisten niet langer mee mogen met de CIDI-reis naar Israël, omdat het ‘de schijn van vooringenomenheid zou wekken’. „Er zijn talloze Palestinaclubs die soortgelijke reizen aanbieden. Natuurlijk zijn wij een pro-Israëlclub, maar we hebben gewoon een evenwichtig reisprogramma. Afgelopen trip hadden we een gesprek georganiseerd met Hanan Ashrawi (PLO) en een minister van Fatah. We zijn naar een vluchtelingenkamp geweest. Iedereen kun je het hemd van het lijf vragen. En bovendien vragen wij een bijdrage van 500 euro. Het is dus zeker geen gratis reisje vol Israëlpropaganda,” reageert Voet.
Het verbaast Voet echter niet dat er kritiek is. „Je ligt onder een vergrootglas. Maar ik kan je vertellen dat tijdens de laatste reis een freelancejournalist door de AD-redactie werd gebeld of zij alsjeblieft een stuk wilde schrijven over de reis. We zijn nu bezig om een lijst aan te leggen met pro-Palestijnse clubs die ook persreizen naar deze regio organiseren.”
Afgelopen maandag verscheen er een groot artikel in de NRC waarin het CIDI wordt afgeschilderd als een soort octopus met haar tentakels tot in de diepste krochten van politiek Den Haag. De alomtegenwoordigheid van het CIDI in de Nederlandse media, zowel op het thema antisemitisme als Israël lijkt – meer dan ooit – de kritische aandacht van in het bijzonder NRC Handelsblad te hebben getriggerd. Maar ook in Joods Nederland worden – zoals dat al jaren het geval is – discussies gevoerd over het woordvoerderschap in de media. Wie spreekt namens de Joodse Nederlanders? CIDI? CJO? Of de Joodse kerkgenootschappen? Of misschien moet er verdeling per onderwerp komen?
„In september gaan we weer met een aantal Joodse organisaties om de tafel zitten,” vertelt CJO-voorzitter Fransman. „Een van de onderwerpen zal zeker zijn in hoeverre het CJO de woordvoerder voor Joods Nederland is. En natuurlijk hoe deze functie zich verhoudt tot andere Joodse organisaties.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*