Chabad Almere

Station_almere_centrumDe NIG Almere is op zoek naar nieuwe financiering sinds het NIK de geldstekker eruit trok. Rabbijn Stiefel oppert als oplossing de stichting van de gemeente Chabad Almere.

Het zijn onzekere tijden in de nieuwbouwwijken van het uitgestrekte Almere. Nadat zowel het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap (NIK) als het Interprovinciaal Opperrabbinaat (IPOR) onlangs besloten de geldkraan dicht te draaien, staat de kleine lokale Joodse gemeente er alles behalve florissant voor. Zonder eigen gebouw, zonder eigen vermogen en zonder lange historie staat de NIG Almere met de rug tegen de muur. Het contract van rabbijn Moshe Stiefel is per 1 april opgezegd en de huur van de bedrijfsruimte waarin de sjoel is gevestigd loopt deze zomer af. Een nieuw bestuur moet ervoor zorgen dat de toekomst van de kille – bestaande uit zo’n zestig leden – niet in gevaar komt „We mogen simpelweg niet opgeven,” zegt Yaela Schulkes, bestuurslid van NIG Almere. „We zijn actief op zoek naar andere bronnen van inkomsten en een nieuwe locatie voor onze sjoel.” De naam van de mogelijke nieuwe geldschieter zingt veelvuldig rond in de Flevopolder: Chabad, een organisatie die wereldwijd bekendstaat vanwege outreach-activiteiten.

Nieuwe mijlpaal
Hoe anders was de situatie in 1997. De net opgerichte NIG Almere verschafte de jonge polderstad met veel succes een Joodse thuishaven. Het enthousiasme was groot en de opkomst bij de sjoeldiensten was zelfs zo hoog dat er een rabbijn van buitenaf gehaald moest worden. Die werd gevonden in de persoon van rabbijn Moshe Stiefel, verbonden aan Chabad en schoonzoon van opperrabbijn Binyomin Jacobs van het IPOR. Twee dagen in de week zou hij de inmiddels volwaardige gemeente leiden. Maar rond de eeuwwisseling ontstonden de eerste barsten in het mooie plaatje toen het toenmalig bestuur, onder leiding van Bernhard Cohen, in conflict raakten met Stiefel. De ruzie liep zo hoog op dat Cohen en zijn medestanders de NIG Almere verlieten en zelf een nieuwe gemeente oprichtten: Masorti Almere. Samen met LJG Flevoland waren er nu drie Joodse gemeenten voor een geschatte Joodse bevolking van tussen de vijfhonderd en duizend, waarvan de meesten seculier. Stiefel ging echter verder met een nieuw bestuur en bouwde de gemeente verder uit. In mei 2005 werd een nieuwe mijlpaal bereikt: de opening van de Joodse begraafplaats Almere. Alleen een eigen sjoel ontbrak nog. In 2009 leek die wens realiteit te worden. Speciaal hiervoor werd de Stichting Joods Centrum Almere opgericht, met als voorzitter Stiefel. Een architectenbureau maakte bouwtekeningen en er werd geld ingezameld. De gemeente Almere had zelfs al een locatie voor de nieuwe sjoel, inclusief feestzaal, kinderopvang, kosjer winkeltje en bibliotheek aangewezen. Maar toen de stichting in 2010 de gemeentelijke garantstelling niet voor elkaar wist te krijgen, werden de plannen in de ijskast gezet. Al sinds de oprichting steunde zowel het NIK als het IPOR de jonge gemeente financieel. Van 1997 tot 2014 werd in totaal ongeveer 800.000 euro overgemaakt naar Almere voor het salaris van Stiefel en de huur voor de ruimte waarin de sjoel was gevestigd. Een voor Joods Nederland uitzonderlijk hoog bedrag. „Het is de enige kille die in die mate financieel ondersteund is,” zegt Jonathan Soesman, penningmeester van het NIK. „Het is ook de enige naoorlogse kille, vandaar dat wij ze graag wilden helpen. Ze hadden geen bezit of andere fondsen. We hadden verwacht dat het ledental zou groeien en daarmee de inkomsten, maar die verwachting is niet uitgekomen. Sterker nog, er zijn nu minder leden dan tien jaar geleden.” En daarom wordt nu de geldkraan dichtgedraaid. De NIG Almere moet op eigen benen staan en een structurele oplossing vinden voor het tekort. „We laten ze in ieder geval niet vallen,” benadrukt Soesman. „Het bestuur in Almere is op een positieve manier bezig. Wij helpen ze een nieuw beleidsplan op te stellen.” Maar voor een gemeente met amper zestig leden, en niet iedere week een minjan, lijkt het bijna onmogelijk om zonder een grote geldschieter overeind te blijven.

Andere vlag
Ondanks zijn ontslag heeft rabbijn Stiefel aangegeven in Almere te blijven om de gemeente te leiden. „Het is mijn missie om het Joodse leven in stand te houden,” verklaart hij. Maar ook Stiefel is naarstig op zoek naar nieuwe geldbronnen om de NIG op de been te houden. Stiefel spreekt weliswaar van een missie, maar hij moet ook gewoon brood op de plank brengen voor zijn gezin. „We gaan hoe dan ook door. Er is nog geen duidelijkheid over mijn salaris of over de nieuwe sjoel. Ik doe het nu op vrijwillige basis. Ik hoop over een paar weken meer duidelijkheid te hebben. Dan weten we ook welke organisatie ons wil steunen. Want wellicht gaan we verder onder een andere vlag,” aldus Stiefel. „We zouden bijvoorbeeld verder kunnen gaan als Chabad Almere.” Met de recente, zichtbare outreach-activiteiten in het centrum van Amsterdam, die onlangs werden uitgebreid met een vestiging in de Amsterdam, begon Chabad voor het eerst zelfstandig te opereren in Nederland. Toen de organisatie zich in 1967 in Nederland vestigde, werd afgesproken dat Chabad zo veel mogelijk zou werken binnen de bestaande Nederlandse instituties, als NIHS en NIK. Op die manier zou men elkaar niet in de weg zitten. Nu wordt dus gebroken met dat uitgangspunt. Eerder zei opperrabbijn Jacobs van het IPOR daarover in het NIW: „Omdat er niets was voor studenten, toeristen en Israëli’s vullen wij dat gat op. Niet om de strijd aan te gaan met bestaande organisaties. Het feit dat Chabad on Campus in het gebouw van het JCC zit toont dat al aan. We zijn hier om te bouwen, niet om te breken.” Dat Chabad mogelijk ook een uitkomst wil bieden voor de NIG Almere komt bepaald niet als een verassing. Al sinds enkele jaren bestaat de Stichting Chabad Flevoland. De voorzitter van die stichting: rabbijn Stiefel. „Chabad springt bij, daar waar de gemeente het fi nancieel niet kan opbrengen. Het laatste Poeriemfeest in Almere is bijvoorbeeld geheel betaald door Chabad Flevoland,” aldus Stiefel. „Omdat het belangrijk is dat het Joodse leven doorgaat.” Een andere optie om op korte termijn geld vrij te maken voor de Almeerse gemeente zou het zijn gebruik van gelden die bestemd waren voor de bouw van de nieuwe synagoge. Maar Stiefel geeft aan dat niet te zien zitten. „Hoewel de Stichting Joods Centrum Almere slapende is, is het geld bestemd voor een nieuwe sjoel. Ik koester nog steeds de droom dat Almere ooit een eigen plek heeft. Mocht die droom vervliegen, dan zouden we later een keer kunnen kijken wat we met het geld doen. Misschien kunnen we dan daarmee de huur van de sjoel betalen.”

Opmerkelijk
Opperrabbijn Jacobs van het IPOR geeft aan niet echt enthousiast te zijn over het eventuele vooruitzicht van een aparte Chabad Almere-gemeente. „We zijn al zo klein in Nederland. Een splitsing heeft niet echt veel zin. We moeten het samen doen,” zegt Jacobs, die samen met rabbijn Ies Vorst de leiding heeft over de Nederlandse afdeling van Chabad. „Chabad moet in mijn ogen aanvullend zijn.” Penningmeester Jonathan Soesman van het NIK zou het ‘opmerkelijk’ vinden als er een nieuwe gemeente zou komen, zoals die wordt genoemd door Stiefel. „Ze hebben mij niks laten weten. Het is niet besproken. Het NIK en IPOR zijn meer dan alleen een geldschieter, als koepelorganisatie doen we veel meer. Maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente, bij het bestuur zelf. Wij kunnen ze alleen ondersteunen.” De komende weken zal duidelijk worden welke kant het nieuwe NIG Almere-bestuur – bestaande uit Yaela Schulkes, David Stibbe, Joyce Suissa, Judith van Aken en Jessica Haagen – en rabbijn Stiefel opgaan. Een nieuwe locatie voor de sjoel lijkt te zijn gevonden in een buurthuis in de polderstad, zo liet Schulkes weten. Maar wie er gaat zorgen voor een structurele fi nanciële basis, blijft vooralsnog onduidelijk.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*