Bizz buzz

Het is de afgelopen maanden een veelbesproken onderwerp geweest, maar de kugel is door de synagoge: de Tweede Kamer heeft gestemd. Vóór een verbod op onverdoofd slachten. Het laatste woord is er nog niet over gesproken. Het wetsvoorstel moet immers ook nog langs de Eerste Kamer. Het NIW peilde de stemming onder de kosjere zaken in Amsterdam. Niet iedereen wilde reageren. Klaarblijkelijk is het een precair onderwerp. Deze Joodse middenstanders, voor wie een verbod op de sjechieta directe consequenties heeft, wilden wel hun zegje doen.
Voor Luuk Koole van slagerij Marcus heeft een mogelijk verbod de grootste consequenties. Hoe is de stemming bij hem? „We moeten afwachten wat de Eerste Kamer zegt.” Twee dagen voor de stemming in de Tweede Kamer over het verbod op onverdoofd slachten kreeg hij bezoek van Esmee Wiegman, parlementslid voor de ChristenUnie. „Die was lovend. Als anderen ook zouden hebben gezien hoe het eraan toegaat zouden ze er waarschijnlijk ook anders over denken. Dat is onze hoop.” Geruchten doen de ronde dat de pers niet zou worden toegelaten in de slachthuizen. Koole vertelt hoe dat komt. Een paar jaar geleden zond Tros Radar een filmpje uit over een Fries slachthuis. Daarin werd gesuggereerd dat hij wrak vee zou slachten. Later is dat hersteld, maar toen was het kwaad al geschied. Het slachthuis ging failliet. „Daardoor was men aarzelend om mensen toe te laten in het abbatoir. Uiteindelijk zijn alle Tweede Kamerleden toch uitgenodigd om hier te komen kijken, maar dat was vlak voor de stemming. Kamerleden hadden geen plek meer in hun agenda. Behalve mevrouw Wiegman dus.”

Zorgen
„Natuurlijk maken we ons zorgen. De slacht is in een heel kwaad daglicht gesteld maar nogmaals: volgens mevrouw Wiegman is dat dus onterecht. Mensen die niet weten waar ze over spreken oordelen over ons. Het wezen van de godsdienstvrijheid wordt aangetast, dat is heel kwalijk.” De hoop is nu gevestigd op de Eerste Kamer. „We hopen dat de Joodse Gemeenschap nog meer parlementsleden zal kunnen overhalen om eens te komen kijken. Zij zullen er dan misschien ook anders over gaan denken. Zo’n bezoek moet georganiseerd worden.” Wat als het niet lukt? „Als het niet lukt moeten we gaan importeren. Maar dan blijven we hier het vlees verwerken, zodat we wel onze eigen producten kunnen blijven maken. Voor een faillissement is hij niet bang. „Wel voor kostenverhoging en dergelijke. We blijven positief denken: we kunnen mensen niet zonder vleeswaren van Marcus door het leven laten gaan.”

David Bar-On van kosjere buurtsuper cum broodjeswinkel Davids Corner betrekt de vleeswaren die hij verkoopt bij Marcus. Zelf heeft hij gemengde gevoelens over het verbod. „Waarom gebeurt het nu? En niet dertig jaar geleden? Er is niets veranderd.” Hij betrekt al zijn vleeswaar van Marcus, en heeft groot vertrouwen in de slager: „We weten niet hoelang het gaat duren voor het verbod echt van kracht zal gaan. Tot die tijd blijft het een beetje een ver-van-mijnbedshow. Mocht het zover komen, dan vindt Marcus wel een oplossing.” Als dat niet zo is dan moet David zijn vlees gaan importeren. Dat wil hij liever niet, want een slager zo dichtbij is makkelijk en betrouwbaar. „Als iemand al mijn kipfilet koopt, bel ik op en heb ik zo nieuwe. Als ik vlees uit Frankrijk moet gaan importeren wordt het veel ingewikkelder. Het vlees dat ik nu krijg is vers, ik weet wat ik krijg.” Als mensen een praatje maken bij Davids Corner gaat het al gauw over de sjechieta. „Iedereen heeft er een mening over.” Ik heb alles al gehoord. Van mensen die er eigenlijk niets mee te maken hebben tot diegenen die er zeer bij betrokken zijn.”

Meneer Mouwes van Mouwes Kosher ligt er voorlopig niet wakker van. „Ik vind het weinig belangrijk. Het duurt nog heel lang. Tot 2013 wordt er niets gedaan. Dan zie ik het wel.” Bovendien denk hij niet dat het zover zal komen. „Volgens mij gaat het helemaal niet door. Het moet eerst nog langs de Eerste Kamer en het Europees Hof. 2013. Dan zien we wel.” Volgens hem wordt er bij Mouwes door de klanten juist weinig over gepraat. „Het is niet echt een onderwerp.” „Volgens Het gaat over koeien die misschien drie minuten lijden, terwijl kreeften in kokend water worden gegooid. Er is geen schaal waarop je pijn kunt meten. Hoeveel lijdt een kreeft?” aldus restauranthouder Daniel Bar-On van H’Baron. Hij vindt de commotie om de rituele slacht vooral belachelijk vanwege de verschillen tussen de rituele slacht van moslims en de sjechieta. „Het is appels met peren vergelijken. Er zijn overeenkomsten tussen de kosjere slacht en die van de moslim, maar ook grote verschillen.” Over de effecten op zijn zaak is hij niet zeker: „Er is nog veel onduidelijkheid. Ik ben verplicht mijn kosjere vlees in Nederland te kopen, van Marcus dus. Als dat verboden wordt ben ik ver van huis. Mijn leveranciers zijn heel belangrijk voor mij. Marcus is een begrip. Dat moet behouden worden.” Hij weet niet hoe het verder zal gaan. „Mensen die kosjer en halal eten zullen dat toch wel blijven doen. Dan wordt die koe toch ook gedood. In die zin zie ik dit niet als een oplossing voor het dierenleed. Dan komt het vlees gewoon ergens anders vandaan. Het eten van kosjer vlees zal waarschijnlijk wel kostbaarder worden, maar aan geloofsovertuiging zit geen prijskaartje.”

Maurits van Broodje Meijer wil niet reageren. „Geen tijd. Je moet bij de slager zijn.”