Bij de dood van een keukenprinses

Foto: De bezige Bij
Foto: De Bezige Bij

Vorige week overleed culinair journaliste Berthe Meijer, een vrouw van wie werd gezegd dat ze nooit een slechte maaltijd kookte.

Auteur: Carine Cassuto

Meijer, die bekendheid verwierf als columniste voor NRC Handelsblad, publiceerde een groot aantal kookboeken, maakte televisieprogramma’s en werkte als vertaalster. Twee jaar geleden, op de valreep, verscheen Leven na Anne Frank, haar biografie. Zestig jaar na de oorlog schreef ze haar herinneringen op: de gang door Bergen-Belsen, haar jonge jaren in de Bergstichting in Laren waar Joodse wezen werden opgevangen, en de onvermijdelijke geestelijke belasting en fysieke klachten waarmee ze als overlevende te maken had. Meijer besteedde in haar laatste boek ruim aandacht aan haar ontmoeting met Anne Frank in het concentratiekamp en Ischa Meijer, eerst in het kamp en later als minnaar.

Leven na Anne Frank ging natuurlijk over eten; de dubbel getrokken consommé, duifjessoep en gestoofde eenden vliegen van de pagina. De ironie ontging haarzelf niet. „Ik die als geen ander honger had gekend en later nooit meer met een lege koelkast zou zitten. Als het aan mij lag zou er geen dag voorbijgaan zonder goed voedsel. Ik was er al op jonge leeftijd door gefascineerd.” Het was een merkwaardige titel, Leven na Anne Frank. Alsof er daarvoor niets in het leven van Meijer was gebeurd en haar meest ingrijpende ervaring kon worden samengebald in de naam Anne Frank. Je kunt het je ook wel voorstellen. Uitgever De Bezige Bij en de schrijfster zoeken een titel die aanspreekt en wat lag er dan meer voor de hand. Toch verweten sommige recensenten haar gebruik te willen maken van de iconische status van Anne Frank.

Maar de families Meijer en Frank kende elkaar al voordat ze werden gedeporteerd. Berthe woonde in de Niersstraat in de Rivierenbuurt, waar haar nichtje Nanne en Anne Frank naar het Joods Lyceum gingen. De vaders bezochten dezelfde clandestiene kapper en er werden bezoekjes over en weer afgelegd. In 1944 komt Berthe de zusjes weer tegen in de barakken van Bergen-Belsen. Ook ontmoet ze daar peutertje Ischa Meijer, met wie ze door het kamp zeult.

Meijer en Meijer 

Later ontmoeten de twee elkaar weer. Berthe staat op het punt van scheiden van haar eerste man en Ischa wil haar interviewen voor de Haagse Post. De gedeelde eerste jaren zorgen voor een innige band. Berthe durft voor  het eerst te praten over de tijd in het kamp en Ischa is verrukt door Berthe die wel herinneringen heeft en, nog interessanter, hem ook daadwerkelijk kende.

Bij het eerste bezoek is de toon meteen gezet. „Ik liet hem het huis zien, en ook de onderduikkast, waar hij gefascineerd in verdween en toen zachtjes riep: ‘Hoor je me ademen?’ Ik antwoordde: ‘Komm mal raus, Herr Meijer.’ We lagen allebei in een deuk van de zenuwenlach.” Toch beklijft de liefde niet, ondanks het gedeelde verleden en de troost die ze elkaar bieden. Ischa is te destructief. „Ons gedeelde leven, dat ons aanvankelijk bond, werd ons ten slotte noodlottig. In Ischa’s leven werd elke vorm van harmonie, liefde en geluk dwangmatig vernietigd.”

Een bestendige liefde vond ze later in concertpianist en auteur Gary Goldschneider met wie ze tot haar dood samenbleef. Maar de oorlog was nooit weg. „Er is geen vrede. Het blijft oorlog tot mijn dood aan toe,” zo besloot ze haar herinneringen. Berthe Meijer werd 74 jaar.