Barak 1B 

Barak 1B. Foto:Jan van de Ven
Barak 1B. Foto:Jan van de Ven
Barak 1B. Foto:Jan van de Ven

Tienduizenden mensen verbleven de afgelopen 70 jaar noodgedwongen in kamp Vught. Hun lotgevallen worden bespreekbaar gemaakt in de tentoonstelling ‘Als muren konden spreken’. 

Op 5 september is het zeventig jaar geleden dat het SS-concentratiekamp Vught werd ontruimd. Op deze Dolle Dinsdag, toen Nederland in de ban was van berichten dat de bevrijding aanstaande zou zijn, werden duizenden gevangenen uit het kamp per trein afgevoerd naar Duitsland, naar Sachsenhausen en Ravensbrück, waar velen van hen, vlak voor de bevrijding van Vught eind oktober, de dood vonden.
Hoewel in 1947 op de executieplaats in het bos nabij het kamp een nationaal monument werd onthuld waar jaarlijks de Dodenherdenking gehouden wordt, duurde het tot 1990 voordat delen van het kamp opengesteld werden voor publiek. Na de ontruiming werd het kamp onmiddellijk in gebruik genomen als interneringskamp voor NSB’ers, Rijksduitsers en van collaboratie verdachte Nederlanders. Ook werden er Duitse burger-evacués uit het zogenaamde Selfkantgebied ten Oosten van Sittard opgevangen. Sinds 1951 is een deel van het kamp in gebruik als woonoord ‘Lunetten’ voor Molukse ex-KNIL-militairen en hun gezinnen, waarvan sommigen er nog steeds wonen.

Met zorg omringen
Begin jaren 90 werden de nog overgebleven barakken afgebroken. Behalve dan Barak 1B, waar de Molukkers een kerk in hadden gevestigd. Om die reden is Barak 1B de enige nog originele barak die Nederland kent. Een paar jaar geleden besloot Nationaal Monument Kamp Vught, zoals het officieel heet, dat deze barak, voordat het te laat zou zijn, bewaard en gerestaureerd moest worden. De directeur van kamp Vught, Jeroen van den Eijnde: „We beseften dat dit rechtstreekse overblijfselen zijn van de oorlogsperiode en dat we die moeten bewaren en met zorg omringen. Omdat ze zo belangrijk zijn om het verhaal van de oorlog te vertellen.” Eind 2013 was de restauratie en de realisatie van een tentoonstelling in Barak 1B klaar. In de barak is naast twee educatieve ruimtes een expositieruimte met daarin de tentoonstelling ‘Als muren konden spreken’. Daarin worden de vier functies die het kamp in vier verschillende periodes kende, naast elkaar gezet: concentratiekamp (1943-’44), opvangkamp voor Duitse burgerevacués (1944-’45) en interneringskamp (1944- ’49), en woonoord ‘Lunetten’ (sinds 1951). Van den Eijnde:„Het zijn allemaal oorlogsgerelateerde groepen. De verhalen in tentoonstelling en filmpjes zijn gegroepeerd rondom thema’s: aankomst, vertrek, waar kwamen ze vandaan en waarom, trauma’s, taboes, (on)macht en weerbaarheid. Het zijn tegen elkaar aan schurende geschiedenissen, dat blijft ongemakkelijk. Over collaboratie mocht lange tijd niet verteld worden. De laatste jaren is daar iets meer ruimte voor.” Volgens Van den Eijnde is er juist veel belangstelling voor die ‘andere’ verhalen.

Derde generatie
Onderdeel van de expositie zijn korte filmpjes waarin vier groepen via de derde generatie aan het woord komen. Selma Huffener is de kleindochter van Lotti Huffener, die als kind met haar zusje en ouders gevangen zat in het kamp. Selma vertelt in een filmpje dat zij het vaak gezellig vond om ieder jaar naar de herdenking van het kindertransport in het kamp te gaan. „Mijn oma was daar, ooms en tantes, neefjes en nichtjes.” Ook aan het woord komen Bettina Drion, wier grootvader, NSB’er, werd gefusilleerd in het kamp en Stephanie Lalihatu, kleindochter van een KNIL-militair. Drion groeide op met het idee dat haar grootvader, die een Joodse naam had, als slachtoffer was omgekomen tijdens de oorlog. Pas op latere leeftijd leerde ze de waarheid over hem. Ze schreef er het boek Scherven over.
Dat het belangrijk is om het over de oorlog te blijven hebben, dat is duidelijk voor Van den Eijnde. „De Tweede Wereldoorlog is een gebeurtenis die er enorm toe doet. Elk jaar laait de discussie op of het nog wel moet, die aandacht, maar de belangstelling voor verhalen neemt juist toe. Velen worden geboeid en geïntrigeerd door het gebeurde, en hebben vragen: hoe kon dat gebeuren? Wat zou ik hebben gedaan? Jong en oud wordt door de verhalen gegrepen. Het is makkelijk om dat hier zichtbaar en invoelbaar te maken, hier in dit ‘schuldige landschap’, zoals Armando dat noemde.”

 

De herdenking op 5 september wordt live uitgezonden door de NOS en Omroep Brabant. Op NPO 2 wordt die avond de documentaire Tussen hemel en hel van Joost Seelen uitgezonden, waarin oud-gevangenen vertellen over hun herinneringen aan kamp Vught. Op dezelfde dag verschijnt het boek Het hele leven is hier een wereld op zichzelf: de geschiedenis van kamp Vught (uitgeverij De Bezige Bij), de publieksuitgave van het proefschrift van Marieke Meeuwenoord.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*