Applaus voor een ster

Foto: Kurt van der Elst
Foto: Kurt van der Elst
Foto: Kurt van der Elst

Het groots opgezette toneelstuk Anne ging vorige week in première. Na discussies over glazen champagne en over conflicten tussen betrokken Anne Frank-instellingen, was nu het door Jessica Durlacher en Leon de Winter geschreven schouwspel zelf te zien. 

Het is de avond van de première, het stuk is afgelopen en op het toneel staat de cast van Anne zij aan zij, voor een deel met gele davidsterren op de kleding. Vanuit de zaal klinkt een langdurig daverend applaus. Er wordt gefloten. Wanneer als laatste ook Anne het podium weer betreedt klinkt zelfs gejoel. De zaal gaat uit zijn dak, zoals dat ook gebeurt na afloop van een musical van Joop van den Ende. De acteurs verdienen lof – waarover straks meer – en toch is het een bevreemdende ervaring. Althans voor mij. Hier en daar zie ik ook anderen in de zaal ongemakkelijk applaudisseren.

In de knop gebroken 
De openingssetting van het stuk is een Parijse brasserie, compleet met kristallen kroonluchters. Daar zit Anne aan een tafeltje, na de oorlog. Ze doet waarvan ze in haar dagboek droomde: de wijde wereld ontdekken. Het grijpt je direct aan. Op een knappe manier wordt in beeld gebracht hoe het leven van een sprankelend, gevat meisje in de knop gebroken is, vernietigd. Een jongeman een tafeltje verderop biedt aan iets voor haar te bestellen en na heel even aarzelen bestelt ze in één adem verschillende gerechten en stort zich even later op een coq-au-vin. Daar is Anne opeens ook als overlevende van Bergen- Belsen in beeld. Aan de jongeman in de bistro, die uitgever blijkt, vertelt ze haar dagboek na. Door deze vorm kan in het stuk ook in beeld worden gebracht wat er met Anne is gebeurd nadat ze haar laatste zinnen heeft opgeschreven. Telkens wordt geschakeld tussen het tafeltje in de brasserie, dat vooraan op het podium blijft staan, en de geschiedenis waarover ze vertelt. Na de brasserie ontvouwt zich een adembenemend, bijna levensecht decor van het Merwedeplein. Een deel van de gevel schuift opzij en we kijken, als in een gigantisch poppenhuis, in de verschillende vertrekken waarin het leven van de familie Frank kort voor de onderduik zich afspeelt. Dat huis maakt vervolgens plaats voor een imponerend decor van de Prinsengracht met een Achterhuis dat om zijn as kan draaien, en dat gedurende het stuk ook veelvuldig zal doen. Rosa da Silva is een geloofwaardige Anne Frank. De levenslust die spreekt uit Annes dagboekaantekeningen brengt ze mooi over op het toneel. De grote verschillen in stemming bij Anne in de loop der tijd in het Achterhuis, die je leest in haar dagboeken – soms is ze ronduit depressief – zijn echter nauwelijks te vinden in het stuk. Vooral Debbie Korper zorgt als de kokette Auguste van Pels voor bijna aanraakbaar, menselijk drama. Haar hysterische reactie op kiespijn zorgt voor een van de meest levendige scenes; terwijl mede-onderduiker en tevens tandarts Pfeffer bezig is met haar kies, kijken de andere bewoners toe, waaronder Margot en Anne, die hun lachen nauwelijks kunnen inhouden. De scène is krachtig omdat het direct ook de kwetsbaarheid van de bewoners van het Achterhuis in beeld brengt; ze kunnen nergens heen en als een van hen flipt – wat mevrouw Van Pels vaker doet – kan ze ieder van hen in gevaar brengen. „Soms denk ik: ik hou er gewoon mee op!” schreeuwt ze later in het stuk tegen haar man, als die haar bontjas blijkt te hebben verkocht. „Met die stomme voorzichtigheid, dat schuilen alsof we lepra hebben. Ik loop gewoon de straat op, laten ze maar oppakken. Laten ze me maar horen. Weet je wat? Maak me maar dood! Dan kan je fijn alles van me verkopen.” Toch blijft de echte beklemming van de onderduik gedurende het overgrote deel van het stuk uit. Dat heeft veel te maken met het indrukwekkende, maar ook allesoverheersende decor. In het Achterhuis in de vorm van een enorm poppenhuis wordt de emotie onvoldoende tastbaar, de karakters komen slechts op enkele momenten écht dichtbij.

Context
Naarmate het maar liefst drie uur durende stuk vordert, smacht je ernaar dat op een kamer wordt ingezoomd door het omringende decor even te laten verdwijnen. Dat in het donker een spot op een gezicht wordt gericht. Het gebeurt uiteindelijk helemaal aan het einde van het stuk als Otto Frank, gespeeld door Paul Kooij, eenzaam op een uitgestrekt leeg toneel het woord neemt: „Alleen ik keerde terug uit de vernietigingskampen.” Waarna hij vertelt hoe zijn vrouw en beide dochters de oorlog niet overleefden, evenmin als de andere bewoners van het Achterhuis. Op geen ander moment in het stuk is de emotie zo tastbaar. Indringend zijn ook de zwartwitbeelden die op verschillende momenten op gigantische, halfronde projectieschermen te zien zijn, authentiek filmmateriaal van de Duitse bezetting, razzia’s, van uitzinnige nazi-menigten en van Hitler zelf. Ook schuift de antisemitische spotprent bij de film Der ewige Jude in kolossaal formaat omhoog op het scherm. Het zorgt voor uiterst relevante context.

Betekenisvol
Het stuk als geheel mag mij dan persoonlijk niet bij de strot hebben gegrepen; het is, zo is mijn inschatting, ook niet voor mij gemaakt, maar voor een breed publiek. Het is goed dat dit toneelstuk er is en ik hoop dat het nog heel lang met groot succes zal draaien. Het kan een niet te onderschatten rol vervullen bij het vertellen van het verhaal van de Sjoa aan een groot publiek en niet in de laatste plaats de jongste generaties, hele schoolklassen tegelijk. Vermoedelijk zullen zij het spektakel van de roterende decors waarderen; zeker voor wie de Joodse ervaring tijdens de Tweede Wereldoorlog alleen als ver verhaal kent, kan het toneelstuk Anne een leerzame, betekenisvolle ervaring zijn. En de vooraf veelbesproken champagne, de hapjes, stoorden die? Niet in het bijzonder. Wel is het onwerkelijk om op een premièreavond als deze dames met diep uitgesneden decolletés, gehuld in glimmende jurken te zien paraderen op weg naar de bar en weer terug. En de vele aanwezige (showbizz)sterren vooral bezig te zien showbizzster te zijn. Dat deden zij overigens zij aan zij met de vele vertegenwoordigers van Joods Nederland. Natuurlijk contrasteert de stijlvolle omgeving met goed bereikbare barretjes en luxe dinerarrangementen met het onderwerp van het toneelstuk: de Sjoa. Maar, bedacht ik me deze avond, dat contrast is er niet alleen in dit theater. Dat contrast is er in zekere mate altijd. Elke dag van het jaar als wij door de straten van Nederlandse dorpen en steden lopen, als we ons bevinden op grond waar nog maar een paar decennia terug Joden werden opgepakt en vermoord, uitsluitend en alleen omdat ze Joods waren.

Anne, Theater Amsterdam, Danzigerkade 5, Westpoort 2036, 1013 AP Amsterdam. Kaarten via www.theateramsterdam.nl

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*