Appèl

Foto: Claudia Kamergorodski
Foto: Claudia Kamergorodski

In dit NIW vindt u een openhartig interview met Jonathan Soesman en David Goudsmit, de voormalig en interim-voorzitter van de Permanente Commissie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap.

Ze spreken over veranderingen die de afgelopen tijd zijn doorgevoerd, over dingen die mislukt zijn, maar ook over de mores binnen belangrijke groeperingen in Joods Nederland – een essentiële passage in het interview. De NIK-voormannen spreken over een angstcultuur, intimidatie en bedreiging. Ze hebben het niet over kritiek op beleid, maar over persoonlijke aanvallen onder de gordel.

Het zijn zware woorden, maar u hoeft het NIW er maar op na te slaan om te weten dat ze een punt hebben. Personen die een vooraanstaande positie in de Joodse gemeenschap bekleden, kunnen er vergif op innemen dat bepaalde figuren op de man of vrouw zullen spelen. Hier bij het NIW hebben we een speciale mailbox voor dat soort boodschapjes, afkomstig van afzenders met bekende Joodse achternamen. En uiteraard weten we dat advocaat Loonstein graag zijn professie gebruikt om aan de lopende band rechtszaken aan te spannen tegen alles en iedereen met wie hij het niet eens is. Vaak bijgestaan door naaste familieleden, die, als een artikel dat op 13 juli in De Telegraaf verscheen klopt (en we hebben geen reden om aan te nemen dat dat niet het geval is), zich bedienen van zeer twijfelachtige methoden, hoewel dat door hen uiteraard naar het rijk der fabelen wordt verwezen. Dat ook Gidi Markuszower graag de knuppel in het NIK-hoenderhok gooit, is genoegzaam bekend.

Of we het nu wel of niet eens zijn met het beleid van Soesman of Goudsmit, ze hebben een punt wanneer ze zeggen dat persoonlijke aanvallen beneden alle peil zijn. En ik kan hun bewering onderschrijven dat dit gedrag ook in politiek Den Haag de wenkbrauwen doet fronsen. Er zijn ook steeds meer partijen, zoals de landelijke pers, die inmiddels weten dat Federatief Joods Nederland lang niet zo’n brede club is als de naam doet vermoeden. Durf je dat te beamen, dan ben je ‘een NSB’er’. De oproep van Soesman en Goudsmit om dit gedrag niet meer te tolereren, moet – nogmaals los van wat we van hun beleid vinden – volgens mij dan ook op een breed draagvlak in de gemeenschap kunnen rekenen.

1 Comment

  1. Ach, laat ik, met de bescheidenheid die men van mij kent, slechts verwijzen naar een alinea in een Jonet-column die ik twee jaar geleden schreef. Hoewel voornamelijk gericht op NIKbestuurders, nog immer actueel: ”Lang geleden waren Joodse bestuurders erudiete notabelen. Van Samuel Sarphati tot Henriëtte Boas – emancipatie en verdieping stonden voorop. Ze lazen wel es een boek, of schreven er een. Kom daar nu nog es om. Tijdens de Sjoa ging de ene helft in de Joodse Raad, de andere helft werd vermoord. Na de oorlog werd de Joodse wereld overgenomen door de overlevers, de zelfbenoemde baantjesjagers – in het jiddisj: de kovedschleppers (Kóved, כּבֿוד : eer, respect of ontzag). Wie dat niet van nature heeft, haalt dat binnen met apengedrag. Die kongsi van belastingadviseurs, makelaars, advocaten en ondernemers, allemaal wel familie van elkaar, speelt elkaar al jaren de bal toe in die bestuurlijke baantjescarrousel te Buitenveldert. Het ene jaar bestuur je het bejaardenhuis, het jaar erop ziekenhuis of welzijnsclub. En dat doe je zoals je opa de linten- en fourniturenzaak in de Breestraat; kruiperig naar de klant, schoppen naar de bediende. Het ene jaar zaagt zo’n oprechte amateurbestuurder aan de rabbijn en kleedt diens Seminarium uit op valse beschuldigingen, het jaar daarop legt men de NIW-hoofdredacteur aan de ketting, stort je het Joods bejaardenhuis in de organisatorische chaos of schaf je de democratie af binnen de Joodse Gemeente Amsterdam. Deze rattenkoning van aan hun staart verbonden kovedschleppers duwt de Joodse wereld naar de hel.”

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*