Als een hittezoekende raket: Jetty Boas

De waarheidszoekster, Henriëtte Boas, een leven voor de Joodse zaak, Pauline Micheels, Boom uitgevers, € 22,50
De waarheidszoekster, Henriëtte Boas, een leven voor de Joodse zaak, Pauline Micheels, Boom uitgevers, € 22,50
De waarheidszoekster,
Henriëtte Boas, een leven voor de Joodse zaak, Pauline Micheels,
Boom uitgevers, € 22,50

Iedere andere biograaf van ‘dr. Henriëtte Boas, Badhoevedorp’ zou gek zijn geworden van de tienduizenden brieven, verslagen, reportages, berichten, boeken (20.000) en de zee aan krantenknipsels die ze naliet. Maar Pauline Micheels heeft deze papieren erfenis onverschrokken geordend, maakte er een onwaarschijnlijk knappe biografie van en een handzaam boek.

Voor wie nooit van Henriëtte Boas (1911-2001) heeft gehoord: klein, extreem mager, kleren vol vlekken, woeste haardos. Ze was totaal onmaterialistisch en zo zag ze er ook uit. In Nederland viel ze volledig uit de toon, maar in Israël heb ik in de jaren 70 straten vol met dat soort vrouwen en mannen gezien. Haar huis was een chaos, de keuken zwartgeblakerd, waarschijnlijk van een krant die in de fik had gestaan. Ook on-Nederlands. Driekwart eeuw bestookte Jetty de halve wereld met journalistieke stukken en vooral ingezonden brieven, haar handel. Als Jetty naar Israel ging, had ze geen kleren, toiletartikelen of cadeautjes bij zich, maar een koffer met krantenartikelen. Dat was alles. En haar transistorradiootje, waarvan ze onafscheidelijk was. Zelfs in het ziekenhuis waar ik haar ooit opzocht, lag ze met het transistorradiootje aan haar oor. Jetty wilde niks missen van het wereldnieuws. En ze miste ook niks.

Dajenoe
Pauline Micheels schetst de feiten van Jetty’s leven zonder al te veel psychologie. Het opgroeien in een gezin met vier kinderen. Een vader die als classicus onvermoeibaar werkte, en verbitterd was dat hij geen universitaire baan kreeg. Een moeder die sociaal actief was en die, tot bijna het eind van haar leven, voor deze dochter zorgde, want die kon het zelf niet, of verdomde het. Het zionisme in het gezin-Boas. De zeven jaar in Londen, tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna. Haar mislukte alia. Het moeizame zoeken naar een geschikte baan. Het leven als lerares klassieke talen, vertaalster en journaliste. Het staat er allemaal in. En meer. Bij een verslag van een bezoek van Jetty aan koningin Wilhelmina, in de oorlog, ben ik bijna geneigd om te zeggen: Dajenoe. Als alleen dat in De Waarheidszoekster zou hebben gestaan, was het al genoeg geweest.
Jetty had informatie over een vriendin van Juliana, Wilhelmina was in die informatie geïnteresseerd. Ze wilde eigenlijk niet gaan, want ze had haar informatie al aan de koningin laten overbrengen; ze ging toch, want ze wilde de situatie van de Joden ter sprake te brengen. Ze schrijft over dat bezoek: “Ze kwam dus ook naast mij zitten en zei: ‘Dus met Lily Q.v.U. gaat het goed.’ Ik antwoordde: ‘Ja, Majesteit, maar met de Joden in Nederland gaat het niet goed.’ Waarop zij zei: ‘Dat heb ik U niet gevraagd’, stond op en ging zonder me verder goedendag te zeggen naast iemand anders zitten.”
Jetty hield dit voor zich. Zij, die altijd alles (denk je) de wereld in bracht. Zou Joods Nederland de Oranjes ook, al een halve eeuw, zo slaafs als eregasten hebben uitgenodigd bij jubilea en feesten als Jetty de reactie van Wilhelmina wel aan de grote klok had gehangen?
Zou Jetty veel meer voor zich hebben gehouden? Je kunt het je bijna niet voorstellen. Maar het zou kunnen. Ondanks het overheersende beeld: ‘een schooljuffrouw die – helaas maar wel prettig – alle, alle mensen een onvoldoende moest geven’ (Ischa Meijer). Een soort klikspaan dus, die als een overijverig kind bij iedereen die ze als autoriteit zag of die ze invloed toeschreef doorbriefde wat er nu weer was gezegd, geschreven, gedaan, en hoe schandelijk en stom dat was.

‘Een schooljuffrouw die – helaas maar wel prettig – alle, alle mensen een onvoldoende moest geven’

Tijdens het lezen van het boek dacht ik: je moet er toch niet aan denken dat ze in een dictatuur als de Sovjetunie of de DDR had geleefd. Wat had ze niet kunnen aanrichten?! Of doe ik haar onrecht met die gedachte? Maar haar wekelijkse verslagen aan de Israëlische ambassadeurs dan, waarin pagina na pagina alles van en over Joods Nederland én over niet-Joods Nederland de revue passeerde? Voor hetzelfde geld kun je haar echter vergelijken met de beroemde Amerikaans-Joodse journalist (naam even vergeten) die dag na dag een stortvloed van kranten doorploegde en iedere dag een nieuwsbrief produceerde met opmerkelijk relevant nieuws dat door geen enkel ander nieuwsmedium werd gecoverd. Ook aan Jetty’s aandacht ontsnapte niets. Het is dat ze zo beroerd schreef (alles was veel te lang en moest worden ingekort en herschreven), anders was ze een prima columniste geweest. Bij de internationale kranten kon ze haar journalistieke producties wel kwijt, bij de Nederlandse niet. Ook niet bij het NIW. Ze was veroordeeld tot de ingezonden brief, omdat er niets anders opzat als ze zich niet de mond wilde laten snoeren.

Weinreb en Menten
Van alle zaken waarop Jetty reageerde, beschrijft Micheels op bewonderenswaardig heldere manier de twee grote waarin ze gelijk kreeg: de Weinreb-aff aire en de Zaak Menten. Weinreb, de door velen bewonderde mysticus, die een vuil spel speelde tijdens de oorlog, wat Joden het leven kostte, en die voor zijn collaboratie werd veroordeeld. Renate Rubinstein en Aad Nuis waren Jetty’s grote tegenstrevers; zij meenden dat Weinreb ten onrechte was veroordeeld. Na jaren bleken Jetty en degenen die dezelfde analyse maakten als zij, zoals Willem Frederik Hermans, het bij het rechte eind te hebben: Weinreb deugde niet en was terecht het gevang in gegaan.
Ook de strijd tegen oorlogsmisdadiger Pieter Menten won ze – Menten werd uiteindelijk, hoogbejaard, alsnog veroordeeld –, door Hans Knoop de kar te laten trekken. Ze had op talloze andere punten, in ieder geval in mijn ogen, gelijk. Ook als ik er zelf bij betrokken was, zoals bij Zomergasten, waarin ze mijn optreden maar niks vond.
Micheels beschrijft Jetty Boas afstandelijk. Ze heeft zich niet laten verleiden tot een psychologische duiding. Verstandig, want met de gebruikelijke psychologische typologieën zou ze Jetty niet hebben kunnen vangen. ‘Autistisch’ zou je bijvoorbeeld kunnen denken, want alleen iemand die nauwelijks een idee heeft van de gevoelens van anderen, en zich zo weinig aantrok van sociale verhoudingen, kan zo rücksichtslos aanvallen, denk je. Maar Jetty Boas was juist het tegenovergestelde van een autist. Uit een psychologische test – Micheels schrijft erover – bleek dat ze hypergevoelig was.
Eerst verbaasde ik mij daarover, net als Jetty zelf. Bij nader inzien klopt het als een bus. Als een hittezoekende raket wist ze moeiteloos iedere onevenwichtigheid op te sporen. Of het om feiten of moraal, om argumentatie of functionaliteit, om presentatie of oordeel, om taalgebruik of ego, om valse illusies of onzinnige pretenties ging – alles wat ondeugdelijk was, niet klopte, er net naast zat, opgeblazen was of gebrekkig: Jetty zei er wat van, schreef erover, stuurde een ingezonden brief, verwittigde sleutelpersonen (wie dat ook waren) en de boel ontplofte.
In de Soefi -psychologie noem je zo iemand een Qalandar. Het kan gaan om iemand met een zeer groot bewustzijn, die precies weet wat hij of zij teweeg wil brengen met de aan-de-kaak-stelactie, maar ook om iemand die ‘alleen maar’ ziet en zegt dat de keizer geen kleren aan heeft en zich als mens niet erg heeft ontwikkeld. Zo iemand was Jetty. Dat was haar aard. Ze kon niet anders. En ja, ze had, in mijn ogen tenminste, bijna altijd gelijk. Daar doen de kinderwoorden van de emotie – schandalig, stom, belachelijk – die ze vaak door haar analyses mixte en die haar kwetsbaar maakten (want prooi voor een tegenaanval) niets aan af.

Gemeen serpent
Dat ze vaak geen gelijk kreeg, dat ze gehaat werd, dat tot op de dag van vandaag het mensen rood voor de ogen wordt als haar naam wordt genoemd, komt, denk ik, omdat Jetty Boas zich niet in haar mens-zijn heeft ontwikkeld. Ze bleef het ‘eeuwige kind’, een kwalificatie van anderen die ze zelf meldt in een brief. Een ontsteld kind, zou ik willen toevoegen, een kind dat haar ogen niet kan geloven… Is dit echt wat er gebeurt? Dat kan toch niet! Dat is onrechtvaardig, verkeerd! De paradox is dat ze zich juist doordat ze overgevoelig was, afsloot voor veel emoties. En soms weet ze dat.
Meteen na de bevrijding is er in Londen een documentaire te zien over Bergen-Belsen. Ze gaat niet. Uit ‘emotionele bescherming’. Maar lees het gedicht dat ze schreef nadat ze haar moeder in Amsterdam had teruggevonden als een hoopje ellende; een zo beschadigde moeder dat ze bij haar niet meer als een kind troost kan zoeken. Hartverscheurend. Ze moest zich wel afsluiten om niet kapot te gaan aan de eenzaamheid en het isolement dat haar persoonlijkheid en intelligentie met zich meebracht.

De paradox is dat ze zich juist doordat ze overgevoelig was, afsloot voor veel emoties

Door die afgeslotenheid kwam ze af en toe ook met mij in aanvaring. Micheels citeert uit een repliek van mij aan Jetty. “Uiteraard is uw ingezonden brief niet geplaatst. U weet dat ik u hoog acht, mevrouw Boas. U heeft genoeg kwaliteiten om dat te rechtvaardigen. Het is zelfs zo dat ik op u gesteld ben. Maar ik ben mij er tevens al te zeer van bewust dat u ook uit de hoek kunt komen als een ‘gemeen serpent’, die feiten of wat daarvoor moeten doorgaan in stelling brengt om mensen aan te vallen, zodra het u aan inlevingsvermogen ontbreekt. Uw brief is daar een staaltje van.” Ze kon het van mij hebben. Gelukkig. Ook bij zo’n citaat zou ik bijna willen zeggen: Dajenoe. Dit zou genoeg zijn geweest. Maar er is veel meer.
Wat ik wel mis is meer informatie over de relatie tussen Jetty en haar vader, want daar ligt, vermoed ik, de sleutel van haar totale intellectuele ontwikkeling en totale emotionele onderontwikkeling. De sleutel tot de liefde en loyaliteit die ze zeker voelde, maar zo raar vormgaf. En alhoewel de ondertitel prima is, Een leven voor de Joodse zaak, met de titel ben ik het niet helemaal eens. Jetty was geen zoekster naar de waarheid, ze had hem meestal al gevonden voordat anderen hem, vaak knarsetandend, onderkenden.
Maar ondanks dit kleine verschil in inschatting, realiseerde ik me door Micheels boek dat het leven van Jetty Boas met al zijn gekte en gezwoeg om gehoord te worden, door alle contacten die ze had en vanwege de historische momenten waar ze met haar neus op heeft gestaan, misschien relevanter is geweest dan dat van Renate Rubinstein. Al zou je dat op het eerste gezicht niet denken. Wat dat betreft is er gerechtigheid: er is een biografi e van Jetty, die van Renate laat op zich wachten. Chapeau voor Pauline Micheels.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*