Opinie: Kunstboycot

 daphna  plaschkes

Filmisreal, het Israëlische filmfestival in Nederland dat ik mede- organiseer, bestaat bijna zeven jaar. ‘Boycot Israël’ stond er drie jaar geleden met grote letters in het gastenboek. Een medewerker scheurde het er van schrik uit. Had hij dat moeten doen?

Door Daphna Plaschkes

Elk jaar hebben we wel twee of drie bezoekers die in gesprek willen gaan over de situatie in Israël. We proberen een dialoog aan te gaan en uit te leggen dat we als niet-religieus en niet-politiek festival juist de diversiteit en complexiteit van Israël en al haar bewoners willen laten zien. We zijn geen platform voor Joodse Israëlische kunst maar verwelkomen juist ook gasten als Sayed Kashua van de successerie Arab Labor, Yaron Shani van de film Ajami en Palestijnse filmmaakster Abeer Haddad van de documentaire Duma.
Toen ik ruim een jaar geleden een gesprek had met de cultureel attachee van de Israëlische ambassade in Londen vertelde ze me dat de boycot van Israël in het Verenigd Koninkrijk ook aanwezig was in de culturele sector. En die acties gingen tot mijn (naïeve) verbazing verder dan commentaar in een gastenboek of kritische bezoekers. De protesten hadden zich verplaatst naar binnen, het hart van de theaters en concertzalen in. In de Royal Albert Hall werd in 2011 een Proms-concert met live radio-uitzending door het Israëlisch Filharmonisch Orkest verstoord door demonstranten. Elke keer als dirigent Zubin Mehta wilde beginnen zorgde een groepje demonstranten in de zaal voor oproer. Ze zongen, schreeuwden en werden uiteindelijk een voor een door de beveiliging naar buiten geleid. Veel mensen in het publiek reageerden met boe-geroep. De BBC moest haar live-uitzending een aantal maal onderbreken. De Palestine Solidarity Campaign had mensen opgeroepen om het concert te boycotten en eerder de BBC verzocht om het te annuleren.
In mei 2012 speelde het Israëlische Habima theatergezelschap The Merchant of Venice in het beroemde Shakespeares Globe Theatre. The Globe kreeg voorafgaand aan het bezoek veelvuldig en dringend het verzoek om dit gastoptreden te annuleren mede ondersteund door een petitie van bekende Britse acteurs. Ondanks de veiligheidsmaatregelen lukten het vijftien demonstranten toch om met vlaggen en spandoeken binnen te komen. Banners met teksten als ‘Israëli apartheid leave the stage’ werden over de balustrades gehangen. Een demonstrant die werd verwijderd schreeuwde: ‘Hath not a Palestinian eyes?’ Tijdens een optreden van de Batsheva Dance Company in het Festival Theatre in Edinburgh demonstreerden honderd mensen buiten de deuren van het theater en verstoorden zeven demonstranten de voorstelling. Artistiek leider Ohad Naharin probeerde in het nagesprek zijn steun voor Palestina over te brengen maar veroordeelde de verstoringen van de voorstelling. „Het is een enorm probleem,” liet hij weten. „Als het zou helpen dan zou ik zeker meedoen, verstoor de show, verniel mijn huis, gooi de ramen kapot, maar het helpt niet.”
Onze zusterorganisatie seret, het Israëlisch filmfestival in Londen, heeft tijdens de derde editie in 2013 ook te maken gehad met demonstraties. Voorafgaand aan het festival werd via sociale media een oproep gedaan om het festival te boycotten. Uiteindelijk demonstreerde een kleine groep met flyers en spandoeken voor de bioscopen.
Er komt genoeg prachtigs uit Israël, als je denkt aan films, dans, theater, muziek, beeldende kunst, eten, wetenschap, technologie en inspirerende mensen. Maar er is ook veel mis in Israël op dit moment. Hoe verhoud ik me tot de pijnlijke aanwezigheid van de muur? Hoe kijk ik aan tegen de bouw van nog meer nederzettingen? Hoe verzoen ik me met een sterk gesegregeerde klassenmaatschappij, die een feit is? Genoeg om me zorgen over te maken. Maar is een culturele boycot de weg om verandering teweeg te brengen?
De laatste jaren heb ik tijdens bezoeken aan culturele evenementen in Israël gezien dat er vanuit de kunsten veel gebeurt op het gebied van vrede en verzoening: unieke initiatieven van samenwerking, hoopvolle vriendschappen en een nieuwe generatie met respect voor elkaar en de ander. Veel kunst vanuit Israël representeert een nieuw Israël; het idee dat er een duidelijke groep is die zoekt naar oplossingen die open en creatief zijn. Het is misschien ironisch dat festivals en culturele evenementen die juist deze verschillende perspectieven tonen en willen tonen aan een breed publiek last hebben van deze acties en niet zonder resultaat. Het wordt voor organisaties als seret steeds moeilijker om reguliere bioscopen te vinden voor vertoningen. In Hackney, een hippe Londense wijk, liet de bioscoop weten dat ’t het festival niet meer terug wil. Reden? Alles behalve de overlast van demonstraties voor de deur. Maar de organisatoren vermoeden dat het te veel gedoe was en te veel uitleg behoefde voor de bioscoop. Net als Britse journalisten die terughoudend zijn om te schrijven over Israëlische kunst, worden culturele instellingen steeds huiveriger om dergelijke evenementen te huisvesten. Wat blijft er over? Vertoningen en optredens van Israëlische kunst en cultuur in de geijkte Joodse geaffilieerde locaties, zoals het nieuwe Londense culturele centrum JW3 en andere plekken die minder toegankelijk en vindbaar zijn voor het reguliere publiek. Als je hedendaagse Israëlische kunst en cultuur weghaalt uit de programmering verliest het grote publiek juist die unieke mogelijkheid om in aanraking te komen met deze diverse Israëlische, Arabisch-Israëlische en Palestijnse perspectieven, denkbeelden en creativiteit. Naast een verarming van het internationale culturele landschap is dat misschien nog schadelijker voor een goede en duurzame oplossing.

Daphna Plaschkes is directeur van het Filmisreal festival en woont sinds 2013 in Londen 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*