‘We kunnen niet meer…’

Simon Soesan geeft vanuit zijn woonplaats Haifa een ongezouten mening over de ontwikkelingen in Israël van de afgelopen weken.

Afgelopen woensdag kwam een Amerikaanse afgezant op bezoek bij onze nooit-gekozen premier. Nooit gekozen omdat Likoed niet als grootste partij uit de bus kwam tijdens de laatste verkiezingen. „De Turken eisen geen excuses,” vertelde de afgezant, „ze nemen genoegen met een spijtbetuiging.” Bibi antwoordde meteen: „Ik wil best, maar Lieberman is erop tegen.” De afgezant haastte zich naar de minister van Buitenlandse Zaken, die het woord ‘diplomatie’ al jaren geleden uit het woordenboek heeft gescheurd. Lieberman ging toch akkoord met een spijtbetuiging. Toen de afgezant dit heugelijke bericht naar onze premier bracht, zei die: „Ik heb hier zaterdagavond een megademonstratie, er zitten terroristen in de Sinaï, het komt me nu niet goed uit.”
Dit verhaal is typerend voor de man die bijna negen miljoen shekel (1,75 miljoen euro) uit publieke fondsen gaf aan partijen die in ruil zijn coalitie steunen, hij gaf 54 van de 120 Knessetleden een baan als minister of onderminister in zijn regering, hij privatiseert bijna alle overheidsbedrijven, verkoopt ze voor een habbekrats aan rijke vrienden en houdt intussen angstvallig zijn achterban in de gaten.

Niet onder de indruk
Bijna twee maanden geleden zette iemand een tent neer op de Rothschild Avenue in Tel Aviv. De kamerhuur van studenten was in twee jaar verdriedubbeld en de studenten konden niet meer. Gedurende die twee maanden kwamen er in het hele land tenten bij. Meer en meer mensen hebben er genoeg van. Genoeg van het betalen van belasting om vervolgens te zien hoe de regering het geld verkwist. Onze Bibi weet heus wel hoe hij op de zwakkere, zieke en minderbedeelde bevolking moet passen, maar dan alleen op degenen die een gegarandeerde stem opleveren: de rechter-, religieuze kant van het politieke spectrum krijgt subsidies, uitkeringen en flats met belachelijk lage huurprijzen. Dat komt de zwijgende meerderheid nu de strot uit. Maar Bibi was niet onder de indruk en toen een terroristenaanval acht doden eiste, waren de demonstranten even stil. Bibi wist ook dat de demonstranten geen leider hebben. En dat ze niet eens met een stem praten.
Toen een week geleden slechts enkele tienduizenden de straat op gingen, verhaalden de bevriende media hier hoe het protest was gedoofd. Maar toen kwam afgelopen zaterdagavond. Media meldden dat het allemaal in Tel Aviv zou gebeuren. Maar minstens achttien steden deden mee: van Kiryat Shmona en Tiberias, Nazareth, Afula en Migdal Ha’emek tot Naharya, Acco en Haifa. Van Herzlya tot Ashdod, van Ashkelon, Be’er Sheva en Jeruzalem tot Eilat: overal gingen mensen de straat op. De telefoonproviders telden 325.000 in Tel Aviv, 50.000 in Jeruzalem, 55.000 in Haifa en tienduizenden meer in alle andere steden.

Onwettelijk
Ook wij verzamelden ons zaterdagavond in ‘ons’ restaurant, Douzan in Haifa, waar eigenaar Fadi al klaarstond met zijn eigen spandoek: ‘Joden en Arabieren weigeren vijanden te zijn!’ Zelfs mijn opmerking dat ik met zijn huidige prijzen zijn vriendje niet was, kon de glimlach niet van zijn gezicht wissen. Ook Arabische vriend Yunis was aanwezig. Zijn zoon studeert in Tel Aviv, waar hij een studentenkamer van de universiteit huurt. Het kon wettelijk dan wel niet, maar Bibi stond op de verkoop van deze kamers die zo overgingen in privéhanden. Gevolg: de huur werd in een maand verhoogd van 180 naar 360 euro. Dat kan, zomaar. Bibi gunt de leraren 42 procent loonsverhoging na hun belofte 57 procent meer uren te werken, de lange artsenstaking kwam ten einde omdat met hen ongeveer dezelfde truc wordt uitgehaald.
Het bekende Israëlische kinderlied ‘La kova sheli shalosh pinot’ (mijn hoedje heeft drie hoeken) werd voor de avond veranderd in ‘LeBibi sheli shalosh dirot’: mijn Bibi heeft drie appartementen. Want het draait allemaal om Bibi. Omdat we niet meer kunnen. Omdat we weten dat ook onze vrienden in de wereld niet meer kunnen.
Bibi ziet het anders: hij heeft geen sterke politieke tegenstanders. Kadima ligt vrijwel op apegapen omdat Zippy Livni Bibi geen echte tegenstand biedt; de Arbeiderspartij is halfdood en wat ervan over is ruziet onder elkaar.
En onze minister van Buitenlandse Zaken zei deze week dreigend: „Wie er mot met ons wil, kan het komen halen!” doelend op onze laatste vriend in de regio, Turkije. Bibi beweerde het niet gehoord te hebben. Bijna een half miljoen, misschien wel meer, Israeli’s gingen daarom de straat op. Om te zeggen: tot hier en niet verder, want we kunnen niet meer…

1 Comment

  1. Simon Soesan heeft gelijk en wie de realiteit aan de lijve ondervindt zal in dit artikel niets ongezouten zien, eerder een zachte bewoording van een hardere realiteit.
    We moeten echter alles in de juiste context blijven zien, d.w.z.dat bijv.politici in andere landen met zoveel macht als Bibi en kornuiten, er een nog grotere misere van maken. Zo ook, dat objectief gezien, er veel zaken zijn in Israel, die ondanks de moeilijke economische- en veiligheidssituatie, heel goed behandeld worden.
    Er zijn ook zaken, zoals bijv. de problemen met het Turkije van Erdogan, de problemen in de kokende arabische wereld en de verminderde steun in de wereld, die alleen aan de oppervlakte sumier beinvloed kunnen worden door onze mate van reageren, in het groot hebben we er geen vat op. Zelfkritiek is altijd op z’n plaats maar laten we niet te hard voor onszelf zijn, daar maken wij Israelisch ons nog al eens schuldig aan.
    We gaan zo goed als zeker een heel moeilijke periode tegemoet maar misschien zal het allemaal wel meevallen, de tijd zal het leren.
    In elk geval is het belangrijkste onderling verenigd te zijn, te blijven vertrouwen en altijd blijven streven naar vrede, maar ondertussen heel goed op onze hoede blijven, want die vrede is nog steeds heel ver weg.
    Shana tova umevorechet

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.